Inderdaad.
Elders las ik dat de tijd van zij-zorgt en hij-werkt definitief voorbij is. De overheid stimuleert inderdaad dat we van zij-zorgt en hij-werkt toegaan naar wij-werken en zij-zorgen. Ouders worden gestimuleerd zo veel mogelijk te werken en zo min mogelijk zelf voor hun kinderen te zorgen. Gezien de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang is dat een onverantwoord beleid. Bovendien zou het - gezien het feit dat werk door steeds minder mensen gedaan kan worden - meer voor de hand liggen mensen minder te laten werken en dat werk gelijkmatiger te verdelen over mannen en vrouwen. Het huidige tijdsgewricht biedt kortom volop kansen om nu eindelijk eens daadwerkelijk de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk ter hand te nemen.
Eind september 2012 sprak Hedy d'Ancona in Opzij daarover de volgende ware woorden:“Er zou opnieuw een brede emancipatiebeweging op gang moeten komen, buitenparlementair en mondiaal. Kijk, als je praat over het inhalen van achterstanden, zoals wij die in de jaren zeventig en tachtig aankaartten, dan is een en ander behoorlijk gelukt. Maar wij hadden het ook nog over iets wat daaronder zit dat vele malen groter is: het veranderen van de maatschappij als het gaat om de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk. Dat is de essentie. En dat is gewoon niet gelukt”.
De overheid stimuleert intussen wel de onbetaalde arbeid: we moeten meer zélf gaan doen, en wel gratis en voor niks. Het werken-voor-niks is meestal weggelegd voor het vrouwelijk deel der natie. In de zorg wordt allerlei werk dat voorheen door betaalde krachten werd gedaan omgetoverd tot vrijwilligerswerk. Dat is kostenbesparend. Gek genoeg behoort het vergaderen, organiseren en budgetteren zelden daartoe.
Maar ook werk van de gemeentelijke reinigingsdienst moet volgens Nederland Schoon steeds meer door de mensen zelf worden gedaan. Degenen die het bedenken doen het betaalde werk en de degenen die het uitvoeren het onbetaalde. Logisch toch?
Een wereld vol robots en vrijwilligers aangestuurd door betaalde krachten.
Dát soort reorganiseren bedoel ik niet. Dat leidt alleen maar tot meer (verborgen) werkloosheid. Nee, banen maximaliseren tot, zeg, 70% van de huidige arbeidstijd. Dat lost het "probleem" op dat als een baan door een vrouw wordt vervuld, deze wel parttime kan worden uitgevoerd, maar als diezelfde baan door een man wordt vervuld, niet.
Iets dergelijks doen we bij de invulling van topfuncties: er gelden mannen- en vrouwenmaxima (als een bestuur voor meer dan 50% uit een bepaald geslacht bestaat, moet de volgende vacature door iemand van het andere geslacht worden vervuld). Probeer het eens, zou ik zeggen.
En tot slot bieden we ouders de gelegenheid als hun kinderen jong zijn een aantal jaren minder te werken dan die bovengenoemde 70%, met behoud van de mogelijkheid tot terugkeer naar het eerdere percentage. Financieel ondersteund door de overheid (o.m. de kinderopvanggelden kunnen daaraan worden besteed).
Ten opzichte van tien jaar geleden is er, zoals uit onderstaand blog uit 2007 mag blijken, niet veel verbeterd, dus de tijd is rijp om eens wat anders te proberen.
Ter nuancering wilde ik nog vermelden dat wél het vaderschapsverlof met 3 dagen is uitgebreid (niet dat je daar veel aan hebt, maar oké), maar op de site van de Rijksoverheid lees ik - in de categorie meer van hetzelfde en hoezo tempo maken - het volgende:
"Het kabinet wil het kraamverlof voor partners uitbreiden van 2 naar 5 dagen. Een wetsvoorstel dat dit regelt (Wet uitbreiding Kraamverlof) moet nog worden ingediend. De automatiseringssystemen voor de uitvoering van de regeling worden aangepast. Dit gebeurt als de Tweede en Eerste Kamer het voorstel aannemen. De regeling kan vanaf 1 januari 2019 worden uitgevoerd".
Need I say more.
Daarom dus toch maar weer een stukje getikt.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Reactie op een artikel van Evelien Tonkens getiteld "Mannen een kontje geven" - 10 januari 2007
Het is hoog nodig dat we in Nederland de emancipatiekwestie weer op de agenda plaatsen zonder te vervallen in meer van hetzelfde. Een benadering waarbij niet de druk op vrouwen wordt vergroot, maar mannen verleid worden tot ander gedrag ondersteun ik van harte.
Minder mannen in de top
Het artikel van Evelien Tonkens in de Volkskrant van 10 januari 2007 is een mooi voorbeeld van zo'n benadering: er zijn onevenredig veel mannen in de top van organisaties en het streven moet zijn dat aantal te verminderen. De mannen in de top die hier invloed op hebben zouden we moeten verleiden om dat doel te bereiken, bijvoorbeeld door een prijs in het leven te roepen voor organisaties die in korte tijd het aantal mannen in de top hebben weten te halveren.
Zoals vrouwen in vroeger tijden afstand deden van hun baan zodra zij trouwden en kinderen kregen, zouden we mannen eens een tijdje kunnen belonen als zij afstand doen van hun toppositie om vrouwen ruim baan te geven.
Wie durft?
