maandag 25 november 2013

10 jeugdbakens (voor de transformatie van het jeugdbeleid): ter lering ende vermaeck



VOORAF
In september 2013 publiceerde de VNG de zogenaamde “Bakens transformatie jeugdbeleid”. Op Twitter kwam ik ze tegen. Ik ben wel wat gewend aan mistige beleidsbrij, maar dit is echt een staaltje apart.
Lees en huiver en let vooral op de 10 jeugdbakens aan het eind!

Gemeenten, professionals en instellingen staan in het kader van de transformatie van zorg voor jeugd voor de uitdagende opgave om, samen met jeugdigen en opvoeders, een cultuuromslag binnen het jeugdbeleid te realiseren. Op heel veel plekken is dit proces al volop gaande. Om alle betrokken partijen inhoudelijk meer houvast te geven voor de transformatie en hen te stimuleren dit proces voort te zetten, hebben de VNG en het Rijk het initiatief genomen om de bakens voor de transformatie van het jeugdbeleid, of kortweg “jeugdbakens”, te formuleren.

Ze zijn bedoeld het om het verkennen, verbinden en verdiepen van de samenhang tussen de partners in de sector te faciliteren. De jeugdbakens kunnen worden gebruikt als basis voor het gesprek tussen al deze partners over hun visie en transformatieambities.
Dit document is opgesteld op basis van verschillende relevante stukken waarin de inhoudelijke omslag in (delen van) het jeugdbeleid al wordt beschreven, waaronder de concept Jeugdwet, de doelen van Passend onderwijs, de Bakens Welzijn Nieuwe Stijl en het Internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind.

De jeugdbakens vormen ook de basis voor de transformatieagenda. VNG en Rijk stellen deze agenda op, samen met brancheorganisaties, beroepsverenigingen, besturenorganisaties en vertegenwoordigers van ouders en jeugd.
De transformatieagenda bundelt de diverse activiteiten die op lokaal, regionaal en landelijk niveau worden uitgevoerd om de transformatie in de praktijk te stimuleren en een stap verder te helpen.

De VNG en het Rijk geven iedereen de gelegenheid om op de jeugdbakens te reageren en input te leveren voor de transformatieagenda. Dat kan onder meer via de werkgroep Jeugdbakens en transformatieagenda op Kennisnetjeugd.
Doen de jeugdbakens recht aan uw ambities? Welke mogelijkheden ziet u om de jeugdbakens breed in de praktijk te brengen. Waar in het veld moeten verbindingen worden gelegd? Waar is versterking nodig? Waar liggen de kansen en welke belemmeringen moeten worden weggenomen?
Reacties via Kennisnetjeugd zijn tot 12 oktober 2013 welkom.

Hieronder volgt eerst de lijst met jeugdbakens, vanuit het oogpunt van het kind bekeken.
Daarna volgt een beknopte toelichting op elk van deze jeugdbakens.


De 10 jeugdbakens
Kinderen doen mee en groeien gezond en veilig op
1. Ik mag zijn wie ik ben.
2. Ik doe mee en krijg de ruimte en steun om mijn talenten te ontwikkelen.

De eigen kracht van kinderen, gezinnen en hun netwerk is de leidraad
3. Mijn ouders kennen mij het beste en zijn ook als eerste verantwoordelijk voor mijn ontwikkeling en opvoeding.
4. Mijn ouders en ik gaan zelf de dagelijkse uitdagingen aan die horen bij het opgroeien en opvoeden. Als we dat niet alleen kunnen, doen we het samen met de mensen om ons heen.

De professional als onderdeel van het netwerk
5. Als ik of mijn ouders het niet met de mensen om ons heen kunnen oplossen, zijn er hulpverleners die ons ondersteunen zodat wij het (weer) zelf kunnen. Deze mensen zorgen dat hun hulp goed past bij mij, ons gezin en onze omgeving.
6. Een hulpverlener die mij of ons gezin helpt of ondersteunt, houdt altijd rekening met mijn hele ontwikkeling en kijkt goed naar alles wat er speelt in ons gezin.
7. De hulpverlener is goed in haar/zijn werk en mag daarom doen wat nodig is om mij of ons zo goed mogelijk te helpen of steunen.

