zaterdag 30 november 2013
maandag 25 november 2013
10 jeugdbakens (voor de transformatie van het jeugdbeleid): ter lering ende vermaeck
VOORAF
In september 2013 publiceerde de VNG de zogenaamde “Bakens
transformatie jeugdbeleid”. Op Twitter kwam ik ze tegen. Ik ben wel wat gewend
aan mistige beleidsbrij, maar dit is echt een staaltje apart.
Lees en huiver en let vooral op de 10 jeugdbakens
aan het eind!
Gemeenten, professionals en instellingen staan in
het kader van de transformatie van zorg voor jeugd voor de uitdagende opgave om, samen met
jeugdigen en opvoeders, een cultuuromslag binnen het jeugdbeleid te realiseren.
Op heel veel plekken is dit proces al volop gaande. Om alle betrokken partijen
inhoudelijk meer houvast te geven voor de transformatie en hen te stimuleren dit proces voort
te zetten, hebben de VNG en het Rijk het initiatief genomen om de bakens voor de
transformatie van het jeugdbeleid, of kortweg “jeugdbakens”, te formuleren.
Ze zijn bedoeld het om het verkennen, verbinden en
verdiepen van de samenhang tussen de partners in de sector te faciliteren. De jeugdbakens kunnen worden gebruikt als basis
voor het gesprek tussen al deze partners over hun visie en transformatieambities.
Dit document is opgesteld op basis van verschillende
relevante stukken waarin de inhoudelijke omslag in (delen van) het jeugdbeleid
al wordt beschreven, waaronder de concept Jeugdwet, de doelen van Passend
onderwijs, de Bakens Welzijn Nieuwe Stijl en het Internationaal verdrag inzake
de Rechten van het Kind.
De jeugdbakens vormen ook de basis voor de
transformatieagenda. VNG en Rijk stellen deze agenda op, samen met
brancheorganisaties, beroepsverenigingen, besturenorganisaties en vertegenwoordigers
van ouders en jeugd.
De transformatieagenda bundelt de diverse
activiteiten die op lokaal, regionaal en landelijk niveau worden uitgevoerd om de transformatie in de
praktijk te stimuleren en een stap verder te helpen.
De VNG en het Rijk geven iedereen de gelegenheid om
op de jeugdbakens te reageren en input te leveren voor de transformatieagenda. Dat
kan onder meer via de werkgroep Jeugdbakens en transformatieagenda op
Kennisnetjeugd.
Doen de jeugdbakens recht aan uw ambities? Welke
mogelijkheden ziet u om de jeugdbakens breed in de praktijk te brengen. Waar in
het veld moeten verbindingen worden gelegd? Waar is versterking nodig? Waar liggen de kansen en welke belemmeringen
moeten worden weggenomen?
Reacties via Kennisnetjeugd zijn tot 12 oktober 2013
welkom.
Hieronder volgt eerst de lijst met jeugdbakens,
vanuit het oogpunt van het kind bekeken.
Daarna volgt een beknopte toelichting op elk van
deze jeugdbakens.
De 10
jeugdbakens
Kinderen
doen mee en groeien gezond en veilig op
1. Ik mag zijn wie ik ben.
2. Ik doe mee en krijg de ruimte en steun om mijn
talenten te ontwikkelen.
De
eigen kracht van kinderen, gezinnen en hun netwerk is de leidraad
3. Mijn ouders kennen mij het beste en zijn ook als
eerste verantwoordelijk voor mijn ontwikkeling en opvoeding.
4. Mijn ouders en ik gaan zelf de dagelijkse
uitdagingen aan die horen bij het opgroeien en opvoeden. Als we dat niet alleen kunnen, doen we
het samen met de mensen om ons heen.
De
professional als onderdeel van het netwerk
5. Als ik of mijn ouders het niet met de mensen om
ons heen kunnen oplossen, zijn er hulpverleners die ons ondersteunen zodat wij het
(weer) zelf kunnen. Deze mensen zorgen dat hun hulp goed past bij mij, ons gezin en onze
omgeving.
6. Een hulpverlener die mij of ons gezin helpt of
ondersteunt, houdt altijd rekening met mijn hele ontwikkeling en kijkt goed naar alles wat
er speelt in ons gezin.
7. De hulpverlener is goed in haar/zijn werk en mag
daarom doen wat nodig is om mij of ons zo goed mogelijk te helpen of steunen.
De
juiste zorg op de juiste plek en de juiste tijd
8. Mijn ouders en ik krijgen de hulp die we nodig
hebben op het moment dat het nodig is en op de plek die handig is voor ons.
9. Ik ben veilig: thuis, op school, in de buurt en
in de zorg.
10. Alle mensen om mij heen werken goed samen en
daardoor kan ik zijn wie ik ben en later worden wie ik wil.
En lees ze dan nu nog een keer, u bedenkend dat ze
vanuit het oogpunt van het kind zijn bekeken, door mensen die zich met jeugdbeleid bezighouden...
De bijstandsslaaf
Allemaal uitvreters
Wat is er toch aan de hand in Nederland?
Trots meldt een Rotterdamse wethouder dat de gemeente door
controle op de bijstand allerlei fraudeurs in het snotje heeft gekregen en dat
dat veel geld heeft opgeleverd. Dat leidt echter meestal niet tot de conclusie
dat de gemeente Rotterdam haar werk tot op heden klaarblijkelijk niet goed gedaan
heeft. Eerder valt een soort triomfantalisme te beluisteren: zie je wel,
allemaal uitvreters die bijstandstrekkers.
Iets dergelijks meen ik ook nu te kunnen bespeuren in de
plannen “om bijstandsgerechtigden te verplichten vrijwilligerswerk te gaan
doen”. Deze zin zou ik normaliter niet uit mijn pen krijgen, maar politici en
beleidsmakers malen er niet om.
Perpetuum mobile
Het kost aardig wat geld om als gemeente de bijstand goed
uit te voeren en het houdt niet op, niet van zelf. Het is een soort perpetuum
mobile. Immers, van wie in de bijstand is terechtgekomen moet de gemeente zich
telkens weer opnieuw afvragen:
·
Klopt het nog wat die burger aan gegevens heeft
opgegeven?
·
Waar heeft de burger dan recht op?
·
Heeft de burger dat dan ook gekregen of moet hij
iets terugbetalen?
·
Hebben we als gemeente teruggekregen wat die
burger moest terugbetalen?
·
Klopt het nog steeds wat die burger heeft
opgegeven? (Heeft hij wijzigingen goed doorgegeven?)
Dus de grote klapper die Rotterdam gemaakt heeft, zal zich
nooit meer voordoen als ze hun controlewerk onverdroten voortzetten.
Niet voor de lol
En wie een bijstandsuitkering ontvangt, mag God op zijn
blote knieën daarvoor danken. Hij leeft in een beschaafd land waar burgers
belasting betalen om allerlei gemeenschappelijks voor te laten regelen door de
overheid. Zo ook de financiële ondersteuning van burgers die niet zelf - meer -
aan de kost kunnen komen.
Soms omdat zij over kwaliteiten beschikken die niet voldoen
aan de smaak van de gefortuneerden in de samenleving. Denk aan bevlogen
kunstschilders of beeldhouwers die, in tegenstelling tot een Andy Warhol
bijvoorbeeld, hun werk helaas niet voldoende verkocht krijgen. Zij mogen voor
een hongerloon hun unieke kwaliteiten blijven benutten en zullen hun stinkende
best doen om toch iets verkocht te krijgen. Wat zij overigens weer moeten opgeven aan de
gemeente zodat die het kan verrekenen met de bijstand etc. etc.
