donderdag 1 december 2011

Blij met Van Bijsterveldt


Dat ik dit nog mag meemaken dacht ik gisteren toen ik de Volkskrant van de mat plukte: “Besteed meer tijd aan kinderen desnoods ten koste van werk” luidde de kop op de voorpagina. Maar toen ik  even tot me door liet dringen wat er stond en na alle reacties op radio en TV gehoord te hebben zonk de moed me bijna in de schoenen.
Wat heeft een halve eeuw emancipatie ons nu eigenlijk opgeleverd?

Aan tafel bij Pauw en Witteman moeders die er trots op zijn echt geen tijd aan hun kinderen te besteden. Zó ouderwets! Vaders in columns die beweren dat er juist te véél aandacht aan kinderen wordt besteed. Laat ze toch met rust!
Zelfs werd er beweerd dat Van Bijsterveldt er wel voor moest zorgen dat haar appèl op de goede doelgroep werd gericht, namelijk Tokkies en Hoogopgeleide Ouders. Wat hebben die met elkaar gemeen dacht ik nog enkele seconden.

Maar ik liet me niet uit het veld slaan en vond inspiratie in de woorden van Van Bijsterveldt en besloot aan de berichtjesregen op Twitter wat prikkelende tweets toe te voegen. Ter lering ende vermaak.
Hier komen ze, voor degenen die Twitter een verderfelijk medium vinden.

Van Bijsterveldt brengt veel teweeg: man acht druk op vrouw nu te groot en richt Rent-a-Parent op.

Moeders waren net zo lekker op weg hun kinderen ook niet ten koste van hun werk te laten komen.

Kinderopvang Berend Botje verzorgt nu ook de Opschoolse opvang (OSO), incl. 10 min gesprek en inhuur thuismoeders.

Tokkies en hoogopgeleide ouders vinden elkaar in de strijd tegen Van Bijsterveldt.

Brede school moet uitbreiden vanwege huisvesting au pairs van ouders die kiezen voor 100% uitbesteding; #VanBijsterveldt is verheugd.

Uitzendbureau “Rent-a-Parent” heeft nieuw motto: “U baart en wij draven”.

Arriva geeft #VanBijsterveldt goede voorbeeld: in Groningen wordt schooltijd aangepast aan leerritme kinderen vanwege treinsteltekort… tja.

Taskforce VoltijdMin onder druk vaders uit ijskast: wij eisen rol op bij opvoeding kinderen.

Maar of het helpen zal?








zondag 23 oktober 2011

Zal het vanzelf wel goedkomen?

(stukje verschenen in VK-blog van 7 maart 2011)

Ja, stelt Frank Kalshoven in zijn column in de Volkskrant van afgelopen weekend, het komt vanzelf wel goed met de vrouwen. Bij jonge generaties is  tweeverdienen namelijk ook écht tweeverdienen geworden. Dat wil zeggen dat bij jonge stellen beide partners tegenwoordig ongeveer evenveel uur werken en dat het percentage jonge vrouwen dat meer verdient dan de mannelijke partner gegroeid is naar 45%. Bovendien doen meisjes het in het onderwijs beter dan jongens en dit onderwijssucces zal zich, volgens Kalshoven, vertalen in arbeidsmarktsucces. Hij verwacht dat over pakweg 20 jaar er ook een andere verdeling zal zijn van hoogleraarschappen (nu nog slechts 12% vrouwen) en (top)-managementfuncties in de publieke en private sector (nu nog slechts resp. 26% en 9% vrouwen).

Je zou willen dat hij gelijk had, maar aan de gelijkmatige ontwikkeling die zich bij jonge generaties op de arbeidsmarkt voordoet komt in de meeste gevallen abrupt een eind zodra het eerste kind van het stel geboren is. Als we aan dat verschijnsel iets willen veranderen, moet er nog een hoop gebeuren.
Kalshoven vindt overigens óók dat de overheid zich nog wel degelijk met emancipatie moet bezighouden. De emancipatie van vrouwen dan, welteverstaan. De economische zelfstandigheid hanteert hij daarbij als toetssteen. En terecht!
Om vervolgens vast te moeten stellen dat zelfs bij een definitie van economische zelfstandigheid op een minimum van 10 duizend euro per jaar meer dan de helft van de vrouwen dat niet haalt. En hoe komt dat? Wel:
·   Minder dan mannen vinden vrouwen werk belangrijk om in hun eigen levensonderhoud te voorzien
·   Minder dan mannen voelen vrouwen de financiële noodzaak om te
    werken.
(NB: teken aan de wand: voor alleenstaande vrouwen zonder kinderen gaan deze stellingen niet op).

Aan deze mentaliteitskwestie wil Kalshoven onder meer met behulp van financiële prikkels iets zien te veranderen, want het is een serieuze drempel op weg naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen en economische zelfstandigheid voor allen.
Inderdaad, maar voordat hij met de uitwerking van de financiële prikkels aan de slag gaat voor één van zijn volgende columns wil ik nog een essentieel element aan de discussie toevoegen. Oók een mentaliteitskwestie:
·   Minder dan vrouwen voelen mannen zich verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen

‘So what’, zou je misschien denken, wat heeft dat met de economische zelfstandigheid van vrouwen te maken? Alles! Ik durf zelfs de stelling aan dat zolang de mentaliteit van mannen op dit punt niet verandert de eerder genoemde percentages van 12, 26 en 9% zelfs nog niet in de buurt van de 50% zullen gaan komen, zelfs dus na decennia van emancipatiestrijd.

Tenzij je als ideaal voor ogen staat dat in de samenleving vrouwen zich, net zo min als mannen, voor het welzijn van hun kinderen verantwoordelijk gaan voelen. En dat lijkt inderdaad de nieuwe norm te zijn geworden. Gestimuleerd door financiële prikkels gaan stellen samen elk 4 dagen aan de slag. Op het Women Inc. Festival is de 4-daagse werkweek voor mannen al één van de vier aanbevelingen in het plan dat economen, waaronder Esther-Mirjam Sent, daar gepresenteerd hebben.
Dat de consequentie daarvan is dat de kinderen van al die stellen straks op zijn minst 3 dagen per week naar de kinderopvang moeten, wordt beschouwd als een verworven recht van de vrouwen. Of gezinnen hier wel bij varen is een vraag die nauwelijks meer gesteld wordt.

