maandag 8 mei 2017

Over kinderen en carrière: een artikel in het FD, maar dan aangepast



Op 8 mei '17 stond er een stukje in het FD over carrière maken en kinderen. Ik heb de vrouw in het verhaal door een man vervangen. Je kunt dan nog beter zien hoe het gesteld is met emancipatie in Nederland. Nog een weg te gaan zou ik zeggen.
Het verdrietigste vind ik nog het beeld dat uit het artikel oprijst: alsof de menselijke geest niet in staat is werk zo in te richten dat ouders fatsoenlijk zelf voor hun kinderen kunnen zorgen en dit met - tijdelijk minder - werken kunnen combineren. 
Kortom: de inzet van inventiviteit, creativiteit en durf is nodig!   

Hieronder het artikel.

‘Ik dacht dat je met kinderen geen carrière kon maken’
‘Een jaar of 29 was ik toen ik door een headhunter werd benaderd voor een baan bij Unilever. Ik had gemerkt hoe leuk werk kan zijn, maar mijn vrouw en ik wilden ook graag kinderen. Ik vroeg me af wat ik zou zeggen als daar tijdens het sollicitatiegesprek naar gevraagd werd. Ik dacht nog dat je geen carrière kon maken als je eenmaal kinderen had. Het is me niet gevraagd, en dat mag officieel ook niet, maar ik had wel een antwoord voorbereid, iets in de trant van: “Ik weet niet eens of het me gegeven is om kinderen te krijgen”.’
Het was in diezelfde tijd dat een vriend me tijdens een feestje vertelde over de carrière van zijn broer bij Shell. “Kon dat wel? Hij heeft toch kinderen?”, zei ik. Toen ik hoorde hoe hij dat deed, ging er ineens een wereld voor me open. Wow, dacht ik, je kunt dus best kinderen hebben én fulltime werken! Nu klinkt dat misschien gek, maar halverwege de jaren tachtig werd daar toch anders over gedacht. Nadat ik op mijn 32ste mijn eerste kind had gekregen en gewoon was blijven werken, ben ik weleens voor ontaarde vader uitgemaakt. Mijn vrouw stond achter me, en mijn schoonvader ook, maar ik merkte wel dat mijn eigen vader het eigenlijk niks vond.’
‘Later vermeldde ik op mijn cv niet dat ik vader was, bang om in een hokje te worden geduwd. Een executive searcher was daar verbaasd over, omdat de kinderen toch een wezenlijk onderdeel van mijn leven uitmaken. Daar geef ik hem gelijk in. Ik zou iedereen adviseren er open over te zijn. Of het een nadeel is, hangt af van de omgeving en de persoon in kwestie. Bij Unilever maakte het in elk geval geen enkel verschil. Toen ik een nieuwe functie kreeg, zei de man van hr ook gewoon dat we even met die benoeming zouden wachten tot mijn vrouw bevallen was. Ze bemoeiden zich ook niet met de vraag hoe ik het thuis zou regelen. Daar hadden ze het volste vertrouwen in.’
Tropenrooster
‘Na mijn studie arbeids- en organisatiepsychologie was ik eerst bij Ballast Nedam aan de slag gegaan als management trainee, en later op de afdeling human resources. Ik merkte hoe leuk het was om midden in de wereld te staan. Ik vond het geweldig om me verder te kunnen ontwikkelen bij Unilever. Ik was niet zozeer bezig met carrière maken, ik volgde mijn ambities. Ik werkte wel zestig uur per week, maar was er altijd van uit gegaan dat ik zou moeten stoppen of parttime werken als we kinderen zou krijgen.'
Na dat gesprek met die vriend begreep ik dat het allebei kon. We hadden het geluk dat we na de geboorte van onze dochter iemand vonden om voor haar te zorgen, een man die zijn eigen kinderen al had opgevoed, en die ook nog eens voor ons kookte. De kinderen hadden een tropenrooster. Ze sliepen langer tussen de middag en bleven dan ’s avonds langer op. Onlangs zeiden mijn kinderen nog dat ik er tenminste voor ze wás als ik thuis was. Het mooiste compliment kreeg ik van de juf van de vierde klas, die opmerkte dat ze nooit geweten had dat ik werkte!’
Geïrriteerd raken
‘Ruim een jaar nadat ons tweede kind geboren werd, ben ik wel gestopt bij Unilever, al heeft het bedrijf me nog twee leuke banen aangeboden. Ik realiseerde me dat ik met een driedaagse werkweek geen verdere carrière meer kon maken. Vier dagen zou misschien nog kunnen. Maar als je echt aan de top zit, moet je altijd beschikbaar zijn. Je merkt nu al dat mensen geïrriteerd raken, hoe onterecht ook, als ze horen dat iemand die ze nodig hebben haar mamadag heeft. Als iemand naar een congres is, heb je dat niet.’
‘Ik wilde echter geen zestig uur per week meer werken. Of ik mijn eigen kinderen tekort deed, kon ik moeilijk inschatten, maar ik deed in elk geval mezelf tekort. Dankzij mijn vaderschapsverlof kreeg ik de kans afstand te nemen tot mijn werk en na te denken of ik mijn leven zo wilde blijven invullen. Ik ben overgestapt naar Yess International Consultants, gelieerd aan Egon Zehnder, een bureau dat zich bezighoudt met het zoeken van talent tussen ongeveer 27 en 40 jaar.'
'Ik ging drie dagen in de week werken, nog steeds veertig uur per week. Minder dan collega’s, maar dat maakte niet uit omdat ik gewoon minder opdrachten deed. Het was een feest om de kinderen 's ochtends naar school te brengen. Ik werkte ’s avonds en vaak ook in het weekend door. Ik was toen 36. Uiteindelijk werd ik partner bij Yess.’
‘Negen jaar later ben ik voor mezelf begonnen. Mijn bedrijf De Roedel richt zich op executive and life coaching. Ik wilde nog intensiever met mensen werken. Het is prachtig werk, elke dag weer. Maar ik was waarschijnlijk nooit op dit punt uitgekomen als die vriend me destijds op dat feestje niet over de carrière van zijn broer had verteld.’