Daarnaast komen er mensen in de bijstand terecht met
allerlei problemen. Sowieso problemen van financiële aard, want zie maar eens
rond te komen van zo’n schamel bedrag. Vooral als je al in inkomen gedaald bent
door werkloosheid of altijd al nauwelijks inkomen had vanwege langdurige
ziekte, psychisch dan wel somatisch.
In de bijstand zit je niet voor je lol. Dát lijkt wel eens
vergeten te worden.
Slavendrijverij
Naast het al bestaande perpetuum mobile van de financiële
kant van de bijstand wordt er nu door gemeenten een tweede perpetuum mobile in
gang gebracht, namelijk dat van de activering van bijstandsgerechtigden. Wie
niet vrijwillig vrijwilligerswerk gaat doen, gaan we daartoe dwingen op straffe
van korting op de uitkering.
Dus voortaan moeten we ook controleren:
·
Heeft die burger het vrijwilligerswerk gedaan?
·
Zo niet, hoeveel en hoelang moet de burger dan
gekort worden?
·
Is de kortingsperiode voorbij en is de burger
alsnog het vrijwilligerswerk gaan doen?
· Zo niet, etc. etc.
Mensen die in de bijstand terecht zijn gekomen en niet stil
kunnen zitten, zullen zelf vrijwilligerswerk oppakken of een goedkope hobby moeten
zien te vinden. Met betaald werk in hun oude stiel of iets wat zij leuk vinden
om te doen zouden ze geholpen zijn. Maar kunnen de gemeenteambtenaren dát voor
ze vinden, als ze er zelf niet in geslaagd zijn? Het zou mooi zijn en zeer
nuttig werk om te doen.
Mensen die apathisch zijn geworden, om wat voor reden dan
ook, zullen allerlei problemen hebben waarbij ze geholpen moeten worden. Maar
zolang hun probleem niet is dat ze zo graag vrijwilligerswerk zouden doen, maar
niets kunnen vinden, verspilt de gemeenteambtenaar overheidsgeld als hij denkt er
goed aan te doen bijstandsgerechtigden tot vrijwilligerswerk te dwingen.
Zo worden bijstandsslaven gecreëerd en verwordt het werk van
de gemeenteambtenaar tot slavendrijverij!
Wie niet werkt, zal
niet eten
Maar we vinden het toch verschrikkelijk dat er mensen zijn
die “in de bijstand zitten, geen moer uitvoeren en heel de dag op de bank
hangen van ons belastinggeld”? (Met excuses voor de stereotypering). Waarom
vinden we dat verschrikkelijk? Zouden we willen ruilen?
Nee, maar ik moet er hard voor werken en kijk hem nou. We
misgunnen degene die niet werkt zijn gratis en voor niks gekregen geld.
Zouden we er een ander gevoel bij hebben als iederéén gratis
en voor niks dat kleine beetje geld zou krijgen en zelf mocht bepalen of hij er
nog wat bij wilde verdienen. Bijvoorbeeld door te proberen zijn beeldhouwwerken
te verkopen of door bij Philips vernuftige, maar soms tamelijk nutteloze apparaatjes
te helpen ontwikkelen.
Dan hoeft er niemand meer afgunstig te zijn, want iederéén
is dan dat minimum vergund. En iederéén mag aan de samenleving deelnemen op de
manier die het beste bij hem past.
Winst en geen
werkverschaffing
Er wordt geen tijd en energie meer verspild aan
huiszoekingen, controles, slavendrijverij. Uitkeringsinstanties kunnen hun
deuren sluiten. De SVB kan naast de AOW de bijstand gaan uitkeren. Of beter
gezegd: alles kan in één, simpele regeling gestopt worden: het basisinkomen.
Ook kunnen mensen makkelijker besluiten een tijdje alleen
van het basisinkomen te gaan leven, bijvoorbeeld als ze een kind hebben
gekregen of voor een zieke ouder willen zorgen. Of ze werken gedurende een
aantal jaren er nog wel bij, maar veel minder zodat ze niet overbelast raken.
Kijk aan, zó zouden we nog wel eens écht meer ruimte kunnen
creëren om voor elkaar te zorgen zonder dat we erdoor in de financiële
problemen komen.
We doen er met z’n allen ook nog eens verstandig aan om het
bedrag dat elk individu krijgt niet te laag te laten zijn. Dat leidt er immers
alleen maar toe dat er meer toeslagen in het leven geroepen moeten worden, die
weer gecontroleerd moeten worden etc. etc. en de kans is groot dat dat dan in totaal méér
kost dan het basisinkomen optrekken.
Winst voor alle betrokkenen en hulpverleners kunnen mensen
gaan helpen in plaats van problemen aanpraten.
woensdag 16 oktober 2013
Beargumenteren en overtuigen (nadat de kiezer heeft gesproken)
In een artikel in VN nr. 41 vragen David van Reybrouck en
Felix Rottenberg zich af of verkiezingen niet een verouderd middel zijn om de
burger bij de politiek te betrekken.
Laten we de feiten even voor zichzelf laten spreken.
Opkomstpercentages
De opkomst bij de Tweede Kamer verkiezingen was in 2010:
75,3% en in 2012: 74,6%. Het is recent ook wel eens hoger geweest, in 2006:
80,4%, maar in 1998 kwam slechts 73,3% van de burgers opdagen. Om in latere
jaren dus toch weer meer belangstelling te tonen voor de politiek.
Kortom: uit de opkomstpercentages valt het niet af te
leiden.
Waarom burgers stemmen
zoals ze stemmen
Verkiezingen zouden versleten zijn als middel om de volkswil
te kunnen laten spreken, omdat je niet weet waarom iemand op een bepaalde
partij stemt. Gaat het om uiterlijkheden of om inhoud, gaat het om het
partijprogramma of om wat de partijleider zegt, gaat het om charisma, hoe een
politicus op TV overkomt of stemmen kiezers strategisch? Je weet het niet.
Maar dat was vroeger niet anders.
Politici de media de
baas
Zolang een burger kiezen mag weten politici niet precies waarom
die burgers op bepaalde partijen stemmen. Dat is dus niet veranderd de
afgelopen tijd.
Wat wel veranderd is, is dat politici denken zich te moeten
uiten in one-liners en niet de moed hebben zich af te zetten tegen de
oppervlakkigheid van de TV-formats. Het
ene TV debat is nog onbenulliger dan het andere en politici laten zich
verleiden tot het doen van stevige uitspraken, waarvan een kind kan zien dat
die onhoudbaar zullen blijken te zijn.
Burgers zien politici dat kunstje voor TV doen en ergeren
zich eraan dat ze niet eens in staat zijn dát gezamenlijk beter te regelen. Gewoon
even afspreken dat je nergens meer naartoe gaat zolang je in een 2 minuten
format wordt geduwd. Doet een andere partij het toch, dan leg jij als partij
uit waarom je er niet aan meewerkt.
Moeilijker is het niet.
Discussie op basis
van argumenten
Burgers zijn niet dom. Burgers snappen heel goed dat er
compromissen gesloten moeten worden na de verkiezingen. Wat burgers niet willen
horen is dat politici al bij voorbaat met meel in de mond gaan praten. Niet
duidelijk durven zeggen waar een partij voor staat uit angst straks aan iets gehouden
te worden.