Niet samen fulltime werken, maar evenwichtig samen léven
Dat deeltijdwerken mannen zou helpen - zoals in het artikel staat - waag ik te betwijfelen. De mannen die in de top in deeltijd werken, hebben, denk ik, vrijwel altijd andere, meestal betaalde activiteiten daarnaast. Mogelijk is dat in de universitaire wereld minder het geval, maar in het bedrijfsleven wel. Feitelijk werken zij dan dus gewoon fulltime.
Juist omdat deeltijdwerken mannen nu nadelen oplevert (minder salaris, minder promotiekansen, minder status) gaan zo weinig mannen in deeltijd werken als zij kinderen krijgen. Om vrouwen gelijke promotiekansen te bieden, zou alleen nog als optie openstaan dat vrouwen dan ook maar fulltime moeten gaan werken. Die redeneertrant moet omgegooid worden wat mij betreft.
Organiseer betaalde arbeid slimmer
We zouden alleen nog deeltijdbanen moeten hebben, zodat het normaal is dat iemand 30 uur per week werkt. De overige tijd wordt besteed aan resp, het volgen van studies, het grootbrengen van kinderen, het helpen van je ouders etc. al naar gelang de levensfase waarin je verkeert.
Dat heeft ook als voordeel dat de stap om nog een paar uur minder te gaan werken in de jaren dat de kinderen nog niet op de basisschool zitten voor mannen en vrouwen kleiner wordt.
Het is natuurlijk heel goed mogelijk om organisaties zo in te richten dat iedereen maximaal 30 uur per week werkt. Zet een paar creatieve vrouwen en mannen bij elkaar en ze regelen het. Kortom: van 100% + 40% naar 70% + 70%.
Iedereen komt tekort
In Westerse samenlevingen waarin én mannen én vrouwen fulltime werken komt iedereen tekort.
Wat is er in 's hemelsnaam leuk aan om járen lang onder grote druk te leven en 's avonds om een uur of negen doodmoe neer te ploffen?
Is het na-apen van het Scandinavische model het enige alternatief dat voorhanden is?
Hoe komt het toch dat we niets leren van die mensen die halverwege hun leven tot het inzicht komen dat ze jarenlang overal eigenlijk te weinig tijd voor hebben gehad?
Waarom willen mensen eigenlijk kinderen als ze geen tijd aan hen willen besteden?
Waarom komen mannen er pas, als ze opa zijn geworden, achter hoe leuk het is om tijd met je eigen (klein-)kinderen door te brengen?
Wat is er leuk aan de kinderopvang? Wel eens een baby van een paar maanden naar de kinderopvang gebracht? Wel eens een kind, dat weet hoe het is om na school thuis te zijn, gevraagd wat ie van naschoolse opvang vindt?
Kijk uit voor nieuwe trends
Er komen wel steeds mee signalen dat vrouwen niet meer jarenlang met stress willen leven. En gelijk hebben ze. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat vrouwen dan maar weer meer thuis gaan zitten, trots op het feit dat ze nu eenmaal de enigen zijn die de borst kunnen geven en trots op het feit dat ze niet zo monomaan zijn als mannen (las ik onlangs als positieve opmerking van - natuurlijk - een man).
Langer ouderschapsverlof, zoals Beatrijs Smulders onlangs voorstelde, is méér van hetzelfde. Het leidt er alleen maar toe dat vrouwen langer uit hun werk zijn en kansen mislopen. Normaal moet worden dat stellen die nog kinderen hebben die niet op school zitten, zo'n 20 uur per week werken. Vrijwel iedereen maakt dat mee in zijn leven, kan dus begrijpen waarom dat nodig is en zou in staat moeten worden geacht daar ook begrip voor op te brengen.
Uitbreiding van de kinderopvang met tussenschoolse en naschoolse opvang is ook méér van hetzelfde. Ook dat leidt er alleen maar toe dat mannen gewoon doorgaan met wat ze altijd al deden, namelijk fulltime blijven werken als ze kinderen krijgen - alsof er niets gebeurd is - en elkaar kontjes geven.
Het Nederlandse model: een win-win situatie
Het inzicht dat een stressvol bestaan niemand ten goede komt (noch man, noch vrouw, noch kind, noch de samenleving als geheel) zou tot een nieuwe aanpak moeten leiden, waarbij mannen en vrouwen de tijd die ze aan werken en het grootbrengen van kinderen besteden evenwichtig verdelen. Kinderopvang is dan alleen nog nodig voor alleenstaande ouders. En dat moet dan kinderopvang zijn van uitstekende kwaliteit die zoveel mogelijk het niveau van ouderlijke zorg benadert.
In het alternatieve Nederlandse model zorgen mannen en vrouwen in de eerste levensjaren van hun kinderen samen voor de opvoeding. Die jaren zijn namelijk van groot belang voor de verdere ontwikkeling van hun kinderen, zoals elke pedagoog en ontwikkelingspsycholoog hen zou kunnen uitleggen. De ouders werken allebei gedurende die jaren 50%. Zodra de kinderen naar de basisschool zijn, gaan de ouders beiden 70% werken, zodat ze voldoende tijd hebben om de kinderen op te vangen en ook nog een steentje kunnen bijdragen aan de school (bestuur, leesvader zijn, mee met schoolreisje etc.).
Het leidt tot een afwisselender bestaan voor alle betrokkenen. Niet heel de dag op school of op de kinderopvang, niet heel de dag op het werk, niet heel de dag thuis.
Het heeft minder stress tot gevolg. Iedereen heeft meer tijd voor elkaar. En mannen en vrouwen hebben dezelfde kansen op ontplooiing en promotie.