woensdag 16 oktober 2013

Beargumenteren en overtuigen (nadat de kiezer heeft gesproken)




In een artikel in VN nr. 41 vragen David van Reybrouck en Felix Rottenberg zich af of verkiezingen niet een verouderd middel zijn om de burger bij de politiek te betrekken.
Laten we de feiten even voor zichzelf laten spreken.

Opkomstpercentages
De opkomst bij de Tweede Kamer verkiezingen was in 2010: 75,3% en in 2012: 74,6%. Het is recent ook wel eens hoger geweest, in 2006: 80,4%, maar in 1998 kwam slechts 73,3% van de burgers opdagen. Om in latere jaren dus toch weer meer belangstelling te tonen voor de politiek.
Kortom: uit de opkomstpercentages valt het niet af te leiden.

Waarom burgers stemmen zoals ze stemmen
Verkiezingen zouden versleten zijn als middel om de volkswil te kunnen laten spreken, omdat je niet weet waarom iemand op een bepaalde partij stemt. Gaat het om uiterlijkheden of om inhoud, gaat het om het partijprogramma of om wat de partijleider zegt, gaat het om charisma, hoe een politicus op TV overkomt of stemmen kiezers strategisch? Je weet het niet.
Maar dat was vroeger niet anders.

Politici de media de baas
Zolang een burger kiezen mag weten politici niet precies waarom die burgers op bepaalde partijen stemmen. Dat is dus niet veranderd de afgelopen tijd.
Wat wel veranderd is, is dat politici denken zich te moeten uiten in one-liners en niet de moed hebben zich af te zetten tegen de oppervlakkigheid van de TV-formats. Het ene TV debat is nog onbenulliger dan het andere en politici laten zich verleiden tot het doen van stevige uitspraken, waarvan een kind kan zien dat die onhoudbaar zullen blijken te zijn.
Burgers zien politici dat kunstje voor TV doen en ergeren zich eraan dat ze niet eens in staat zijn dát gezamenlijk beter te regelen. Gewoon even afspreken dat je nergens meer naartoe gaat zolang je in een 2 minuten format wordt geduwd. Doet een andere partij het toch, dan leg jij als partij uit waarom je er niet aan meewerkt.
Moeilijker is het niet.

Discussie op basis van argumenten
Burgers zijn niet dom. Burgers snappen heel goed dat er compromissen gesloten moeten worden na de verkiezingen. Wat burgers niet willen horen is dat politici al bij voorbaat met meel in de mond gaan praten. Niet duidelijk durven zeggen waar een partij voor staat uit angst straks aan iets gehouden te worden.
Een heldere opvatting verwoorden in duidelijke taal doet wonderen. Elkaar geen vliegen afvangen, maar op basis van argumenten de politieke discussie inhoudelijk voeren.
Wat zou dát een verademing zijn!

Weg met de nietszeggende zinsnedes
Zo komen kiezers weer te weten waar politiek precies over gaat, waar politieke partijen voor staan. Dan krijg je geen nietszeggende zinsnedes als “Het eerlijke verhaal” - “We doen wat nodig is” – “We gaan aanpakken in plaats van doorschuiven” – “Nederland komt sterker uit de crisis”.

Dus weg met de communicatie-adviseurs en mannetjesmakers. Laat je interviewen door een deskundig journalist die je ook uit laat praten en die uit is op waarheidsvinding en niet vervuld is van scoringsdrang. Leg uit wat je partij wil, in concrete bewoordingen en in heldere taal, en waarom dat goed is voor Nederland op korte en lange termijn. En leg uit met wie je denkt die doelstellingen het beste te kunnen realiseren. Licht ook toe vanuit welke politieke overtuiging je die opvatting huldigt.
Niet meer, niet minder.

Stop de sneue fractiediscipline
Ook de debatten in de Tweede Kamer zouden inhoudelijker moeten worden. Wissel argumenten uit. Niemand gelooft dat in een Tweede Kamerfractie iedereen precies dezelfde mening is toegedaan. Stop met die sneue fractiediscipline. Die is dodelijk voor het politieke bedrijf. Door inhoudelijk op basis van argumenten te discussiëren kunnen burgers dan ook weer zien waarom ze op een bepaald Tweede Kamerlid van een bepaalde partij moeten stemmen.
Het kan dan dus goed zijn dat een Tweede Kamerlid mee stemt met de coalitie of juist met de oppositie. Scheelt een boel binnenkamertjes-overleg en machtsstrijd en maakt politici én daarmee ook de politiek geloofwaardiger.
Dus zou het goed zijn als politieke partijen naar binnen kijken, maar dat hoeft niet al te lang te duren. De oplossing ligt voor het grijpen. Is dat niet mooi?
  