Maar waarom zouden we eigenlijk genoegen nemen met zo’n schraal ideaal? Zouden idealen niet inspirerend en uitdagend moeten zijn? Iets wat de moeite waard is om na te streven?

Gelijkheid in het maatschappelijk leven en economische zelfstandigheid voor allen kan ook gerealiseerd worden door te stimuleren dat stellen in de periode dat zij hun jonge kinderen moeten opvoeden en verzorgen wat minder ‘arbeidsparticiperen’ en meer ‘opvoedingsparticiperen’. Dat komt het welzijn van alle betrokkenen ten goede (minder stress, meer arbeidsvreugde en een evenwichtiger en afwisselender bestaan) en leidt uiteindelijk tot de gewenste fifty-fifty deelname van mannen en vrouwen aan het maatschappelijk leven.
Probeer dit alternatief u eens voor te stellen:
·   Het traditionele loopbaanpatroon wordt zo doorbroken: zowel mannen als vrouwen doen tijdelijk een stap terug en hun carrières kunnen gelijkvormiger worden. Niemand hoeft te stoppen met werken. Als het normaal wordt dat mannen met kinderen (aanzienlijk) minder uren werken, zullen ze merken dat hun carrière geen schade lijdt als zij hun werk tijdelijk op een lager pitje zetten en zullen zij bereid zijn meer tijd aan hun kinderen te besteden. Dat dat ook nog eens ontzettend leuk is, hoeven ze dan niet pas te ontdekken als ze opa zijn geworden.
·   Werktijden worden weer aan schooltijden aangepast en niet omgekeerd! En het leerritme van kinderen staat daarbij centraal.
·   Het arbeidspotentieel van de kinderopvang kan worden ingezet bij de verzorging van hulpbehoevende ouderen; goed in verband met de vergrijzing
·   Uit onder meer de kinderopvanggelden die vrijkomen kunnen de financiële prikkels worden bekostigd om de opvoedingsparticipatie van vrouwen én mannen te bevorderen.

De vier stellingen uit het plan dat de economen op het Women Inc. Festival hebben aangeboden zouden dan een tikje anders luiden:
1. stimuleer flexibele arbeidstijden voor allen
2. stimuleer levenslange, afwisselende loopbaanpatronen die gekoppeld zijn aan de levensfase en resulteren in een evenwichtige deelname aan het maatschappelijk leven en economische zelfstandigheid voor allen
3. stimuleer een gezonde scheiding tussen het privé- en het werkdomein (wordt van ouderwetse loonslaaf geen slaaf van het nieuwe werken)
4. stimuleer niet alleen arbeidsparticipatie van vrouwen, maar ook opvoedingsparticipatie van mannen

Vele vliegen in één klap zou ik zeggen, maar wel minder makkelijk te realiseren dan het schrale ideaal van de 4-daagse werkweek met 3 dagen kinderopvang.
Déze aanpak vraagt namelijk ook om een mentaliteitsverandering bij mánnen in plaats van alleen maar mentaliteitsveranderingen bij vrouwen. Maar ik zou niet weten waarom dat niet zou kunnen. Een mooi, uitdagend ideaal om na te streven.


Papaplus

(stukje verschenen in VK-blog van 10 mei 2009)

Fantastisch! Eindelijk een initiatief van mannen met lef: Papaplus. En dan ook nog van de jonge generatie die voor zichzelf een leukere en gezondere toekomst ziet die uit meer bestaat dan alleen maar werken. Je hoeft inderdaad niet eerst opa te zijn geworden om je te realiseren wat je allemaal gemist hebt bij de opvoeding van je eigen kinderen.
De inzet van de actie is nog bescheiden. Maar wie het kleine niet eert is het grote niet weerd tenslotte.

De man met wie ik al dik 30 jaar samenleef, was járen geleden al zo’n lefgozer. Hij trok zich niets aan van heersende beelden over wat een man al dan niet zou moeten doen of laten en nam samen met mij de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van onze kinderen op zich. Hij had ze immers, net als ik, zélf gewild. Niet voor één dag in de week een papadag en een mamadag, maar gewoon toen de jongens nog klein waren elk 50% werken en 50% opvoeden en later toen ze naar school gingen elk 70% werken en het werk zo slim organiseren dat ze slechts bij hoge uitzondering naar de overblijf hoefden en er ‘s middags altijd iemand thuis was. Gezellig! Daarnaast druk met helpen op school, in het bestuur e.d.

Waarmee ik maar wil zeggen dat volwaardig vaderschap meer is dan genieten van je kind op je papadag. Dit zeg ik niet om te mekkeren, maar om te laten zien dat er nog veel méér te genieten en te realiseren valt als mannen sámen met vrouwen zich gaan inzetten voor flexibiliteit op het werk. Niet alleen qua werktijden, maar ook wat betreft aanpassing van je werktijd aan de fase waarin je leven zich bevindt (werk & studie, werk & kinderen opvoeden, werk & je ouders helpen, werk & je ervaring delen met jongeren, werk & ……….).

Waarom zou je kiezen voor 2 keer 4 dagen werken? Doe je dan recht aan de wensen en verlangens van beide ouders, zoals in het manifest van Papaplus staat? Van wie moeten ouders eigenlijk zoveel mogelijk buitenshuis werken en zo min mogelijk tijd aan het grootbrengen van hun kinderen besteden? Voor wie kies je eigenlijk als je als stel een papadag en een mamadag hebt geregeld en je kinderen drie dagen naar de kinderopvang brengt? Als dat het ideaal is waar we naar streven, dan vind ik dat persoonlijk een nogal schraal ideaal!