Een heldere opvatting verwoorden in duidelijke taal doet
wonderen. Elkaar geen vliegen afvangen, maar op basis van argumenten de
politieke discussie inhoudelijk voeren.
Wat zou dát een verademing zijn!
Weg met de nietszeggende
zinsnedes
Zo komen kiezers weer te weten waar politiek precies over
gaat, waar politieke partijen voor staan. Dan krijg je geen nietszeggende zinsnedes
als “Het eerlijke verhaal” - “We doen wat nodig is” – “We gaan aanpakken in
plaats van doorschuiven” – “Nederland komt sterker uit de crisis”.
Dus weg met de communicatie-adviseurs en mannetjesmakers. Laat
je interviewen door een deskundig journalist die je ook uit laat praten en die
uit is op waarheidsvinding en niet vervuld is van scoringsdrang. Leg uit wat je
partij wil, in concrete bewoordingen en in heldere taal, en waarom dat goed is voor Nederland op korte en lange termijn. En leg
uit met wie je denkt die doelstellingen het beste te kunnen realiseren. Licht ook toe vanuit welke politieke overtuiging je die opvatting huldigt.
Niet meer, niet minder.
Stop de sneue
fractiediscipline
Ook de debatten in de Tweede Kamer zouden inhoudelijker
moeten worden. Wissel argumenten uit. Niemand gelooft dat in een Tweede Kamerfractie
iedereen precies dezelfde mening is toegedaan. Stop met die sneue
fractiediscipline. Die is dodelijk voor het politieke bedrijf. Door inhoudelijk
op basis van argumenten te discussiëren kunnen burgers dan ook weer zien waarom
ze op een bepaald Tweede Kamerlid van een bepaalde partij moeten stemmen.
Het kan dan dus goed zijn dat een Tweede Kamerlid mee stemt
met de coalitie of juist met de oppositie. Scheelt een boel binnenkamertjes-overleg
en machtsstrijd en maakt politici én daarmee ook de politiek geloofwaardiger.
Dus zou het goed zijn als politieke partijen naar binnen
kijken, maar dat hoeft niet al te lang te duren. De oplossing ligt voor het
grijpen. Is dat niet mooi?
On-line zeggenschap
De samenleving is inderdaad hypersnel geworden. Wat
spannend!. Tijdens discussies in de Tweede Kamer zouden burgers dus zelfs on-line hun
volksvertegenwoordigers van goede argumenten kunnen voorzien! Wat dacht je
dáár van? En politici zijn dan degenen die standpunten en argumenten uitstekend
kunnen verwoorden en proberen elkaar te overtuigen of tot een aanvaardbaar
compromis te komen.
Je zit op het puntje van je stoel als er een debat is.
Een kabinet, de regering is daar ook bij gebaat. Geen standaard-riedels,
geen lege banken, geen enorme verveling in het huis waar het volk
vertegenwoordigd wordt.
Lach om de peilingen
In tegenstelling tot wat wel gedacht wordt dragen politieke
opiniepeilingen niet bij aan de betrokkenheid van de burger bij de politiek. Er
kan immers meestal alleen maar ja, nee of geen mening gezegd worden.
De werkelijkheid is altijd gecompliceerder en zeker de
politieke werkelijkheid.
Maar ook de burger snapt dat.
Die beschouwt een peiling ook niet als het resultaat van weloverwogen
politieke keuzes, maar meer als een vrolijk tijdverdrijf (sorry, Maurice).
Journalisten die het leuk vinden de boel eens wat op te
schudden kunnen een peilingresultaat in een discussie inbrengen. Het maakt niet
uit, zolang politici maar hun standpunten helder blijven verwoorden. Integer,
bevlogen, vol overtuiging, niet bang voor weerwoord en luisterend naar
argumenten van de wederpartij.
Je mag je laten
overtuigen
Politici zouden het idee eens bij zichzelf moeten toelaten
dat ze zich door een ander zouden kunnen mogen laten overtuigen. Wat een
bevrijding! Wat een waardering zouden ze krijgen.
Burgers zitten niet op meer zeggenschap te wachten. We
hebben volksvertegenwoordigers gekozen die met z’n honderdvijftigen ervoor
moeten zorgen dat er goede weloverwogen besluiten worden genomen, op een manier
die zichtbaar is voor de burgers. Zodat te begrijpen is waarom voor A wordt
gekozen en niet voor B. Of voor A, met een beetje B. Of misschien zelfs voor C,
als dat bleek nóg beter uit te pakken.
Investeer in
zichtbare invloed
Ook zouden Tweede Kamerleden helder moeten zijn in welke
argumenten ze door lobbygroepen krijgen aangereikt. Dat is op zich niet erg,
als het maar in alle openheid uiteindelijk wordt meegewogen.
Dat burgers weten: de farmaceutische industrie zit er zo en
zo in, de ziektekostenverzekeraars zijn dit en dat van mening en de
uiteindelijke afweging van argumenten vindt in de Tweede Kamer plaats.
Al met al is het dan denkelijk niet nodig dat er burgers
ingeloot worden. Lotingen doen ook vermoeden dat de burger iets fout
doet bij de verkiezingen. Maar zo is het niet.
Politici moeten anders leren opereren.
Burgers die betrokken zijn, herryschoppers, betweters,
analisten, wetenschappers, kunnen allemaal via de moderne media Tweede
Kamerleden bereiken met argumentatie. Laat politieke partijen daarin
investeren.
Zwart is niet wit
Wat voorál van het grootste belang is dat politici de
uitslag van de verkiezingen serieus nemen. En daarmee de kiezer.
Dát heeft de laatste keer ervoor gezorgd dat veel burgers de
politiek de rug hebben toegekeerd. Tenminste 50% van de kiezers, de helft dus!!
zag politici met hun stem op de loop gaan.
Immers, op de VVD stemde 26,6% van de kiezers en op de PvdA
stemde 24,8 % en de VVD stemmers stemmen ook tégen de PvdA en de PvdA stemmers
stemmen zo ook tégen de VVD.
Maar ook veel van de andere kiezers begrepen niet wat er
gebeurde toen VVD en PvdA samen in een regering gingen zitten. Dus minstens
50%, maar denkelijk wel 65% van de kiezers (als je GL, SP en PvdD stemmers
meeneemt) of misschien zelfs wel 74% (als je de PVV stemmers meetelt) stond
paf.
Kijk, zó zorg je ervoor dat burgers vervreemd raken van de
politiek. Dat ze zich niet meer betrokken voelen. Want ja, waarom zou je nog
gaan stemmen als zelfs áls je duidelijk gekozen hebt, de politici verklaren
dat je wilde dat de twee tegenpolen gingen samenwerken. Hoe kom je erop!!!
Totaal ongeloofwaardig.
En de burger wist wel
beter
En tot overmaat van ramp, zou ik haast zeggen, maar
misschien kunnen we er alsnog een zegen van maken, blijkt nu dat het met VVD en
PvdA samen in een regering helemaal niet goed gaat. Gek hé, dat zagen de meeste
burgers allang aankomen.
En nu blijkt het opeens wél mogelijk te zijn met 5 partijen
samen te werken. Zelfs met mini-partijtjes erbij (CU en SGP).
Waarom werd die keuze om met meerdere partijen samen te
werken op basis van de verkiezingsuitslag niet diréct gemaakt? En dan zodanig
dat partijen die meer overeenkomsten vertoonden in hun partijprogramma’s deel
gingen uitmaken van de regering. Dát valt wél aan kiezers uit te leggen.