maandag 2 januari 2017

10 jaar geleden

Zaterdag 31 december 2016 las ik in de Volkskrant een ingezonden brief van klinisch psycholoog Marjolein Misler die nog eens bevestigde dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat kinderen jonger dan 2 jaar behoefte hebben aan een klein aantal vaste gezichten voor het ontvangen van liefde, voeding en verzorging. Ouders, grootouders of een vaste kracht in de kinderopvang. Helaas, stelde zij, is de Nederlandse kinderopvang over het algemeen van te lage kwaliteit om in deze behoefte aan een vertrouwd gezicht te kunnen voldoen.
Inderdaad.


Elders las ik dat de tijd van zij-zorgt en hij-werkt definitief voorbij is. De overheid stimuleert inderdaad dat we van zij-zorgt en hij-werkt toegaan naar wij-werken en zij-zorgen. Ouders worden gestimuleerd zo veel mogelijk te werken en zo min mogelijk zelf voor hun kinderen te zorgen. Gezien de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang is dat een onverantwoord beleid. Bovendien zou het - gezien het feit dat werk door steeds minder mensen gedaan kan worden - meer voor de hand liggen mensen minder te laten werken en dat werk gelijkmatiger te verdelen over mannen en vrouwen. Het huidige tijdsgewricht biedt kortom volop kansen om nu eindelijk eens daadwerkelijk de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk ter hand te nemen. 