Terwijl het dus gewoon ánders kan.
Niet door wat de overheid nu doet: inzetten op kinderopvang en ouderschapsverlof.
Kinderen moeten worden opgevoed en verzorgd en niet alleen maar opgevangen. (Groot-)ouderlijke onverdeelde aandacht is echt mijlenver verheven boven de aandacht die een leidster kan besteden aan je kind als ze 15 andere kleintjes moet opvangen. En het pleidooi om mannen 2 weken vaderverlof te geven na de bevalling is natuurlijk helemaal om te lachen. Alsof je in 2 weken klaar bent met de opvoeding van je kind.
Wat dan wel?
  • bijvoorbeeld koersen op een arbeidstijd van zo’n 30 uur per week in plaats van 40 uur. 30 als de nieuwe standaard. Eng hé!
  • bijvoorbeeld werknemers het recht geven op 10 uur arbeidstijdvermindering als je kinderen hebt die jonger dan 4 zijn
  • Wie naast zijn 30 uur werken niet wil studeren, cursussen volgen, opvoeden of zich anderszins maatschappelijk wil inzetten kan altijd nog gaan overwerken

Het initiatief van FNV Jong en de Papaplus site is echt prachtig! De taskforce deeltijdplus is immers gedoemd te mislukken en dat is maar goed ook. Jonge vrouwen en jonge mannen hebben de toekomst. Die kunnen samen voor serieus vaderschap en moederschap kiezen. Creatieve oplossingen verzinnen. Niet accepteren dat een manager zegt dat werk niet in 50% of 70% van de tijd kan worden uitgevoerd.
Dat kan wel als je in de raad van commissarissen zit kennelijk of als je als interimmer een paar klussen tegelijk doet. Echt kletskoek dus en gebrek aan creatief vermogen.
Belangrijk middel om de door jullie gewenste mentaliteits-/cultuurverandering op gang te brengen is overigens de taal. We moeten vaders en opvoeding, vaders en hun kind e.d. in de taal inbrengen. Het moet “not done” worden zinnen te noteren als “we moeten het debat over vrouwen en werk stimuleren”.  Daar gaat het helemaal niet om. Vrouwen werken al lang. Maar mannen voeden nog niet of nauwelijks op.
Maar dat gaat veranderen, zeker als jullie je doelstellingen nog wat ambitieuzer maken. Veel succes toegewenst!!


Vrouwen en auto's

(stukje verschenen in VK-blog van 25 maart 2011)


In de Opzij van april stond in een artikel over Werk en Leven in 2035 de vraag centraal of we over 25 jaar nog steeds in het parttimeparadijs zullen leven of dat we tegen die tijd kinderen via een externe baarmoeder zullen krijgen zodat we altijd kunnen werken.
Alsof er nu al sprake zou zijn van een parttimeparadijs. Niet voor mannen, zo wordt later in het artikel duidelijk. Voor hen is de maatschappelijke norm nog steeds kostwinner zijn en fulltime werken. En die paar parttime werkende mannen die er zijn, proppen dan vaak ook nog zoveel mogelijk uren in de 4 dagen dat ze meestal werken. En wat parttime werkende vrouwen betreft: zij worden onder druk gezet om grotere parttime banen te nemen, liefst zou men zien dat ze fulltime gaan werken.
Het parttimeparadijs wordt kennelijk niet als erg paradijselijk ervaren!

Dat klopt. Parttime werkende vrouwen doen zichzelf namelijk ernstig tekort. Het is DE reden waarom ze de top maar niet bereiken en de enige manier waarop ze daar verandering in kunnen brengen is zich voortaan fulltime gaan wijden aan de arbeidsmarkt. Net als de mannen. Ga maar na.
Na de geboorte van hun eerste kind werkt het merendeel van de mannen gewoon door alsof er niets gebeurd is of regelt het zo dat een patroon van 4 x 9 gevolgd kan worden. Het gemiddelde inkomen van mannen stijgt dan ook door tot ze een jaar of 50 zijn, bij vrouwen neemt het toe tot hun 30e  en dan stabiliseert het. In een artikel hierover van het CBS (Sociaal-economische trends 3e kwartaal 2010) las ik dat dit samenhangt met het gegeven dat veel vrouwen rond die leeftijd hun eerste kind krijgen.

Dat veel vrouwen rond hun 30e  hun eerste kind krijgen? Krijgen mannen geen kinderen dan? Je zou inderdaad denken van niet. Zou dat de reden zijn dat het inkomen van mannen gewoon kan blijven stijgen tot ze een jaar of 50 zijn? Ze kunnen zich inderdaad, wat de opvoeding van hun kinderen betreft, er met een Jantje van Leiden vanaf maken en zijn dus ten opzichte van hun vrouwen in het voordeel.
Maar hoe verander je dat?

Stel je twee auto’s voor: de ene mét de andere zónder aanhangwagen. De auto zonder zal eerder de finish bereiken. Wil je beide auto’s gelijke kansen geven, dan zijn er volgens mij toch echt twee oplossingen mogelijk: de aanhangwagen loskoppelen of achter de andere auto ook een aanhangwagen hangen.
Waarom wordt die laatste optie toch altijd over het hoofd gezien als het over emancipatie gaat?

Waarom mag Adam niet in het parttimeparadijs leven, samen met Eva? Alsof het leven ook voor mannen niet veel plezieriger is als ze hun werk kunnen combineren met andere belangrijke zaken, zoals: studeren, kinderen grootbrengen, vrijwilligerswerk doen, ouders ondersteunen, hobby’s erop nahouden en dergelijke.
Ook mannen mogen genieten van hun kinderen en zich bevrijden van het juk van de fulltime werkweek en het kostwinnerschap. En vrouwen moeten zich op hun beurt niet alleen verantwoordelijk voelen voor hun kind, maar ook voor het gezinsinkomen.
Er is dus een voor de hand liggend alternatief voor de optie van zoveel mogelijk werken en zo min mogelijk voor je eigen kinderen zorgen, namelijk allebei parttime gaan werken na de geboorte van je kind en samen zelf voor de opvoeding zorgen. Dat komt het welzijn van man, vrouw en kind ten goede.
Het gaat bij emancipatie namelijk om het welzijn van een véél grotere groep mensen dan alleen die paar lieden aan de top, namelijk: al die mannen en vrouwen die de periode dat ze met hun kinderen als gezin samenleven steeds meer als een enerverende, stresserende en uitputtende periode in hun leven ervaren! Dáár moeten we iets aan zien te doen.