Combinaties als:
PvdA, CDA, D66, GL, CU en SGP = 75 zetels
VVD, PVV, CDA, CU en SGP = 77 zetels
PvdA, SP, CDA en D66 = 78 zetels, CU erbij = 83 zetels, GL
erbij = 87 zetels.
Eng hé!
Altijd nog geloofwaardiger dan de absolute tegenpolen VVD en
PvdA bij elkaar te zetten, iets wat de kiezer nou net níet wilde.
Dat dat niet eenvoudig zou zijn geweest, dat snapt iedereen.
Maar er werd niet eens een poging ondernomen. De kiezer werd genegeerd. In het
belang van het land had aan een andere oplossing gewerkt moeten worden.
De kans is groot dat we de effecten daarvan bij de volgende
verkiezingen zullen gaan merken. En dan hebben we de poppen pas echt aan het
dansen.
Nog grotere
onduidelijkheid
Het resultaat is nu dat we met een nog grotere
onduidelijkheid zitten. Er zijn regeringspartijen, er zijn gedoogpartijen, maar
wat ze precies gedogen is niet helemaal duidelijk. Henzelf ook niet.
Discussies vinden daardoor niet in alle openbaarheid plaats,
maar weer in de achterkamertjes.
En de burger kijkt ernaar en denkt er het zijne van.
Toch nog hoop
Er zit niet veel anders op dan te hopen dat de boel zal
barsten en dat politici hun leven beteren en gaan samenwerken op basis van meer
met elkaar overeenstemmende standpunten.
Vast en zeker stemt de kiezer nóg duidelijker dan hij de vorige keer al deed. Mogelijk stemt dat tot enige nederigheid.
Een lange kabinetsformatie kon het land niet lijden….. maar
zonder duidelijk kompas een beetje heen en weer zwabberend toch nog vooruit proberen
te komen, dat is nou ook niet bepaald goed voor het land.
Dus politici neem uw verantwoordelijkheid, laat de kiezer
spreken en beter uw leven!
(LEES OOK: een artikel van Thomas von der Dunk op VK Opinie
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/6178/Thomas-von-der-Dunk/index.dhtml)
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/6178/Thomas-von-der-Dunk/index.dhtml)
Labels:
media,
politiek,
TV debatten,
Tweede Kamer
dinsdag 15 oktober 2013
Burgerkracht?
Burgerkracht in de wijk
Enkele
kanttekeningen bij een essay van Jos van der Lans en Nico de Boer met de titel “Burgerkracht in de wijk”: sociale wijkteams en
lokalisering van de verzorgingsstaat (september 2013).
Het essay heb
ik paginagewijs van commentaar voorzien, zodat duidelijk wordt wat beleidsformuleringen
oproepen aan reactie bij een weldenkende, kritische burger.
Ik hoop dat betrokkenen het tot zich nemen en niet naast zich neerleggen. Misschien is het
het overwegen waard te bedenken dat beleidsmakers zich mogelijk
allemaal in eenzelfde kringetje bewegen en daardoor wat losgezongen raken van
waar de gewone burger om vraagt en mee bezig is.
P. 13
Sociale wijkteams: elke zichzelf
respecterende gemeente is ermee aan de slag.
Al die
gemeenten die het wiel aan het uitvinden zijn: projecten, projectleiders,
conferenties, externe adviseurs en adviesbureaus over de vloer etc. Hoeveel geld en energie wordt daarmee wel
niet verspild? En als dat voor de eerste keer zou zijn is het nog tot daaraan toe.
Maar de clusters zijn nog niet achter de rug of de ketens worden binnengereden
enzovoorts en zo verder. Wat is de burger daarmee opgeschoten?
Volstrekt niet
helder is waarom een sociaal wijkteam wél een stapeling van problemen zou kunnen
oplossen. Het stáat zelfs in het essay: “We weten niet wat, hoe en waarom het
werkt”.
Besluiten burgers mee wie er in een team
komen?
Dat is toch een
totaal wereldvreemde vraag. De beleidsmakers hebben zelf kennelijk nog geen
idee hoe het moet en dan zo’n opmerking ertussen.
Als een team zich niet verbindt met
lokale burgerkracht.
Leg uit, zou ik
zeggen. Hoezo lokale burgerkracht. Dat is toch geen woord wat een burger
aanspreekt! Als er al iets uit klinkt dan toch vooral paternalisme. “Beste
burger u weet niet half over hoeveel kracht u zelf al niet beschikt”. Probeert
u zich eens voor te stellen dat er iemand aan úw deur komt met een dergelijke
houding.
Als met
burgerkracht vrijwilligerswerk bedoeld wordt, waarom dan een nieuwe term
verzinnen en dan zó’n term?
Of wordt met
burgerkracht bedoeld dat ik als individuele burger van een gemeentelijke
ambtenaar te horen zal krijgen wat hij vindt dat ik zoal best zelf zou kunnen en dat
naar willekeur van die ambtenaar of het betreffende sociale team? Zonder dat ik
nog ergens een beroep op kan doen. Op een minimum aan zaken waar ik als burger
aanspraak op kan maken.
Hoe introduceer je een vorm van
kostenbewustzijn bij de professionals in de wijkteams? Financiering gericht op
“outcome”.
Aha, kijk aan:
heeft het sociale wijkteam er baat bij zo veel mogelijk burgerproblemen als
‘opgelost’ aan te vinken? Of heeft het sociale wijkteam er baat bij zo min
mogelijk door te verwijzen naar hulpverlenende instanties en het zelf maar
zonder de echte professionals op te lossen?
Of wordt de
hulpvragende burger nog gevraagd of hij zich adequaat geholpen voelt? Maar ja,
als die burger nergens aanspraak meer op kan maken, wat is dan zijn toetssteen?
Hebben we de afgelopen jaren nieuwe
begrippen geboren zien worden, zoals pakketmaatregel en keukentafelgesprek.
Uit zo’n
zinnetje leid ik af dat er in beleidsland klaarblijkelijk over dit soort
onderwerpen in dit soort termen gesproken is, maar als kritisch burger, die
toch echt niet onder een steen leeft, had ik er tot voor kort nog nooit van
gehoord.
Daarom is het
essay ook beleidsbrij geworden. Dat het in het cirkeltje van beleidsmakers
“iets” is – en zelfs al járen kennelijk - , wil niet zeggen dat het in de
samenleving leeft! Of dat er behoefte aan zou zijn! Dat denkt u maar.
Van recht naar compensatie naar
maatwerkprincipe…..
Opvallend: nergens
vind ik tot aan dit moment in het essay de burger die om hulp vraagt en hoe die
het beste geholpen kan worden.
Wat is er mis
met een aanspraak van burgers (helder geformuleerd wat, wanneer, waar en hoe de
burger op hulp kan rekenen) en waarom zou de burger zitten te wachten op lokaal
overleg tussen burger, professional en overheden. Dat is in de kring van
beleidsprofessionals onderling maar zo’n beetje verzonnen en u hebt het zo vaak
tegen elkaar gezegd dat u het nog bent gaan geloven ook. Dat vind ik echt diep
treurig.
Tijdens het keukentafelgesprek (ktg is vast al een goed ingevoerde
afkorting, vertel mij wat) wordt er geen aanspraak geverifieerd, maar wordt er
gekeken naar wat de burger zelf kan.
Het tweede begrip ‘keukentafelgesprek’
geeft richting aan het lokale overleg tussen burgers, professionals en
overheden.
Het staat er
echt. Hoezo? Welke richting?