Eind september 2012 sprak Hedy d'Ancona in Opzij daarover de volgende ware woorden:“Er zou opnieuw een brede emancipatiebeweging op gang moeten komen, buitenparlementair en mondiaal. Kijk, als je praat over het inhalen van achterstanden, zoals wij die in de jaren zeventig en tachtig aankaartten, dan is een en ander behoorlijk gelukt. Maar wij hadden het ook nog over iets wat daaronder zit dat vele malen groter is: het veranderen van de maatschappij als het gaat om de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk. Dat is de essentie. En dat is gewoon niet gelukt”.

De overheid stimuleert intussen wel de onbetaalde arbeid: we moeten meer zélf gaan doen, en wel gratis en voor niks. Het werken-voor-niks is meestal weggelegd voor het vrouwelijk deel der natie. In de zorg wordt allerlei werk dat voorheen door betaalde krachten werd gedaan omgetoverd tot vrijwilligerswerk. Dat is kostenbesparend. Gek genoeg behoort het vergaderen, organiseren en budgetteren zelden daartoe. 

Maar ook werk van de gemeentelijke reinigingsdienst moet volgens Nederland Schoon steeds meer door de mensen zelf worden gedaan. Degenen die het bedenken doen het betaalde werk en de degenen die het uitvoeren het onbetaalde. Logisch toch?

Een wereld vol robots en vrijwilligers aangestuurd door betaalde krachten.

Dát soort reorganiseren bedoel ik niet. Dat leidt alleen maar tot meer (verborgen) werkloosheid. Nee, banen maximaliseren tot, zeg, 70% van de huidige arbeidstijd. Dat lost het "probleem" op dat als een baan door een vrouw wordt vervuld, deze wel parttime kan worden uitgevoerd, maar als diezelfde baan door een man wordt vervuld, niet.  

Iets dergelijks doen we bij de invulling van topfuncties: er gelden mannen- en vrouwenmaxima (als een bestuur voor meer dan 50% uit een bepaald geslacht bestaat, moet de volgende vacature door iemand van het andere geslacht worden vervuld). Probeer het eens, zou ik zeggen.
En tot slot bieden we ouders de gelegenheid als hun kinderen jong zijn een aantal jaren minder te werken dan die bovengenoemde 70%, met behoud van de mogelijkheid tot terugkeer naar het eerdere percentage. Financieel ondersteund door de overheid (o.m. de kinderopvanggelden kunnen daaraan worden besteed).

Ten opzichte van tien jaar geleden is er, zoals uit onderstaand blog uit 2007 mag blijken, niet veel verbeterd, dus de tijd is rijp om eens wat anders te proberen.

Ter nuancering wilde ik nog vermelden dat wél het vaderschapsverlof met 3 dagen is uitgebreid (niet dat je daar veel aan hebt, maar oké), maar op de site van de Rijksoverheid lees ik - in de categorie meer van hetzelfde en hoezo tempo maken -  het volgende:
"Het kabinet wil het kraamverlof voor partners uitbreiden van 2 naar 5 dagen. Een wetsvoorstel dat dit regelt (Wet uitbreiding Kraamverlof) moet nog worden ingediend. De automatiseringssystemen voor de uitvoering van de regeling worden aangepast. Dit gebeurt als de Tweede en Eerste Kamer het voorstel aannemen. De regeling kan vanaf 1 januari 2019 worden uitgevoerd".

Need I say more.

Daarom dus toch maar weer een stukje getikt. 
   
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
 Reactie op een artikel van Evelien Tonkens getiteld "Mannen een kontje geven" - 10 januari 2007


Het is hoog nodig dat we in Nederland de emancipatiekwestie weer op de agenda plaatsen zonder te vervallen in meer van hetzelfde. Een benadering waarbij niet de druk op vrouwen wordt vergroot, maar mannen verleid worden tot ander gedrag ondersteun ik van harte.