En niet door flexibel werken te introduceren of het Nieuwe Werken. Dat beschouw ik als de nieuwste bedreiging voor het gezin met jonge kinderen. Want wie nu nog zeurt dat ie tijd tekort komt is echt een eersteklas loser! Je kunt je werk ten slotte overal en nergens doen, dus ook best ’s avonds laat of ’s morgens vroeg als je kinderen in bed liggen.
Arbeid is dan alomtegenwoordig in het leven. Is dat iets aanlokkelijks? Zo zijn we weer terug bij af, terug naar de tijd waarin arbeid het merendeel van het leven opslokte. In plaats van ouderwetse loonslaaf worden we slaaf van het Nieuwe Werken.

Als we daarentegen echt het parttimeparadijs zouden realiseren, dan hoeven we niet meer zo onevenredig veel aandacht te besteden aan het onderwerp meer vrouwen in de top. Dat wordt dan namelijk een kwestie die zich uiteindelijk vanzelf zal oplossen als het proces van verantwoordelijkheid delen is voltooid. Als mannen en vrouwen parttime werken zolang ze kleine kinderen hebben, krijgen mannen net als vrouwen tijdens de race een aanhangwagen aangekoppeld, zo rond hun 30e levensjaar, en hebben ze niet langer een voorsprong in de race.
Bovendien zullen beiden het positieve effect bemerken van het loskoppelen van de aanhangwagen (als de kinderen groot zijn). Ze zijn allebei gewoon nog in de race en kunnen weer versnellen, net zoals ze deden voordat ze met aanhangwagen moesten  leren rijden (wat overigens ontzettend leuk en leerzaam is!). Vrouwen dus net zozeer als mannen. De loopbanen van mannen en vrouwen zullen daardoor gelijkvormiger worden én vrouwen zullen net als mannen gewoon economisch zelfstandig zijn, ook op latere leeftijd.
En last but not least: hun kinderen krijgen het goede voorbeeld voorgeleefd. Echt, er komt een tijd dat we niet beter weten.




Neem de tijd

(stukje verschenen in VK-blog van 5 november 2010)

Volgens de één kan de overheid enorme besparingen realiseren door het zwangerschaps- en bevallingsverlof uit te breiden naar  één jaar (Marisle Eerkens VK 29-10-10) volgens de ander is de uitbreiding van 16 naar 20 weken al te duur (Arjan Heyma  VK 03-11-10).
De vraag is echter wie er gebaat is bij uitbreiding van het verlof. Laten we het eens van een andere kant bekijken.

Marisle Eerkens stelt dat de belangen van jonge kinderen het best zijn gediend met beleid dat het ten minste mogelijk maakt dat één van de ouders gedurende de eerste twaalf maanden voor het kind kan zorgen. Scandinavische landen bewijzen dat dit geen utopie is.
Helemaal mee eens. Maar, ik stel voor een alternatief Nederlands model te ontwikkelen, onder het mom Samen uit, samen thuis. Een model dat positiever uitpakt voor alle betrokkenen en niet duurder is, omdat het geld dat er nu omgaat in allerlei kindregelingen anders wordt besteed.

Tijd om bij te komen
Als vrouwen hun bevallingsverlof via ziekteverzuim wat kunnen verlengen als 10 weken verlof niet voldoende is gebleken om bij te komen van de bevalling, dan hoeft het algemene bevallingsverlof niet te worden uitgebreid.

Tijd om te werken
De wet aanpassing arbeidsduur maakt het voor ouders makkelijker minder uren te gaan werken om zelf voor hun kinderen te zorgen. En deze wet is er niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. Ik zet het er toch maar even bij.
Na er weken tussenuit te zijn geweest wil vrouwlief na de geboorte immers ook wel weer eens aan het werk. Afwisseling, nieuwe energie opdoen, even ‘vrij’ van de verantwoordelijkheid voor haar kind. En nu de borstvoedings- en herstelperiode voorbij is, kan de man zijn rol opeisen in de verzorging van zijn kind. 
Al het gepuzzel dat nodig is om praktisch te regelen dat beide ouders kunnen werken en voor hun kind kunnen zorgen heeft veel weg van het geregel rond de kinderopvang. Zij het dat als ouders zelf hun eigen kinderen opvangen er één partij minder is waar rekening mee hoeft te worden gehouden.

Geld om voor je kind te zorgen
Ouders die zelf voor hun kinderen willen zorgen worden door de overheid bestraft voor dit gedrag. De overheid zet haar kaarten op arbeidsparticipatie en kindervang en denkt zo niet verder dan haar neus lang is.
Nu UNICEF zich kritisch heeft uitgelaten over de kwaliteit van de kinderopvang en nogmaals is gebleken dat de ouderlijke ongedeelde aandacht essentieel is voor de ontwikkeling van het jonge kind, kan de overheid er niet meer onderuit haar beleid aan te passen.
Het geld dat nu aan kinderopvangtoeslag en ouderschapsverlof (kosten van de vervanging) wordt besteed, wordt in het Nederlandse model dat ik voorsta omgezet in een regeling ter compensatie van het inkomensverlies dat ouders lijden als zij minder uren gaan werken na de geboorte van hun kind.

Vrije keuze
Ouders kunnen dan nog steeds zelf beslissen wat ze doen. Blijven ze beiden werken, dan is er geen sprake van inkomensverlies en kunnen ze met het verdiende geld de crèche of een oppas betalen. Gaan ze minderen, allebei of één van de ouders, dan ontvangen zij (gedeeltelijke) compensatie.
Of het wijs is die compensatie te koppelen aan het inkomen van de individuele ouder zou nader onderzocht moeten worden. Wie het hoogste inkomen heeft, krijgt dan de hoogste (gedeeltelijke) compensatie. Zolang het nog zo is dat mannen vaak het hoogste inkomen verdienen, kan dit een extra stimulans voor hen zijn om de voordelen van het zelf zorgen voor je kinderen aan den lijve te ervaren.
Ook zou het instrument van compensatie ingezet kunnen worden om te stimuleren dat ouders eerder kinderen krijgen. Dit heeft verschillende kostenbesparende effecten.   
Kortom: met minder regelingen méér positieve effecten bereiken.