De juiste zorg op de juiste plek en de juiste tijd
8. Mijn ouders en ik krijgen de hulp die we nodig hebben op het moment dat het nodig is en op de plek die handig is voor ons.
9. Ik ben veilig: thuis, op school, in de buurt en in de zorg.
10. Alle mensen om mij heen werken goed samen en daardoor kan ik zijn wie ik ben en later worden wie ik wil.


En lees ze dan nu nog een keer, u bedenkend dat ze vanuit het oogpunt van het kind zijn bekeken, door mensen die zich met jeugdbeleid bezighouden...


De bijstandsslaaf



Allemaal uitvreters
Wat is er toch aan de hand in Nederland?
Trots meldt een Rotterdamse wethouder dat de gemeente door controle op de bijstand allerlei fraudeurs in het snotje heeft gekregen en dat dat veel geld heeft opgeleverd. Dat leidt echter meestal niet tot de conclusie dat de gemeente Rotterdam haar werk tot op heden klaarblijkelijk niet goed gedaan heeft. Eerder valt een soort triomfantalisme te beluisteren: zie je wel, allemaal uitvreters die bijstandstrekkers.

Iets dergelijks meen ik ook nu te kunnen bespeuren in de plannen “om bijstandsgerechtigden te verplichten vrijwilligerswerk te gaan doen”. Deze zin zou ik normaliter niet uit mijn pen krijgen, maar politici en beleidsmakers malen er niet om.

Perpetuum mobile
Het kost aardig wat geld om als gemeente de bijstand goed uit te voeren en het houdt niet op, niet van zelf. Het is een soort perpetuum mobile. Immers, van wie in de bijstand is terechtgekomen moet de gemeente zich telkens weer opnieuw afvragen:
·         Klopt het nog wat die burger aan gegevens heeft opgegeven?
·         Waar heeft de burger dan recht op?
·         Heeft de burger dat dan ook gekregen of moet hij iets terugbetalen?
·         Hebben we als gemeente teruggekregen wat die burger moest terugbetalen?
·         Klopt het nog steeds wat die burger heeft opgegeven? (Heeft hij wijzigingen goed doorgegeven?)  
Dus de grote klapper die Rotterdam gemaakt heeft, zal zich nooit meer voordoen als ze hun controlewerk onverdroten voortzetten.  

Niet voor de lol
En wie een bijstandsuitkering ontvangt, mag God op zijn blote knieën daarvoor danken. Hij leeft in een beschaafd land waar burgers belasting betalen om allerlei gemeenschappelijks voor te laten regelen door de overheid. Zo ook de financiële ondersteuning van burgers die niet zelf - meer - aan de kost kunnen komen.

Soms omdat zij over kwaliteiten beschikken die niet voldoen aan de smaak van de gefortuneerden in de samenleving. Denk aan bevlogen kunstschilders of beeldhouwers die, in tegenstelling tot een Andy Warhol bijvoorbeeld, hun werk helaas niet voldoende verkocht krijgen. Zij mogen voor een hongerloon hun unieke kwaliteiten blijven benutten en zullen hun stinkende best doen om toch iets verkocht te krijgen. Wat zij overigens weer moeten opgeven aan de gemeente zodat die het kan verrekenen met de bijstand etc. etc.

Daarnaast komen er mensen in de bijstand terecht met allerlei problemen. Sowieso problemen van financiële aard, want zie maar eens rond te komen van zo’n schamel bedrag. Vooral als je al in inkomen gedaald bent door werkloosheid of altijd al nauwelijks inkomen had vanwege langdurige ziekte, psychisch dan wel somatisch.
In de bijstand zit je niet voor je lol. Dát lijkt wel eens vergeten te worden.