Minder mannen in de top
Het artikel van Evelien Tonkens in de Volkskrant van 10 januari 2007 is een mooi voorbeeld van zo'n benadering: er zijn onevenredig veel mannen in de top van organisaties en het streven moet zijn dat aantal te verminderen. De mannen in de top die hier invloed op hebben zouden we moeten verleiden om dat doel te bereiken, bijvoorbeeld door een prijs in het leven te roepen voor organisaties die in korte tijd het aantal mannen in de top hebben weten te halveren.
Zoals vrouwen in vroeger tijden afstand deden van hun baan zodra zij trouwden en kinderen kregen, zouden we mannen eens een tijdje kunnen belonen als zij afstand doen van hun toppositie om vrouwen ruim baan te geven.
Wie durft?

Niet samen fulltime werken, maar evenwichtig samen léven
Dat deeltijdwerken mannen zou helpen - zoals in het artikel staat - waag ik te betwijfelen. De mannen die in de top in deeltijd werken, hebben, denk ik, vrijwel altijd andere, meestal betaalde activiteiten daarnaast. Mogelijk is dat in de universitaire wereld minder het geval, maar in het bedrijfsleven wel. Feitelijk werken zij dan dus gewoon fulltime.
Juist omdat deeltijdwerken mannen nu nadelen oplevert (minder salaris, minder promotiekansen, minder status) gaan zo weinig mannen in deeltijd werken als zij kinderen krijgen. Om vrouwen gelijke promotiekansen te bieden, zou alleen nog als optie openstaan dat vrouwen dan ook maar fulltime moeten gaan werken. Die redeneertrant moet omgegooid worden wat mij betreft.

Organiseer betaalde arbeid slimmer
We zouden alleen nog deeltijdbanen moeten hebben, zodat het normaal is dat iemand 30 uur per week werkt. De overige tijd wordt besteed aan resp, het volgen van studies, het grootbrengen van kinderen, het helpen van je ouders etc. al naar gelang de levensfase waarin je verkeert.
Dat heeft ook als voordeel dat de stap om nog een paar uur minder te gaan werken in de jaren dat de kinderen nog niet op de basisschool zitten voor mannen en vrouwen kleiner wordt.
Het is natuurlijk heel goed mogelijk om organisaties zo in te richten dat iedereen maximaal 30 uur per week werkt. Zet een paar creatieve vrouwen en mannen bij elkaar en ze regelen het. Kortom: van 100% + 40% naar 70% + 70%.

Iedereen komt tekort
In Westerse samenlevingen waarin én mannen én vrouwen fulltime werken komt iedereen tekort.
Wat is er in 's hemelsnaam leuk aan om járen lang onder grote druk te leven en 's avonds om een uur of negen doodmoe neer te ploffen?
Is het na-apen van het Scandinavische model het enige alternatief dat voorhanden is?
Hoe komt het toch dat we niets leren van die mensen die halverwege hun leven tot het inzicht komen dat ze jarenlang overal eigenlijk te weinig tijd voor hebben gehad?
Waarom willen mensen eigenlijk kinderen als ze geen tijd aan hen willen besteden?
Waarom komen mannen er pas, als ze opa zijn geworden, achter hoe leuk het is om tijd met je eigen (klein-)kinderen door te brengen?
Wat is er leuk aan de kinderopvang? Wel eens een baby van een paar maanden naar de kinderopvang gebracht? Wel eens een kind, dat weet hoe het is om na school thuis te zijn, gevraagd wat ie van naschoolse opvang vindt?

Kijk uit voor nieuwe trends
Er komen wel steeds mee signalen dat vrouwen niet meer jarenlang met stress willen leven. En gelijk hebben ze. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat vrouwen dan maar weer meer thuis gaan zitten, trots op het feit dat ze nu eenmaal de enigen zijn die de borst kunnen geven en trots op het feit dat ze niet zo monomaan zijn als mannen (las ik onlangs als positieve opmerking van - natuurlijk - een man).
Langer ouderschapsverlof, zoals Beatrijs Smulders onlangs voorstelde, is méér van hetzelfde. Het leidt er alleen maar toe dat vrouwen langer uit hun werk zijn en kansen mislopen. Normaal moet worden dat stellen die nog kinderen hebben die niet op school zitten, zo'n 20 uur per week werken. Vrijwel iedereen maakt dat mee in zijn leven, kan dus begrijpen waarom dat nodig is en zou in staat moeten worden geacht daar ook begrip voor op te brengen.
Uitbreiding van de kinderopvang met tussenschoolse en naschoolse opvang is ook méér van hetzelfde. Ook dat leidt er alleen maar toe dat mannen gewoon doorgaan met wat ze altijd al deden, namelijk fulltime blijven werken als ze kinderen krijgen - alsof er niets gebeurd is - en elkaar kontjes geven.