Het Nederlandse model leidt niet tot hyperparenting, waar Jerien Klaver het in de Brief van de dag (VK 04-11-10) over heeft. Ouders hoeven het niet 100% goed te doen, sterker nog, dat kúnnen ze helemaal niet. Wie vindt dat ie wel wat beters te doen heeft, kan zijn kind misschien beter aan een ander overlaten. Kinderen kunnen gelukkig onder allerlei omstandigheden opgroeien tot volwassenen.
Maar juist in een tijd waarin we zelf in hoge mate kunnen bepalen wanneer het tijd wordt voor kinderen, zou ik zeggen, néém dan ook de tijd! Je kunt het namelijk niet overdoen.






Het nieuwe evenwicht

(Stukje verschenen in VK-blog van 22 september 2009)

Alles of niets
Kort na elkaar las ik weer eens artikelen in De Volkskrant over emancipatie. Van het ene uiterste viel ik in het andere. Eerst was Pia Dijkstra aan het woord, die in de Taskforce Deeltijdplus bezig is vrouwen te stimuleren meer uren te gaan werken. De grote deeltijdbaan als dé oplossing. Er kwam vooralsnog niet veel van terecht, zo bleek.
Vervolgens had Elsevier journaliste Marike Stellinga het over het glazen plafond waarover ze een boek geschreven had. Haar conclusie: tikje onzin dat plafond.

Wie wil er naar de top
Volgens Marike Stellinga is er echt maar een kleine groep vrouwen die de top wil halen en daar alles voor opzij wil zetten. Ik denk wel dat dat klopt, maar er is ook maar een heel kleine groep mannen die de top wil halen. Massa's mannen gaan elke dag gewoon naar hun werk, doen wat ze moeten doen, verdienen hun geld en geen haan die er naar kraait. En dat is maar goed ook, want het aantal banen aan de top is beperkt.
Een beetje beter verdelen van die topbanen over mannen en vrouwen zou al een nobel streven zijn. Eerst maar eens kijken of dat wil lukken.

Actie - reactie
In het interview met Pia Dijkstra viel op dat het woord mannen er niet in voorkwam. Het ging wel over kinderen en de indruk werd gewekt alsof die er zomaar plompverloren opeens blijken te zijn, zonder enige actie van betrokkenen en dat vrouwen vervolgens met de problemen zitten.
Een dergelijke voorstelling van zaken tref je weleens meer aan. Dat doet toch onvoldoende recht aan mannen. Alsof die zich niet zouden realiseren dat als er een kind verwekt wordt je dit kind niet zomaar aan zijn lot kan overlaten. Maar vooral doet dat geen recht aan kinderen die van jongs af aan zichzelf als een probleem gedefinieerd zien. Je snor drukken, nadat je er actief aan meegewerkt hebt een kind ter wereld te laten komen, is een onverantwoorde reactie. 

Verantwoordelijkheid dragen
Wie schuift nu welke verantwoordelijkheid af op een ander? Vrouwen die denken " laat hij de kost maar verdienen", zijn net zo onverantwoord bezig als mannen die denken "laat zij maar voor het kind zorgen".  Zo is ook de keuze om allebei keihard door te blijven werken na de geboorte en je kind naar de kinderopvang te brengen in mijn ogen het afschuiven van verantwoordelijkheid. Het ligt zo voor de hand om je niet te beperken tot óf de één werkt en de ander zorgt, óf allebei blijven we werken.
Wat is erop tegen om de verantwoordelijkheid voor iets wat je allebei graag wilt - een kind - samen te delen? 

Een evenwichtig voorstel
Er moet in een gezin geld verdiend worden en er moet voor elkaar gezorgd worden. Laten dat nou dingen zijn die allebei de seksen uitstekend kunnen. Vrouwen krijgen gemiddeld kinderen tussen hun 25ste en 40ste jaar, staat in het interview met Pia Dijkstra. Laten dat nou ook precies de jaren zijn dat mannen gemiddeld kinderen krijgen.
Het voorstel van de Taskforce Deeltijdplus is te bewerkstellligen dat je ook na je 45ste carrière kunt maken. Maar, grappig genoeg, gaat het dan alleen over vrouwen. Er wordt voetstoots geaccepteerd dat mannen wél carrière kunnen maken tussen hun 25ste en 40ste jaar. Vrouwen die dat ook willen, moeten dan maar mannen na-apen, ook al gaat dat ten koste van hun beider kind.
Terwijl de slimmere oplossing toch zó voor de hand ligt: als het voor beide seksen normaal zou worden om tussen hun 25ste en 40ste minder uren te werken (zodat ze zelf voor hun kinderen kunnen zorgen), dan zouden de condities voor beide seksen om carrière te kunnen maken hetzelfde zijn. Na je 40ste is er dan nog genoeg tijd - ruim 25 jaar - om helemaal tot aan de top door te stoten voor wie dat graag wil. 

Geen halve maatregelen, een tegendraadse aanpak
Onder het mom van feminisme 3.0, een term die door OPZIJ i.c. Margriet van der Linden in het leven geroepen is, lijkt het me wijs om nu gewoon een paar concrete dingen te gaan doen én te gaan laten.
Een tegendraadse aanpak is nodig!
Een aanvalsplan dat individuele mannen en vrouwen ondersteunt in het op een moderne manier inrichten van hun leven. Betrokken bij werk en kind en de eigen ontwikkeling, zich inzettend voor het bedrijf, de studie en de school; soepel, ontspannen en zonder stress lekker aan de slag.  