Dat gesprek kost meer tijd maar levert
uiteindelijk in de uitvoering besparingen op.
Dat is gek! Hoe
weten de beleidsmakers dat nou? Misschien worden burgers momenteel wel helemaal
niet goed geholpen, zijn er wachtlijsten voor van alles en nog wat, worden de
verkeerde dingen gedaan etc. Dat is
denkelijk ook de aanleiding om weer eens een transitie (ik kan het woord niet
meer horen) in gang te zetten.
Dus écht goede
hulp verlenen kan voor hetzelfde geld duurder uitpakken. Mag dat ook? Of gaat
het daar niet om? Zou het misschien zo kunnen zijn dat als er duurdere echt
goede hulp werd verleend dat op termijn goedkoper zou zijn?
En hoe zou dat
wijkteam met zijn “outcome” financiering dáár zicht op krijgen?
Instituties/politieke
partijen hebben door invoering van de marktwerking het ontstaan van megalomane,
steeds maar fuserende instellingen (zorg, onderwijs, sociale woningbouw,
bibliotheekwezen) gefaciliteerd/bewerkstelligd.
En nu lees ik
dat de burger verantwoording moet nemen voor kleinschaliger zorg dichterbij
burgers?
Lees toch eens
goed wat u opschrijft! De burger heeft dit niet veroorzaakt.
Laten (nieuwe)
verantwoordelijke, integere, op soberheid ingestelde bestuurders die niet uit
zijn op eigen gewin ervoor zorgen dat zorg, onderwijs, sociale woningbouw, het
bibliotheekwezen e.d. weer kleinschalig wordt georganiseerd.
Op p. 23 ben ik
inmiddels beland
Waarom zijn organisaties uit op groei?
Toch, omdat de
overheid/politiek de condities daarvoor geschapen heeft! Dat kan ook weer
teniet worden gedaan door een krachtdadige overheid die durft in te grijpen.
Die werkelijkheid heeft zich de
afgelopen 35 jaar niet laten corrigeren door een goedbedoeld beroep op meer
verantwoordelijkheid, een appel op kleinschaligheid en intermenselijke
betrokkenheid.
Een moreel appel op burgers is
onvoldoende om de harde institutionele praktijk te veranderen.
Er moet niet op
burgers een moreel appel worden gedaan, maar op bestuurders/directies die
mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van die grote instituties, met outcome
financiering, losgezongen van de praktijk van de mensen die hulp nodig hebben.
Dat zoiets NU
al gewoon kan worden geregeld bewijst Buurtzorg. Geen koffietafelgesprek nodig,
geen burgerkracht-verhalen, gewoon de ouderwetse, degelijke wijkverpleging
laten doen waar ze goed in zijn.
Op p. 25 staat: Daarbij geldt dat min of
meer toevallige omstandigheden bepalen hoe een probleem wordt gedefinieerd: sociaal,
psychisch, justitieel; afhankelijk van de deskundige die wordt geraadpleegd.
Dat
verschijnsel wordt natuurlijk versterkt door financiële stimulansen in te
bouwen.
Die perverse prikkels,
waar u het terecht over heeft, worden wel degelijk door de overheid
gecreëerd.
De overheid
bedenkt niet dat één op de vijf Nederlanders psychische problemen heeft, maar
de overheid zorgt door voor een bepaalde inrichting van het stelsel van gezondheidszorg
te kiezen wél voor de benodigde condities om professionals tot die conclusie te
laten komen.
Professionals
zijn ook maar mensen. Als een psycholoog er financieel baat bij heeft iets als
een psychisch probleem te duiden moet hij sterk in zijn schoenen staan om het
niet te doen. Zo knipt de KNO arts nog steeds teveel keelamandelen, zo krijgt
een school steeds meer leerlingen met rugzakjes etc. etc.
Het toenemende
aantal ADHD’rs is niet het samenspel van bezorgde ouders en hulpvriendelijke
risicomijdende professionals. Er verdienen allerlei mensen aan ADHD en die
perverse prikkels moeten eruit gehaald worden.
Maar DAT vergt
moed en vereist mensen die professionals aanspreken op hun
verantwoordelijkheid. Niet hun verantwoordelijkheid voor de winst van de
maatschap, of de begroting van de school, maar de verantwoordelijkheid voor de
kwaliteit van HUN hulpverlening!
De kracht van
de zich moreel verantwoordelijk voelende professional. En zo valt er WEL aan
institutionele logica eenvoudig te ontsnappen.
P. 26.
De vraag is of de bemoeizorg van Henri
Henselmans de mensen die het betreft geholpen heeft.
Deze mensen
werden door de geïnstitutionaliseerde zorg in ieder geval niet goed geholpen.
Dit kleinschaliger initiatief van bemoeizorg door professionals hielp (denk ik)
wel.
Idem dito met
de Thomashuizen. Kleinschaliger, dichter bij de mensen. Maar wel door
professionals. En naar tevredenheid van de burgers.
De
institutionele logica van de verzorgingsstaat wordt verward met de
verzorgingsstaat waar marktwerking zodanige desastreuze gevolgen heeft gehad
dat men kennelijk meent de verzorgingsstaat wel te kunnen opdoeken. Het kind
met het badwater wegkieperen dus.
De netwerksamenleving. Online-hulpverlening:
hoe declareer je dat.
Stel je had
multi-disciplinaire teams op verschillende plekken in het land of centraal, dat
maakt bij on-line dienstverlening niet zoveel uit. Qua aantal voldoende om de
on-line hulpvragen goed en zorgvuldig te beantwoorden, bekostigd door de
gezamenlijk zorgverzekeraars. Bezetting afstemmen op de vragen die binnenkomen…..
te simpel?
Dienstverlenende instellingen die een
steeds groter probleem hebben met hun transactiekosten, de kosten die gemaakt
worden om hun dienst aan de man te brengen.
Denk aan:
marketing kosten, luxueuze onderkomens, duur betaalde directies/bestuurders
(Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen heet dat tegenwoordig) etc. etc.
Allemaal het gevolg van concurrentie en marktwerking waarbij het accent op
kosten en kostenbesparing is komen te liggen in plaats van op de vraag hoe de
hulp het beste geboden kan worden.
Bedrijfje
spelen.
In plaats dus
van het accent leggen op de vraag waar de burger baat bij heeft en waar/hoe de
professional het beste zijn vak kan uitoefenen. Jos de Blok en Bloem zijn
sprekende voorbeelden.
Dat Buurtzorg, Thomashuizen,
Broodfondsen nodig zijn
komt doordat de overheid niet durft in te grijpen bij de instituties, het
verkeerde beleid voert. De overheid zou broodfondsen kunnen faciliteren, maar
dat vraagt om een grotere overheid die dat regelt voor mensen. Een grotere publieke
sector, oei, maar dat is not done om dat te zeggen. Maar nodig is het wel.
Nu worden
broodfondsen opgericht door hoog opgeleide burgers, maar de gewone burger (daar
zijn er méér van) moet het doen met de bestaande instituties (verzekeraars
e.d.).
P. 35
De overheid voorstellen als een voorkokende
beleidsfabriek kleurt
veel te negatief.
Voor een op de on-line
netwerksamenleving ingerichte centrale overheid is het door de nieuwe
technieken juist veel eenvoudiger om centrale richtlijnen snel aan te passen
aan de decentrale praktijkervaringen en kan deze vervolgens decentraal met
uitvoerders gedeeld worden.