Het Nederlandse model: een win-win situatie
Het inzicht dat een stressvol bestaan niemand ten goede komt (noch man, noch vrouw, noch kind, noch de samenleving als geheel) zou tot een nieuwe aanpak moeten leiden, waarbij mannen en vrouwen de tijd die ze aan werken en het grootbrengen van kinderen besteden evenwichtig verdelen. Kinderopvang is dan alleen nog nodig voor alleenstaande ouders. En dat moet dan kinderopvang zijn van uitstekende kwaliteit die zoveel mogelijk het niveau van ouderlijke zorg benadert.
In het alternatieve Nederlandse model zorgen mannen en vrouwen in de eerste levensjaren van hun kinderen samen voor de opvoeding. Die jaren zijn namelijk van groot belang voor de verdere ontwikkeling van hun kinderen, zoals elke pedagoog en ontwikkelingspsycholoog hen zou kunnen uitleggen. De ouders werken allebei gedurende die jaren 50%. Zodra de kinderen naar de basisschool zijn, gaan de ouders beiden 70% werken, zodat ze voldoende tijd hebben om de kinderen op te vangen en ook nog een steentje kunnen bijdragen aan de school (bestuur, leesvader zijn, mee met schoolreisje etc.).
Het leidt tot een afwisselender bestaan voor alle betrokkenen. Niet heel de dag op school of op de kinderopvang, niet heel de dag op het werk, niet heel de dag thuis.
Het heeft minder stress tot gevolg. Iedereen heeft meer tijd voor elkaar. En mannen en vrouwen hebben dezelfde kansen op ontplooiing en promotie.

 



woensdag 5 november 2014

Een beetje



In de Volkskrant van zaterdag 25 oktober las ik in de column van Aleid Truijens over de HEMA de zin:

“Het was toen een beetje zielige winkel”

in plaats van

Het was toen een beetje een zielige winkel (wat ik zelf geschreven zou hebben).

Aangezien ik er in de Dikke van Dale niets over aantrof, was ik benieuwd welke zin correct Nederlands is. Moet het mét of zónder dat extra “een”? Of zijn wellicht beide mogelijkheden juist? Misschien zit er zelfs betekenisverschil tussen?

In zo’n geval biedt de Taaladviesdienst van Onze Taal uitkomst. Die kun je gewoon een e-mail sturen en dan krijg je een informatief antwoord. Zo ook nu. Wat blijkt?

‘Een beetje zielige winkel’ is een correcte formulering. ‘Een beetje een zielige winkel’ is trouwens ook goed. In beide gevallen is er iets vreemds aan de hand. Hierover heeft in 2009 al een stukje op de Onze Taal Taalkalender gestaan:

Een beetje lastig geval is juist. Een geval dat lastig is, is een lastig geval. Een geval dat ‘een beetje’ lastig is, zou je eigenlijk een een beetje lastig geval moeten noemen. Maar twee keer een na elkaar leest niet prettig. Daarom wordt er ofwel één een weggelaten (een beetje lastig geval), of wordt een beetje als bepaling helemaal vooraan gezet (een beetje een lastig geval).

Die laatste mogelijkheid is er niet bij vergelijkbare uitdrukkingen als een tik(kelt)je, een ietsiepietsie of een fractie: in plaats van een tikje een verlegen jongen, een fractie een hogere omzet, etc. blijft één een achterwege: een tikje verlegen jongen, een fractie hogere omzet.”