Wat kunnen we laten?
Verlaat het pad van het verlof (ouder ben je voor altijd), de levensloopregelingen (veel te gecompliceerd en behoudend), de papadag (wat ben je op de andere dagen?) en de kinderopvang.
Weg met het schrale ideaal van zoveel mogelijk werken en zo min mogelijk voor je kinderen zorgen. Geniet allebei van je kinderen, die paar jaar dat je ze in je nabijheid hebt en gun hen zoveel mogelijk ouderlijke aandacht.
Weg met de moederschapscultus die vaders buiten spel zet. Vaderschap is niet minder waard dan moederschap. Kinderen zijn gewend geraakt aan moeders die opvoeden en werken, en zullen ook gewend raken aan vaders die opvoeden en werken.
Weg met het idealiseren van de consumptiemaatschappij. Ooit is ons beloofd dat automatisering ons meer vrije tijd zou opleveren, het tegendeel lijkt bewaarheid te zijn geworden. Mogelijk dat het tekort aan betaalde arbeidskrachten in de zorg ons zal helpen meer vrije tijd voor onszelf te creëren. Tijd die we kunnen gebruiken om voor onze dierbaren te zorgen. 

Wat moeten we doen: de 4 C's
Kies voor de combinatie kostwinnerschap & kinderopvoeding voor beide seksen, continuïteit in carrièreontwikkeling, een consistente aanpak van overheidsbeleid en ondernemingsbeleid en een consequent taalgebruik.

Combinatie kostwinnerschap & kinderopvoeding
Maak financieel aantrekkelijk dat beide seksen kostwinner en opvoeder zijn. Ze kunnen beiden - indien nodig -  economisch op eigen benen staan en bouwen pensioen op. Ze voeden beiden de kinderen op. Voor dat werk ontvangen beiden een belastingkorting ter financiering van de opvoedende taken. Die belastingkorting is zó ingericht dat zelf samen je kinderen opvoeden financieel aantrekkelijker is dan kinderopvang.
Het grootste deel van de kinderopvanggelden wordt overgeheveld naar die belastingkorting die gekoppeld is aan het salaris/loon van de individuele ouder. (Je bent een dief van je portemonnee als je er geen gebruik van maakt).

Continuïteit in carrièreontwikkeling
De financiële prikkel maakt het voor beide seksen mogelijk een aantal jaren een stapje terug te doen in het aantal werkuren. De carrière kan gewoon dóórlopen.

Consistentie overheidsbeleid en ondernemingsbeleid
Ondernemingen worden verlost van ingewikkelde verlofregelingen (m.u.v het zwangerschaps- en bevallingsverlof). Ondernemers worden financieel gestimuleerd flexibiliteit in arbeidsduurpatronen toe te staan én werknemers met kinderen minder uren te laten werken, met recht op urenvermeerdering later.
De norm is niet langer: twee maal 4 dagen per week werken.
Werknemers met kinderen hebben banen van 50% tot 70%, in de eerste levensjaren van je kind: banen van 50%.

Consequent taalgebruik
Wie een artikel schrijft over de opvoeding van kinderen is erop attent het ook over mannen te hebben. Wees je als schrijver & journalist bewust van de invloed van taal!
Waarmee uitdrukkelijk níet bedoeld wordt dat je bestaande woorden en uitdrukkingen moet aanpassen. Die zijn juist een mooie illustratie van de bestaande praktijk. Wil je die bestaande praktijk veranderen, dan helpt het wél om in relevante teksten veelvuldig woord-combinaties toe te passen die nog wat ongebruikelijk zijn, zoals:
"man - helpen op school - opvoeder - deeltijdbaan - moet wat eerder weg"
 "vrouw - vandaag geen omkijken naar - stimuleren mannelijke werknemer meer te gaan werken".
"Mannen moeten nog zoveel oplossen" als titel boven het interview met Pia Dijkstra in De Volkskrant bijvoorbeeld, had een heel andere indruk bij de lezer achtergelaten dan de kop die er nu stond.
"Meerderheid mannen ambieert geen toppositie" in plaats van "Glazen plafond voor vrouwen is onzin" is ook een aardig voorbeeld.
Bereikt wordt dat mannen die zo'n kop lezen zouden kunnen denken dat het over hén gaat. Artikelen over vrouwengedoe lezen ze niet.
Vrouw en paard is ook een mooi bijvoorbeeld van een slecht gekozen titel voor een programma. Vrouwen kunnen uitstekend man en paard noemen (niets verzwijgen/alles vertellen).
Je hebt mankracht nodig en geen menskracht (jakkes). En, een mannetje of 10. 

Een compliment

(stukje op 23 november 2010 verschenen in VK-blog dat is opgeheven)

Mensen die zeggen dat iemand ‘niet dom’ is verraden daarmee dat ze eigenlijk het tegenovergestelde hadden verwacht. Onze ontkenningen leggen onze vooroordelen bloot, aldus een artikel in VK 20-11-10 over een onderzoek van Camiel Beukeboom waarvan de resultaten onlangs zijn gepubliceerd.

Het deed mij denken aan de manier waarop Rick van der Ploeg op 27 oktober jl bij Pauw en Witteman (06:34) Sandra Schuurhof, royalty verslaggever bij RTL, onderbrak toen zij sprak over de rol van het koningshuis in Engeland. Hij zei: “Het is wél zo, ik heb de informatie ook een beetje – niet zo goed als jij natuurlijk -  bijgehouden “…..
Het is me bijgebleven omdat ik me tijdens de uitzending al afvroeg of hij zich tegenover een man ook zo zou hebben uitgelaten. Stel hij zou naast Sweder van Wijnbergen hebben gezeten. Zou hij hem tijdens een verhaal over de economische crisis met dezelfde woorden onderbroken hebben? Ik denk van niet.
Het lijkt namelijk een compliment, maar is het niet, omdat je een deskundige nu eenmaal niet hoeft te complimenteren met zijn deskundigheid. Zo bevestigt de taal tal van vooroordelen.
Zo zul je ook lang moeten zoeken naar de krantenkop “Lijdt het gezin eronder als vader fulltime werkt?” of het bekende voorbeeld van de werkende vaders met schoolgaande kinderen. Kortom: niet alleen ontkenningen verraden onze vooroordelen, ons taalgebruik is ermee doordrenkt.

donderdag 10 maart 2011

Doel van 2 miljoen euro boete voor de NS

De NS krijgt een boete van 2 miljoen euro opgelegd door de minister. En omdat je geld nu eenmaal maar één keer kunt uitgeven, rijst de vraag waar de NS die 2 miljoen vandaan gaat halen. Worden de treinkaartjes duurder? Kopen ze minder nieuwe treinstellen? Wordt er op personeel bezuinigd? Hoe zouden ze dat oplossen? Of stelt het bedrag eigenlijk niets voor? Je kunt er nog geen twee treinstellen voor aanschaffen.
Maar intrigerender is de vraag of de punctualiteit, één van de belangrijkste prestatie-indicatoren, verbetert door die boete…..