Zo kan Jos de
Blok met zijn uitstekende ICT systeem de Buurtzorg-medewerkers in den lande
snel informeren over nieuwe technieken, kwalitatieve impulsen, ervaringen van
teams uitwisselen etc.
Wat Bloomberg
en mogelijk Johnson gemeen hebben is hun HARTSTOCHT voor de stad, voor dat waar
ze verantwoordelijk voor zijn en hun MOED om buiten de gangbare paden te lopen
en kritiek te uiten op de centrale overheid.
Zo ook kunnen
de burgemeesters van de grote steden heel gemakkelijk een front vormen en als
bestuurders kleinschaliger verantwoordelijkheid opeisen. Ze willen vertrouwen
krijgen van de overheid en hebben een apparaat om dingen beter te regelen. Maar
kleine gemeenten hebben dat niet en hebben ook niet zo’n concentratie aan
problematiek als de grote steden!
P. 37
Burgers kunnen in vrijwilligerswerk
uitstekend hun bijdragen leveren aan de samenleving. Dat kan nog steeds. Op vrijwillige
basis natuurlijk. Zelfs makkelijker door on-line vrijwilligers te vragen voor –
ad hoc – klussen e.d.
Initiatieven
als energiecollectieven, bibliotheek-initiatieven, broodfondsen e.d. moeten
burgers ondernemen als gevolg van VERKEERDE besluitvorming van de overheid. Want
de burger zit er helemaal niet op te wachten om dergelijke initiatieven te
moeten nemen. Die wil dat dingen gewoon goed geregeld worden door de overheid.
Zaken, zoals
energievoorziening, post, wáren goed geregeld door publieke organisaties. Maar
nu krijg ik mensen van de Nuon langs die me vertellen dat het onderbrengen van
gas en elektra bij één leverancier goedkoper en efficiënter is. Inderdaad, zo
was het al geregeld voorheen.
Bibliotheken
functioneerden uitstekend. Contributie 25 euro. Nu is de contributie omhoog
naar 40 euro, maar worden er bibliotheken opgeheven en moeten mensen
uitleencentra inrichten. Gek hé! Hoe zou dat nou komen.
Mensen willen
hun geld niet meer aan Oxfam Novib geven, omdat ze lezen dat bestuurders daar
niet meer vanuit hun hartstocht hun werk doen, maar om groot geld te verdienen.
De sociale doelen van de overheid:
rechtvaardigheid, emancipatie, zorg, zijn inderdaad onverminderd geldig gebleven.
Wie zegt dat de
financiering een onoverkomelijk probleem wordt? Dat is een waanidee van
beleidsmakers. Er wordt enorm veel geld verspild, zeker ook vanwege
marktwerking (marketingbudgetten, communicatie-afdelingen, complexe verantwoordings-
en financieringssystemen, raden van bestuur en raden van commissarissen
instellen, waar vroeger één directeur zijn werk deed etc.).
Een
kleinschaliger inrichting, ingrijpen van de overheid bij megalomane projecten,
managementlagen er tussenuit … kan allemaal leiden tot besparing. En als het
puntje bij het paaltje komt zijn burgers bereid veel geld neer te tellen voor
rechtvaardigheid, emancipatie en zorg.
Dus de echte
vraag is: wat is er mis met overheidsgefinancierde instellingen? Wat is er mis
met de publieke zaak?
De publieke
zaak is verkwanseld en overgeleverd aan de moraal van de markt.
De markt waar
het de gewoonste zaak van de wereld is mij een zak peren te verkopen waarvan de
drie onderste al verrot zijn. Dan hebben we te maken met een slimme
marktkoopman. Maar ik ben als burger de klos.
De markt waar
mij dingen worden aangesmeerd die ik niet nodig heb. En ik ben als burger de
klos.
In een publieke
instelling is alles erop gericht de burger perfecte peren te leveren door
mensen die hartstochtelijk, betrokken, integer en sober die taak willen
uitvoeren. Werken in een publieke instelling staat (weer) in hoog aanzien.
Als
instellingen burgers dingen aansmeren die ze niet nodig hebben, uit winstbejag,
heeft die overheid de moed om in te grijpen en doet wat goed is voor haar
burgers.
Ze zal immers niet kunnen leiden tot het
besluit om het dan voortaan maar zonder burgerkracht te doen. De
ontwikkelingen zijn immers onomkeerbaar.
Lees wat er
staat! Hoezo onomkeerbaar?
Er dienen zich
nieuwe sociale krachten aan? Leeft u in
een andere samenleving dan ik?
Sociale wijkteams worden alleen
succesvol als ze bij burgerkracht aansluiten, zowel bij individuele burgers als
op straat- of wijkniveau?
Wat moet ik mij
nu voorstellen bij burgerkracht op straatniveau? Het is echt een onzin-zin.
Heeft u in uw straat al te maken met burgerkracht op straatniveau?
Institutionele organisaties vormen zich
om naar wat mensen nodig hebben.
Dat zou fijn
zijn inderdaad. Maar dat het nodig is om zo’n zin in een essay op te schrijven
is toch wel treurig. Er staat immers dat institutionele organisaties nu niet
zijn ingericht op wat mensen nodig hebben. Of staat dat er niet? Maar wat wordt
er dan bedoeld?
P. 45
Geholpen worden door beroepskrachten.
Inderdaad het
professionalisme moet uit de klauwen van de bureaucratie en de vrije markt
gered worden.
Professionals
moeten zich niet laten koeieneren door bestuurders, managers, ambtenaren en
burgers.
P. 48
Waar leidt u uit af dat de context sterk
wordt bepaald door lokalisering en een heroriëntatie op de leefwereld en de
eigen kracht van burgers?
In
beleidssferen kennelijk, maar in de samenleving?
Aha, 130 (!) projectleiders
die bij wijkteams betrokken zijn, denken dat. Misschien een wat eenzijdig
samengestelde groep om daar zo’n algemeen geldende uitspraak aan te ontlenen.
En dan komt er
iets moois: de AdV professional (van Achter De Voordeur): een nieuwe
professionele discipline.
Lees wat er
staat!
Deze AdV
professional gaat actief op de handen zitten (p. 49), Het staat er echt.
Movisie heeft
al een competentieprofiel opgesteld. En TMA heeft een profiel opgesteld van “best
persons”.
Als het niet zo
erg was, zouden inmiddels de tranen over je wangen biggelen van het lachen.
p. 50 spreekt over spinnen in het web
die elkaar in de weg zitten….. en dan komt de informele zorg, of breder
burgerkracht die niet langer het verlengstuk is van professionele interventies,
maar de basis van waaruit die interventies kunnen starten.
Opnieuw mijn
vraag: in welke wereld leeft u toch? Mensen die om hulp vragen komen er met hun
naaste omgeving niet meer uit. Die hele voorfase is allang gepasseerd als
mensen om hulp roepen. Dat doet de meerderheid van de burgers niet zo gauw.
De goede
buurvrouw, de kroegbaas, de collega, de vrijwilliger, de voorleesmoeder…. heeft
allemaal niet geholpen. en dan komt, terecht, de professional in beeld en die
moet dan NIET aankomen met burgerkracht .
P. 52 een relaas wat erop neerkomt dat
vooral niet-professionals in de buurtteams zouden moeten werken. OF de AdV
specialist als volwaardige discipline. Open professionaliteit???
Je probeert
problemen zoveel mogelijk op te lossen zonder specialistische tweedelijns ondersteuning.
Kijk daar hebben we het al. Dat wordt de target. Daar wordt de AdV’r op
afgerekend.