On-line zeggenschap
De samenleving is inderdaad hypersnel geworden. Wat spannend!. Tijdens discussies in de Tweede Kamer zouden burgers dus zelfs on-line hun volksvertegenwoordigers van goede argumenten kunnen voorzien! Wat dacht je dáár van? En politici zijn dan degenen die standpunten en argumenten uitstekend kunnen verwoorden en proberen elkaar te overtuigen of tot een aanvaardbaar compromis te komen.
Je zit op het puntje van je stoel als er een debat is.

Een kabinet, de regering is daar ook bij gebaat. Geen standaard-riedels, geen lege banken, geen enorme verveling in het huis waar het volk vertegenwoordigd wordt.

Lach om de peilingen
In tegenstelling tot wat wel gedacht wordt dragen politieke opiniepeilingen niet bij aan de betrokkenheid van de burger bij de politiek. Er kan immers meestal alleen maar ja, nee of geen mening gezegd worden.
De werkelijkheid is altijd gecompliceerder en zeker de politieke werkelijkheid.
Maar ook de burger snapt dat.
Die beschouwt een peiling ook niet als het resultaat van weloverwogen politieke keuzes, maar meer als een vrolijk tijdverdrijf (sorry, Maurice).

Journalisten die het leuk vinden de boel eens wat op te schudden kunnen een peilingresultaat in een discussie inbrengen. Het maakt niet uit, zolang politici maar hun standpunten helder blijven verwoorden. Integer, bevlogen, vol overtuiging, niet bang voor weerwoord en luisterend naar argumenten van de wederpartij.

Je mag je laten overtuigen
Politici zouden het idee eens bij zichzelf moeten toelaten dat ze zich door een ander zouden kunnen mogen laten overtuigen. Wat een bevrijding! Wat een waardering zouden ze krijgen.
Burgers zitten niet op meer zeggenschap te wachten. We hebben volksvertegenwoordigers gekozen die met z’n honderdvijftigen ervoor moeten zorgen dat er goede weloverwogen besluiten worden genomen, op een manier die zichtbaar is voor de burgers. Zodat te begrijpen is waarom voor A wordt gekozen en niet voor B. Of voor A, met een beetje B. Of misschien zelfs voor C, als dat bleek nóg beter uit te pakken.

Investeer in zichtbare invloed
Ook zouden Tweede Kamerleden helder moeten zijn in welke argumenten ze door lobbygroepen krijgen aangereikt. Dat is op zich niet erg, als het maar in alle openheid uiteindelijk wordt meegewogen.
Dat burgers weten: de farmaceutische industrie zit er zo en zo in, de ziektekostenverzekeraars zijn dit en dat van mening en de uiteindelijke afweging van argumenten vindt in de Tweede Kamer plaats.

Al met al is het dan denkelijk niet nodig dat er burgers ingeloot worden. Lotingen doen ook vermoeden dat de burger iets fout doet bij de verkiezingen. Maar zo is het niet.
Politici moeten anders leren opereren.
Burgers die betrokken zijn, herryschoppers, betweters, analisten, wetenschappers, kunnen allemaal via de moderne media Tweede Kamerleden bereiken met argumentatie. Laat politieke partijen daarin investeren.

Zwart is niet wit
Wat voorál van het grootste belang is dat politici de uitslag van de verkiezingen serieus nemen. En daarmee de kiezer.
Dát heeft de laatste keer ervoor gezorgd dat veel burgers de politiek de rug hebben toegekeerd. Tenminste 50% van de kiezers, de helft dus!! zag politici met hun stem op de loop gaan.
Immers, op de VVD stemde 26,6% van de kiezers en op de PvdA stemde 24,8 % en de VVD stemmers stemmen ook tégen de PvdA en de PvdA stemmers stemmen zo ook tégen de VVD.

Maar ook veel van de andere kiezers begrepen niet wat er gebeurde toen VVD en PvdA samen in een regering gingen zitten. Dus minstens 50%, maar denkelijk wel 65% van de kiezers (als je GL, SP en PvdD stemmers meeneemt) of misschien zelfs wel 74% (als je de PVV stemmers meetelt) stond paf.

Kijk, zó zorg je ervoor dat burgers vervreemd raken van de politiek. Dat ze zich niet meer betrokken voelen. Want ja, waarom zou je nog gaan stemmen als zelfs áls je duidelijk gekozen hebt, de politici verklaren dat je wilde dat de twee tegenpolen gingen samenwerken. Hoe kom je erop!!! Totaal ongeloofwaardig.

En de burger wist wel beter
En tot overmaat van ramp, zou ik haast zeggen, maar misschien kunnen we er alsnog een zegen van maken, blijkt nu dat het met VVD en PvdA samen in een regering helemaal niet goed gaat. Gek hé, dat zagen de meeste burgers allang aankomen.
En nu blijkt het opeens wél mogelijk te zijn met 5 partijen samen te werken. Zelfs met mini-partijtjes erbij (CU en SGP).