Naast niet gehaalde punctualiteitsindicatoren blijkt er nog een reden te zijn om de NS te bestraffen. Conducteurs roepen vertragingen van 3 minuten of meer in 40 procent van de gevallen niet om. Hier is klaarblijkelijk onderzoek naar gedaan en ik houd mijn hart vast voor het aantal niet omgeroepen vertragingen ónder de 3 minuten!
Ik vrees dat er een heel systeem in het leven is geroepen om cijfermateriaal te kunnen opleveren zodat de prestatie-indicator “kwaliteit van de reizigersinformatie” gemeten kan worden. Hoe moet de minister immers anders vaststellen hoe hoog de boete moet zijn! 
Gelukkig heeft het onderzoeksbureau Horvat uitgezocht waarom de NS er maar niet in slaagt de kwaliteit van de reizigersinformatie te verbeteren: NS kampt met een mentaliteitsprobleem dat bovendien niet snel op te lossen is. De gewenste cultuuromslag is ook moeilijk te bereiken, omdat het rijdend personeel niet gewend is elkaar de maat te nemen.
Dat is dan wel weer grappig: ze moeten meten maar ze zijn niet gewend elkaar de maat te nemen.
Het komt niet meer goed, zoveel is duidelijk.

Zouden er niet veel kosten bespaard kunnen worden door te stoppen met al dat meten en rapporteren over hetgeen gemeten is? Ik schat zo in dat de meeste NS medewerkers er trots op zouden zijn goed op tijd te rijden en daar veel energie in zouden willen steken, maar weinig heil verwachten van het gedoe met de prestatie-indicatoren.  
Wat doet echter de NS leiding: ze roepen een extra indicator in het leven: in aanvulling op de indicator “treinpunctualiteit” komt er een indicator “reizigerspunctualiteit”.
Zou het helpen?
Als de leiding van de NS nou eens ging sturen op punctualiteit in plaats van op het halen van de prestatie-indicator punctualiteit. Dat is wezenlijk iets anders. Vraag het maar eens aan een gewone NS medewerker.  




woensdag 2 maart 2011

Al te goed is buurmans gek!

25% van de Nederlanders betaalt 2/3e van de premies. Het gaat erom dat je deze mensen niet overbelast, aldus Elco Brinkman toen het tijdens het verkiezingsdebat van afgelopen dinsdag ging over de vraag of een bijstandsuitkering in een gezin moet worden stopgezet als één van de kinderen zelf geld gaat verdienen. (http://player.omroep.nl/?aflID=12201813  op 01:08:18)
Want: al te goed is buurmans gek. Wat zoveel betekent als: iemand die al te goed is wordt het slachtoffer van zijn eigen goedheid. Tja, het is me toch wat.
Dit is het nieuwe CDA kennelijk en nóg vragen ze zich af hoe het komt dat ze stemmers kwijtraken.

Eerder op de avond gaf Claudia de Breij  in DWDD  (http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/Video.video.0.html?&tx_ttnews[tt_news]=20716&cHash=ff3842622f08b03cb1aab8aec2288a94  op 15:13) Jan Kees de Jager een gratis tip voor het CDA: Word weer echt christelijk. Ze zou zelfs op het CDA kunnen stemmen als ze weer eens integer christelijk waren. Daarmee verwoordt ze, denk ik, precies wat veel mensen, die voorheen op het CDA stemden, nu in het CDA missen.

Pieter Omtzigt, ook CDA, meldt trots op een CDA-website dat dankzij een voorstel van zijn kant ouders sinds 1 januari hun kinderen € 50.000 belastingvrij kunnen schenken om hen te helpen een huis te kopen.
Welgestelden helpen we hun kinderen nog welgestelder te laten worden, wie van een bijstandsuitkering moet zien rond te komen pakken we die uitkering af als één van kinderen zelf geld gaat verdienen. Dat is pas solidariteit.  
Chapeau voor het nieuwe CDA!

maandag 28 februari 2011

Alweer over geld: milo

Afgelopen weekend las ik dat Hans Wijers als bestuursvoorzitter van AKZONobel in 2010 € 4.968.520 bruto zou hebben verdiend. Het inkomensplaatje werd wat vertekend vanwege allerlei bonussen uit voorgaande jaren. Dus feitelijk verdiende Wijers heel wat minder, zijn basissalaris is slechts € 765.000 bruto.
Hoe zich dat verhoudt met een gemiddeld ministerssalaris werd in de Volkskrant voorgerekend.

Interessanter lijkt het mij het eens te vergelijken met het wettelijk minimumloon, officieel afgekort tot WML. Dat is het loon dat je volgens de overheid minimaal moet ontvangen voor een maand – hard -  werken. Voor 2011 is het vastgesteld op € 1.425 bruto per maand. Royaal rekenend (maal 13,96) komt dat neer op € 19.893, zeg nou even voor het gemak € 20.000 op jaarbasis.
Als het waar is dat Wijers in 2010 € 4.968.520 ontvangen heeft, dan is dat 248,4 maal het minimumloon. Ik kan me daar eigenlijk geen voorstelling van maken. Hij zelf ook niet, denk ik zo.