Profiel
WIJEINDHOVEN om te huiveren. Idem dito SCHEMA burgerkracht.
WIJEINDHOVEN in 2015 moeten er 350 generalisten
rondlopen die gaan gespecialiseerde zorg inkopen. Hee, was dat geen term uit de vrije
markt? Er is een kwartiermaker aangesteld. Hee, oude wijn in nieuwe zakken? Er
is zelfs een heldere missie geformuleerd. Hee, gaan we weer bedrijfje spelen? En
ja hoor, daar is de ondernemingsstructuur al!
En 350 mensen
alleen al in Eindhoven!
Samenkracht op p. 57
Met klem
verzoek ik beleidsmakers om de taal niet te misbruiken door een non-woord als
“samenkracht” te bedenken. Verschrikkelijk!
Burgers zitten ook bij de
sollicitatiegesprekken
….De verwachting is dat het snel een
jaar of twee, drie zal kosten voordat de WIJ professionals generalisten zijn
geworden.
Het staat er
echt. Dus de eerste twee, drie jaar mag er van alles fout gaan, want de
wijkteams zijn nog niet goed ingewerkt en ingespeeld op elkaar.
Maar wel: voorkomen
dat je te snel escaleert naar de tweede lijn.
Er wordt
weerstand verwacht (altijd handig, weerstand, waarmee kritiek bij voorbaat
weggewuifd kan worden).
Baken zes (p. 63) : de gemeente als
ketenregisseur die zorgt dat er in ketens wordt samengewerkt. Werkte kennelijk niet. Het is
bureaucratentaal zegt dit verhaal.
Wat dacht u van
AdV professional? Samenkracht? Burgerkracht? Is dat geen bureaucratentaal?
Maar oké,
ketens zijn weer uit. We zoeken het nu in de dagelijkse realiteit van de
mensen. Kokers moeten hun werkzaamheden niet op elkaar afstemmen, nee, ze
moeten hun kennis dienstbaar maken aan de vraag die aan de orde is.
Dan volgt een
wonderlijk rijtje uitgangspunten.
Inhoudsloos. Ga
uit van het alledaagse leven van de mensen….Zorg dat mensen eigenaar blijven van de oplossingen……….
Eigenaar van
een oplossing zijn? Is de oplossing niet goed dan is de burger eigenaar, dus is
de hulpverlener niet meer verantwoordelijk of zo? Wat bedoelt u nu toch te
zeggen?
Leg verbindingen met van alles en nog
wat maar ook met niet professionele hulpbronnen?
De deskundigen
komen naar u toe, gebiedsgericht werken ?
Wat draagt het wijkteam bij aan de
kracht van burgers en wijken? p. 67
Zomaar, in zijn
algemeenheid? Waarom moet een burger kracht hebben? Burgerkracht ontwikkelen is
een duister begrip.
P. 73 de
organisatorische inbedding………
P, 74 Het
transitie en transformatiediscours……. de
euro’s vliegen in het rond, vrees ik.
De Financiën p.79
Jeugdzorg,
AWBZ/WMO, Participatie
75% minder hulp
bij het huishouden, o nee, toch maar 50% minder. Over vertrouwen wekken
gesproken.
Er moeten
nieuwe institutionele arrangementen worden georganiseerd… Geen
competentie-ijver (dát lijkt me een goed idee), geen perverse prikkels. Ook
goed.
Gebiedsgerichte populatiegebonden
financiering
Als het al ingewikkeld
klínkt, zal het feitelijk ook wel veel te ingewikkeld zijn, denk ik.
Hilhorst: teams kunnen voor zichzelf
meer tijd verdienen als ze minder doorverwijzen naar duurdere ,
gespecialiseerde zorg. Het team krijgt dan en lagere case-load.
Er staat dus:
hoe minder een team doorverwijst, des te minder burgers ze in hun caseload
krijgen. En dat is géén perverse prikkel? Waarom zou een goede hulpverlener
geprikkeld moeten worden is de vraag. Het enige wat een hulpverlener (al dan
niet in een team) moet doen is analyseren wat er aan de hand is en de juiste
hulp verlenen: doorverwijzen als dat nodig is, niet doorverwijzen als het een
eenvoudige kwestie is.
Niet meer en
niet minder.
Er komt een kwaliteits- en
budgetregisseur…. En ja hoor, registratiesystemen.
P. 89 de hele gemeentelijke ambtelijke
organisatie moet worden heringericht
…………de euro’s
zie ik al in het rond vliegen
p. 91 Enig
cynisme is wel op zijn plaats, me dunkt.
p. 93 De burgers al probleemeigenaars
Wat wordt
hiermee bedoeld? Het begint met een
burger die hulp nodig heeft, een probleem heeft dat hij niet alleen kan
oplossen. Maakt het wat uit als hij probleemeigenaar genoemd wordt?
P. 94 en natuurlijk zullen burgers
vreemd opkijken als ze met andere oplossingen worden geconfronteerd dan een
gang naar een specialist of deskundige.
“Burgerkracht”
lijkt een soort mantra te worden. Alles is goed zolang er maar geen specialist
wordt ingeschakeld, of een deskundige. Daar gáát het toch niet om. Dat is toch
de vraag niet.
P. 95:
wijkteams onderbrengen in buurtcoöperaties???
P. 97:
Probleem 1: de breedte
Naast het wijkteam een STIP voor kleine
dingen, en een regieteam voor complexe dingen.
Maar dat leidt
tot nieuwe problemen, zo lees ik. Jongens
toch, jongens toch.
AHA, het wordt
een netwerkorganisatie waarin het wijkteam de spil is (spin in het web?)
Relevante
rapportages vanuit de loketten (STIP), voldoende massa voor de wijkteams, specialismen
op afroep onder regie van het wijkteam en heldere informatiesystemen.
Het klinkt als
een enorme warboel, waar niemand meer ergens verantwoordelijk voor is, behalve
dan de burger die probleemeigenaar is én die eigenaar is van de oplossing. Wat
probeert u hiermee nu te zeggen?
Probleem 2: de aanpak
Het idee van de wijkteams is er om te
voorkomen dat er te snel duurdere specialistische zorg wordt ingeschakeld.
Dat het beroep
op tweedelijnszorg moet worden verkleind is niet omdat die zorg niet zou deugen
en al evenmin omdat er bezuinigd moet worden, lees ik. Waarom dan wel?
Maar omdat de institutionalisering het
beroep erop onnodig heeft vergroot door financiering o.b.v. verstrekkingen.
Ligt daar niet
gelijk de oplossing voor het probleem?
Niet meer zo financieren dus. Geen perverse prikkels.
Probleem 3: de bezetting
Het belangrijkste is dat de burgers om
wie het allemaal draait zorg en aandacht krijgen op een kwalitatief passend
niveau.
Er wordt,
hopelijk, bedoeld dat de burger die om hulp vraagt goede hulp moet krijgen. Niet
meer en niet minder.
Die kwaliteit is dan wel een andere dan
die de afgelopen jaren gangbaar was, maar het is en blijft kwaliteit. (P. 100!!!)
Dit is een
wonderlijke zin. Wat wordt ermee bedoeld? Wordt de burger beter geholpen of
minder goed geholpen. Minder goed, moet de conclusie luiden, maar dat schrijven
we niet zo op, we verhullen die conclusie door dit soort taalgebruik.
Probleem 4: de buurt
Wat is de rol van de burgers? Als een
team zich niet verbindt met de burgerkracht ….
