Om Nederland sterker uit de crisis te laten komen vinden VVD en PvdA het noodzakelijk minstens 15 miljard te bezuinigen. Wie er precies in Nederland dan sterker wordt is mij niet helemaal duidelijk, maar het klinkt goed.
Er worden allerlei maatregelen getroffen om die bezuinigingsdoelstelling te halen. Iedereen zal het in zijn portemonnee merken.
Met deze rampspoed in het achterhoofd deed het me goed in een bericht van Van Lanschot Bankiers te lezen dat de crisis niet bij iedereen heeft toegeslagen. Er blijken Nederlanders te zijn die NU al sterker uit de crisis zijn gekomen. En wel gemiddeld met zo'n 500.000 euro meer!
Dat blijken er bovendien niet maar een paar te zijn, maar 92.000. En die vijf ton is niet het enige wat ze bezitten. Dat is het bedrag waarmee hun vermogen sinds 2007 gemiddeld gegroeid is.
Hoe dat kan? Welnu, het zijn onze miljonairs.
Kijk aan, dat is mooi, zou je denken. Hoop doet leven. Zeker gezien het feit dat 44% van hen VVD stemt en nog eens 12% D66.
Dus nou vroeg ik me in alle onnozelheid af of Mark Rutte dit welvarende deel van zijn aanhang niet eens vriendelijk kan aankijken.
Want stel nou eens dat hij hén vraagt eenmalig slechts een deel van die vijf ton - we doen niet lullig - bijvoorbeeld 200.000 euro gemiddeld bij te dragen om héél Nederland sterker uit de crisis te laten komen. Dan zou er in één klap helemaal niet meer bezuinigd hoeven te worden en staat Nederland er financieel weer uitstekend voor en hoeven er geen rekeningen te worden doorgeschoven naar volgende generaties. Iets wat VVD'rs toch van harte onderschrijven.
Dat kan niet waar zijn, denk je misschien.
Nou reken even mee: 92.000 x 200.000 euro = 18.400.000.000, dat wil zeggen 18,4 miljard.
En ik wil wedden dat het merendeel van die miljonairs helemaal niet te beroerd is om op die manier bij te dragen om Nederland weer op te stuwen in de vaart der volkeren.
Vraag het ze gewoon eens.
Bijvoorbeeld door in de Quote een enquête te houden wie twee ton kan missen en voor wie het een onoverkomelijke aderlating zou zijn. Dan willen ze vast niet voor een ander onderdoen.