Misschien is het wel een aardig idee om, als we spreken over jaarinkomens, er voortaan bij te zetten hoeveel keer het minimumloon dit is. Dus bijvoorbeeld de bestuurder van de kinderopvanginstelling in het voorgaande blog met € 115.000 (5,7 milo). Minister Maxime Verhagen 7,2 milo d.w.z. € 144.000.
De beroemd geworden Balkendenorm oftewel het Gemiddelde belastbaar loon van Onze Ministers: goed voor € 188.000 (9,4 milo).

Cijfers alleen zeggen vaak nog niet genoeg. Het is ook goed je voor te stellen wat je met bijvoorbeeld 9 milo kunt doen. De basis-milo gebruik je natuurlijk voor je basisbehoeften. De 2e milo kun je bijvoorbeeld  besteden aan uit eten gaan en luxer thuis eten. De 3e  en 4e stop je in je auto of je huis, de 5e kan dan aan vakantie besteed worden en de 6e aan theater- en operabezoek. Wat vergeet ik nog: oh ja, aan kleding kan je ook nog wel een milo’tje kwijt. Heb ik nóg 2 milo over in het geval van Onze Ministers.

Daarom ben ik zo nieuwsgierig naar de dingen waaraan Hans Wijers zijn 248,4 milo uitgeeft. Het gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven. Een serieus gesprek tussen hem en een man die een jaar hard heeft moeten werken voor zijn € 20.000 en daar alles van moest betalen lijkt me een geestverruimende ervaring, voor beiden vermoedelijk.

maandag 21 februari 2011

Geldverspilling bij besturen van publieke organisaties

Tja, dat is het risico van het inzenden van een brief naar de rubriek Opinie & Debat van de Volkskrant: je tekst kan ingekort worden en over de kop heb je niets te zeggen.
Als ik iets in de krant lees waarover ik verontwaardigd ben, klim ik in de pen. Zeker als ik het idee heb dat een verschijnsel sluipenderwijs zijn intrede heeft gedaan en er niet meer kritisch naar gekeken wordt. Zo viel mijn oog op een advertentie voor een directeur/bestuurder in de kinderopvang die de lieve som van 115.000 euro moest gaan verdienen. Een beetje baan moet toch minstens een ton opleveren tegenwoordig, ook in de publieke sector. Belachelijk. Wat zou je dáárvoor moeten doen vroeg ik me af. Nou, dat stond in bijzondere bewoordingen beschreven in de advertentie. Ik lag in een deuk. Nu kan ik me over kinderopvang toch al zo opwinden, dus dacht ik in eerste instantie: laat toch zitten.
Echter, een paar dagen erna verscheen in de Volkskrant van 14 februari een stuk van een onderwijsdirecteur over de geldverslindende bestuurders in het onderwijs. Dit als reactie op een stuk van Frank Kalshoven die meende dat schoolmanagers niet kunnen rekenen.
Toen meende ik er alsnog goed aan te doen deze geldverspilling, die niet alleen binnen het onderwijs plaatsvindt, maar ook bij de kinderopvang, het bibliotheekwezen, de jeugdzorg en allerlei andere onderdelen van de publieke sector, aan de kaak te stellen.
Overigens moest ik helemaal grinniken toen afgelopen weekend op de voorpagina een advertentie stond voor een directeur/bestuurder in de jeugdzorg, die ca. 110.000 euro moest gaan verdienen. 5.000 euro minder, dat dan weer wel.

Hieronder de – al door mijzelf ingekorte – tekst van mijn ingezonden stukje, dat helaas vandaag nóg verder ingekort in de Volkskrant stond. De oorspronkelijke kop was kort maar krachtig. In de kop die er nu boven staat (advertentie illustreert wat er mis met bestuurders) is helaas een foutje geslopen…. Tja, dat is het risico.

Geldverspilling
Marcel Gerritse wijst in Opinie & Debat van 14-02-2011 op de geldverslindende bestuurders in het onderwijs en de gekte van de – soms uit één persoon bestaande - Colleges van Bestuur en Raden van Toezicht. Helaas vindt dezelfde geldverspilling ook plaats in het bibliotheekwezen, de kinderopvang, de jeugdzorg en ga zo nog maar even door. Kapitalen komen terecht in de portemonnees van bestuurders onder het mom van professionalisering. Alsof maatschappelijke vraagstukken, zoals een goed onderwijs, een goede bibliotheek e.d. niet door intelligente personen die de helft minder verdienen zouden kunnen worden opgelost.

Een mooi voorbeeld van deze idioterie stond in de zaterdageditie van de Volkskrant. Een directeur/bestuurder voor de kinderopvang werd gezocht. Jaarsalaris ca. 115.000 euro – er viel nog iets te onderhandelen kennelijk. Benodigde kwaliteiten: scherp oog voor veranderingen aan de vraagzijde…. weet kansen te creëren en te verzilveren …. veranderingsprocessen rondom profilering, portfolio en cultuur (bént u daar nog?) …. weet nieuwe doelgroepen (?) te lokaliseren  … heeft een heldere visie op de markt … veel potentiële partners én concurrenten.
En, last but not least, en zeer tot mijn geruststelling: de Code Governance Kinderopvang is leidraad voor het bestuur. De finalisten van het Leids Cabaretfestival schijnen dit jaar wat tegengevallen te zijn. Geen wonder: humor ligt gewoon op straat.

Het ergste is nog dat door deze zogenaamde professionalisering, schaalvergroting en marktwerking noch “de klant” noch “het product” erop vooruit zijn gegaan. Onpersoonlijk, afstandelijk, niet meer weten waar het werkelijk over gaat, geen betrokkenheid voelen… dát zijn de kernwoorden die je hoort als je je oor te luister legt in de betreffende werkvelden.
Glinsterende folders, flitsende websites, woordvoerders en wat dies meer zij, maar wat schiet de burger die gewoon, zoals ie al jaren gewend is, een boek wil lenen er mee op?  Is de kwaliteit van het onderwijs verbeterd door al die professionele bestuurders? Garandeert de bureaucratische, papieren werkelijkheid van het HKZ keurmerk de pedagogische kwaliteit van alle kindercentra van een kinderopvanginstelling die er trots op is meer dan 10.000 kinderen op te vangen?
Hoog tijd voor linkse politici om in te grijpen!