Ik probeer mij
nu een team voor te stellen dat zich niet verbindt met de burgerkracht. Wat
doet dat team dan niet? Of misschien de boel omdraaien: wat doet een team als
het “zich verbindt met burgerkracht”?
Voorbeelden:
open maaltijden van buurtbewoners, buurtcoöperaties…. To do what?
Probleem 5: de organisatie
Moet er een andere organisatievorm komen? Zijn
sociale wijkteams uitvoeringsorganisaties van de gemeente Wie bepaalt wat ze
moeten doen? Hoe en aan wie leggen ze verantwoording af? Aan de gemeente? Aan burgers?
(p. 102 inmiddels).
Dat is allemaal
nog niet duidelijk. Gelukkig, denk ik, het is nog niet te laat om in te
grijpen.
De gemeentelijke
overheid uitvoerder maken? Nee, want is een beroerde uitvoerder. Wel
democratisch gecontroleerd. Bovendien gaat de overheid niet over de informele
component. Een appel van de overheid op buurt- en burgerkracht zal verkeerd
overkomen.
De oude
(zorg-)instellingen. Idem een probleem, voortgekomen uit burgerinitiatieven
(welzijnswerk etc.) inmiddels achterban kwijtgeraakt.
Het
alternatieve veld, Thomashuizen, ouderparticipatiecrèches e.d. zijn niet op
tijd robuust genoeg…..
Over de mogelijke rol van de markt
kunnen we kort zijn: daar is perspectief als er sociale ondernemers opstaan.
Laten we reëel blijven: de kans dat hier goed geld valt te verdienen is niet
groot.
Alleen kan niemand het.
Zoeken naar samenwerkingsconstructies.
Publiek-private partnerships, maar dan een stuk ingewikkelder. ECHT, HET STAAT ER.
omdat burgers er de sturende rol in moeten
spelen, als drager, agendasetter, als opdrachtgever en verantwoordingskader. Het
enige wat vooralsnog duidelijk is is de zoekrichting.
Let wel: de
zoekrichting. Intussen worden er, kennelijk, honderden ambtenaren met deze
beleidsbrij en mistige terminologie overladen. Gaan ze vast en zeker naar
trainingen, cursussen, workshops. Worden er adviesbureaus ingehuurd. Verdienen
zzp’rs die met de mistige beleidstermen kunnen rondstrooien er bakken geld aan.
Probleem 6: de financiering
Outcome financiering op het behalen van
resultaten in een gebied/populatie
Allemaal niet
duidelijk gedefinieerd. Mist.
De ratio van de vernieuwing is niet dat
er bezuinigd moet worden.
En gie geleuft
dat? Welk idee zit er dán achter?
Werkverschaffing? Zullen we maar weer eens iets nieuws beginnen in plaats van
analyseren wat er mis is in de huidige instituties en dát snel en simpel aanpakken.
De wijkteams zullen niet alleen
zorgconsumptie terugdringen, maar ook aanwakkeren als ze burgers outreachend
tegenkomen die wel zorg nodig hebben en het nog niet hadden.
Het woord
“outreachend” nog even daargelaten…. inderdaad, wie burgers gaat vragen of ze
soms ergens hulp bij nodig hebben, loopt de kans dat het antwoord ja is en als
een probleem dan goed wordt opgelost, is dat geen zorgconsumptie, maar goede,
adequate hulpverlening, die mogelijk zelfs een groter probleem heeft voorkomen.
(Maar bewíjs dat maar eens, dat kan natuurlijk niet. Dat is een kwestie van
vertrouwen op de deskundigheid van de hulpverlener. Zorg er alleen wel voor dat
er geen perverse prikkels zijn).
Een acuut probleem is dat de kost voor
de baat uitgaat. Reorganiseren kost geld.
Juist, en
vooral als slechts de zoekrichting duidelijk is. Nou ja, duidelijk… Ik vrees dat er al vele euro’s verspild zijn.
p. 106 Innovatiestrategie. Nederland zit
middenin de grootste sociale omwenteling sinds 100 jaar.
Het staat nu
echt vast, ik heb onder een steen geleefd de afgelopen jaren.
De verzorgingsstaat wordt ontmanteld en
op lokaalniveau komt iets nieuws, maar men weet nog niet goed wat. Het is de
bedoeling dat in elke gemeente het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Alleen dan
kan een gevoel van eigenaarschap ontstaan.
Het staat er
allemaal echt. Ik heb het niet verzonnen.
Op ambtelijke wijze lokale
welzijnslandschappen creëren. Het staat er echt.
Het moeten werkplaatsen worden waar
vertrouwen vorm kan krijgen.
De kunst zal zijn om de sociale
wijkteams de tijd te gunnen om zich dit vertrouwen eigen te maken.
MIJN CONCLUSIE
Na lezing van
de eerste helft van het essay kwam het woord beleidsbrij bij mij op. Ik heb het
nu helemaal bestudeerd en als bezorgde burger slaat mij de schrik om het hart
dat er in dit soort vage termen gesproken worden over hulpverlening aan
burgers. En dat er een – kennelijk – grootschalige verandering in gang wordt
gezet zonder duidelijke analyse en zonder duidelijk doel en zonder dat de
burger iets gevraagd wordt.
Het komt op mij
over als totaal losgezongen van de werkelijkheid.
En ik vrees dat
u dat niet zult herkennen, omdat u zich waarschijnlijk begeeft in gezelschappen
waar het gebruikelijk is om zo te praten en te schrijven.
Ik hoop dat ik
het mis heb, maar ik vrees het ergste.
Ans Bouter
14 oktober 2013
Labels:
burger,
decentralisatie,
gemeente,
hulpverlening,
VNG,
wijkteams,
zorg
zaterdag 12 oktober 2013
Doen wat niet nodig is
Het kabinet heeft met de gedogende oppositie in het
begrotingsakkoord een zwaar pakket afgesproken dat mensen gaat treffen.
Hoe kan het dat een sociaal democratische partij als de PvdA
met zo’n pakket instemt? Zo ook de ChristenUnie, ze zou zich de ogen uit het
hoofd moeten schamen.
We doen wat nodig is, wordt er gezegd, maar het kabinet doet
nu juist wat niet nodig is en brengt in tijden van crisis geld naar burgers die dat
helemaal niet nodig hebben.
Zelfs binnen het IMF is men er achter, zo lees ik in de
Volkskrant van 11 oktober jongstleden, dat een eenmalige heffing van 10% op het
spaargeld van alle rijke burgers de staatsschulden binnen de eurozone zou terugdringen
tot houdbare niveaus.
Zo is alleen al in Nederland het vermogen van 92.000 burgers
met gemiddeld 5 ton gegroeid sinds 2007. Ik schreef er al meer over. Daar hebben zij niets voor hoeven
doen. Het kwam als rente op vermogen aanwaaien. Als we hen zouden vragen
hiervan eenmalig de helft af te staan, zou er 23 miljard beschikbaar zijn en
zou er geïnvesteerd kunnen worden, gestimuleerd en konden de bezuinigingen van
tafel.
Deze burgers, de 92.000 miljonairs onder ons, zouden er
niets van merken. Ze hielden slechts een beetje minder meer over dan ze in 2007
al hadden, maar zouden nog steeds miljonair zijn en bovendien zich op de borst
kunnen kloppen dat ze hebben geholpen de economie uit het slop te trekken.
Maar nee, liever neemt het kabinet maatregelen die chronisch
zieken en mensen met de laagste inkomens treffen onder het mom dat ze doen wat
nodig is.
Helden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