Slavendrijverij
Naast het al bestaande perpetuum mobile van de financiële kant van de bijstand wordt er nu door gemeenten een tweede perpetuum mobile in gang gebracht, namelijk dat van de activering van bijstandsgerechtigden. Wie niet vrijwillig vrijwilligerswerk gaat doen, gaan we daartoe dwingen op straffe van korting op de uitkering.

Dus voortaan moeten we ook controleren:
·         Heeft die burger het vrijwilligerswerk gedaan?
·         Zo niet, hoeveel en hoelang moet de burger dan gekort worden?
·         Is de kortingsperiode voorbij en is de burger alsnog het vrijwilligerswerk gaan doen?
·         Zo niet, etc. etc.

Mensen die in de bijstand terecht zijn gekomen en niet stil kunnen zitten, zullen zelf vrijwilligerswerk oppakken of een goedkope hobby moeten zien te vinden. Met betaald werk in hun oude stiel of iets wat zij leuk vinden om te doen zouden ze geholpen zijn. Maar kunnen de gemeenteambtenaren dát voor ze vinden, als ze er zelf niet in geslaagd zijn? Het zou mooi zijn en zeer nuttig werk om te doen.

Mensen die apathisch zijn geworden, om wat voor reden dan ook, zullen allerlei problemen hebben waarbij ze geholpen moeten worden. Maar zolang hun probleem niet is dat ze zo graag vrijwilligerswerk zouden doen, maar niets kunnen vinden, verspilt de gemeenteambtenaar overheidsgeld als hij denkt er goed aan te doen bijstandsgerechtigden tot vrijwilligerswerk te dwingen.
Zo worden bijstandsslaven gecreëerd en verwordt het werk van de gemeenteambtenaar tot slavendrijverij!

Wie niet werkt, zal niet eten
Maar we vinden het toch verschrikkelijk dat er mensen zijn die “in de bijstand zitten, geen moer uitvoeren en heel de dag op de bank hangen van ons belastinggeld”? (Met excuses voor de stereotypering). Waarom vinden we dat verschrikkelijk? Zouden we willen ruilen?
Nee, maar ik moet er hard voor werken en kijk hem nou. We misgunnen degene die niet werkt zijn gratis en voor niks gekregen geld. 

Zouden we er een ander gevoel bij hebben als iederéén gratis en voor niks dat kleine beetje geld zou krijgen en zelf mocht bepalen of hij er nog wat bij wilde verdienen. Bijvoorbeeld door te proberen zijn beeldhouwwerken te verkopen of door bij Philips vernuftige, maar soms tamelijk nutteloze apparaatjes te helpen ontwikkelen.
Dan hoeft er niemand meer afgunstig te zijn, want iederéén is dan dat minimum vergund. En iederéén mag aan de samenleving deelnemen op de manier die het beste bij hem past.

Winst en geen werkverschaffing
Er wordt geen tijd en energie meer verspild aan huiszoekingen, controles, slavendrijverij. Uitkeringsinstanties kunnen hun deuren sluiten. De SVB kan naast de AOW de bijstand gaan uitkeren. Of beter gezegd: alles kan in één, simpele regeling gestopt worden: het basisinkomen.

Ook kunnen mensen makkelijker besluiten een tijdje alleen van het basisinkomen te gaan leven, bijvoorbeeld als ze een kind hebben gekregen of voor een zieke ouder willen zorgen. Of ze werken gedurende een aantal jaren er nog wel bij, maar veel minder zodat ze niet overbelast raken.
Kijk aan, zó zouden we nog wel eens écht meer ruimte kunnen creëren om voor elkaar te zorgen zonder dat we erdoor in de financiële problemen komen.

We doen er met z’n allen ook nog eens verstandig aan om het bedrag dat elk individu krijgt niet te laag te laten zijn. Dat leidt er immers alleen maar toe dat er meer toeslagen in het leven geroepen moeten worden, die weer gecontroleerd moeten worden etc. etc.  en de kans is groot dat dat dan in totaal méér kost dan het basisinkomen optrekken.

Winst voor alle betrokkenen en hulpverleners kunnen mensen gaan helpen in plaats van problemen aanpraten.