Tóch leuk om te weten.

zaterdag 2 augustus 2014

14+ nummer..... ooit van gehoord?




“Gemeenten zijn er voor hun burgers. Zij zorgen ervoor dat burgers snel en begrijpelijk antwoord krijgen op hun vragen. Een van de eerste stappen om dit te bereiken is de landelijke invoering van een eenvoudig en herkenbaar telefoonnummer voor iedere gemeente: het 14+ nummer”.
Zo begint het hoofdstukje “14+ netnummer in het kort” van het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING).

Laat ik nou mijn eigen gemeente reuze gemakkelijk kunnen bereiken op het gewone telefoonnummer dat onder het kopje “contact” te vinden is op de gemeentelijke website. Maar nu moest ik een keer de gemeente te pakken zien te krijgen waar mijn ouders wonen, Ede. Díe gemeente is voortvarend te werk gegaan en maakt al gebruik van het 14+ nummer.  Dat wil zeggen, je tikt in: 14 en dan nog het oude netnummer erachter. Voor Amsterdam dus: 14020, voor Ede:140318.  
Duidelijk.

Met mijn vaste telefoon, die ik via xs4all heb lopen, krijg ik de Gemeente Ede echter niet aan de lijn. Een juffrouw met zwoele stem zegt: “Dit nummer is niet toegewezen; uw oproep kan niet uitgevoerd worden”. Wel sodeju!
Van alles geprobeerd en lang gezocht op de website van de Gemeente Ede, tot ik eindelijk het oude telefoonnummer vond: 0318 – 680911dat gelukkig nog bleek te werken.

Het KCC (Klant Contact Centrum) Ede zei, toen ik de eerste keer meldde dat ze niet te bereiken waren via dat bijzondere 14+ nummer,  dat ze nog niet hadden gemerkt dat burgers hier last van hadden. Wat wel komisch is natuurlijk, want tja, wie het KCC op het 14+ nummer niet kan bereiken via zijn vaste telefoon krijgt het KCC immers never-nooit-niet aan de lijn, tenzij het volhouders zijn.
De tweede keer dat ik het KCC aan de lijn had (via het oude nummer) en hen er nogmaals op attent maakte, was de reactie: dat ligt aan uw provider. Tja.

Dan maar even uitzoeken wie er verantwoordelijk is voor invoering van dat 14+ nummer.
Dat blijkt het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING) te zijn. Ik meld daar via een e-mail en via twitter het probleem dat ik als eenvoudige burger ondervind bij het bereiken van een gemeente en dat ik er via xs4all achter ben gekomen dat ik *# voor het 14 nummer moet intikken.  
Dat het wellicht handig is om dat op de websites van de gemeenten expliciet te vermelden.

De reactie van KING: sommige gemeenten melden dat al op hun website. EN: dat de tip is toegevoegd op de KING-site.
Ik kijk op de KING-site: er staat nu bij “Storingen” dat het bellen van een 14+ nummer met een aantal door xs4all geleverde modems (Fritzbox) problemen kan opleveren. In dat geval wordt aangeraden om eerst *# te kiezen, gevolgd door het 14+netnummer van de gewenste gemeente.

Dat wekt toch een beetje de indruk alsof ik als burger een grote sufferd ben, terwijl ik íedereen kan bereiken op mijn vaste telefoon, behálve de gemeenten die het nieuwe 14+ nummer gebruiken!
Was de Gemeente er niet voor de burger?

Als je dan als overheid verzint dat een nieuw nummer handiger is (voor wie?), zoek dan eerst goed uit d.m.v. TESTEN of dat wel voor alle burgers geldt! En zo nee, zet er dan direct bij hoe de verschillende groepen burgers de gemeente dan nog WEL kunnen bereiken.
Hoe moeilijk kan het zijn?