Waarom werd die keuze om met meerdere partijen samen te werken op basis van de verkiezingsuitslag niet diréct gemaakt? En dan zodanig dat partijen die meer overeenkomsten vertoonden in hun partijprogramma’s deel gingen uitmaken van de regering. Dát valt wél aan kiezers uit te leggen.
Combinaties als:
PvdA, CDA, D66, GL, CU en SGP = 75 zetels
VVD, PVV, CDA, CU en SGP = 77 zetels
PvdA, SP, CDA en D66 = 78 zetels, CU erbij = 83 zetels, GL erbij = 87 zetels.
Eng hé!

Altijd nog geloofwaardiger dan de absolute tegenpolen VVD en PvdA bij elkaar te zetten, iets wat de kiezer nou net níet wilde.
Dat dat niet eenvoudig zou zijn geweest, dat snapt iedereen. Maar er werd niet eens een poging ondernomen. De kiezer werd genegeerd. In het belang van het land had aan een andere oplossing gewerkt moeten worden.
De kans is groot dat we de effecten daarvan bij de volgende verkiezingen zullen gaan merken. En dan hebben we de poppen pas echt aan het dansen.

Nog grotere onduidelijkheid
Het resultaat is nu dat we met een nog grotere onduidelijkheid zitten. Er zijn regeringspartijen, er zijn gedoogpartijen, maar wat ze precies gedogen is niet helemaal duidelijk. Henzelf ook niet.
Discussies vinden daardoor niet in alle openbaarheid plaats, maar weer in de achterkamertjes.
En de burger kijkt ernaar en denkt er het zijne van.

Toch nog hoop
Er zit niet veel anders op dan te hopen dat de boel zal barsten en dat politici hun leven beteren en gaan samenwerken op basis van meer met elkaar overeenstemmende standpunten. 
Vast en zeker stemt de kiezer nóg duidelijker dan hij de vorige keer al deed. Mogelijk stemt dat tot enige nederigheid. 
Een lange kabinetsformatie kon het land niet lijden….. maar zonder duidelijk kompas een beetje heen en weer zwabberend toch nog vooruit proberen te komen, dat is nou ook niet bepaald goed voor het land.

Dus politici neem uw verantwoordelijkheid, laat de kiezer spreken en beter uw leven!


(LEES OOK: een artikel van Thomas von der Dunk op VK Opinie

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/6178/Thomas-von-der-Dunk/index.dhtml)




dinsdag 15 oktober 2013

Burgerkracht?



Burgerkracht in de wijk
Enkele kanttekeningen bij een essay van Jos van der Lans en Nico de Boer met de titel “Burgerkracht in de wijk”: sociale wijkteams en lokalisering van de verzorgingsstaat (september 2013).

Het essay heb ik paginagewijs van commentaar voorzien, zodat duidelijk wordt wat beleidsformuleringen oproepen aan reactie bij een weldenkende, kritische burger.
Ik hoop dat betrokkenen het tot zich nemen en niet naast zich neerleggen. Misschien is het het overwegen waard te bedenken dat beleidsmakers zich mogelijk allemaal in eenzelfde kringetje bewegen en daardoor wat losgezongen raken van waar de gewone burger om vraagt en mee bezig is.

P. 13
Sociale wijkteams: elke zichzelf respecterende gemeente is ermee aan de slag.
Al die gemeenten die het wiel aan het uitvinden zijn: projecten, projectleiders, conferenties, externe adviseurs en adviesbureaus over de vloer etc.  Hoeveel geld en energie wordt daarmee wel niet verspild? En als dat voor de eerste keer zou zijn is het nog tot daaraan toe. Maar de clusters zijn nog niet achter de rug of de ketens worden binnengereden enzovoorts en zo verder. Wat is de burger daarmee opgeschoten?
Volstrekt niet helder is waarom een sociaal wijkteam wél een stapeling van problemen zou kunnen oplossen. Het stáat zelfs in het essay: “We weten niet wat, hoe en waarom het werkt”.

Besluiten burgers mee wie er in een team komen?
Dat is toch een totaal wereldvreemde vraag. De beleidsmakers hebben zelf kennelijk nog geen idee hoe het moet en dan zo’n opmerking ertussen.

Als een team zich niet verbindt met lokale burgerkracht.
Leg uit, zou ik zeggen. Hoezo lokale burgerkracht. Dat is toch geen woord wat een burger aanspreekt! Als er al iets uit klinkt dan toch vooral paternalisme. “Beste burger u weet niet half over hoeveel kracht u zelf al niet beschikt”. Probeert u zich eens voor te stellen dat er iemand aan úw deur komt met een dergelijke houding.
Als met burgerkracht vrijwilligerswerk bedoeld wordt, waarom dan een nieuwe term verzinnen en dan zó’n term? 
Of wordt met burgerkracht bedoeld dat ik als individuele burger van een gemeentelijke ambtenaar te horen zal krijgen wat hij vindt dat ik zoal best zelf zou kunnen en dat naar willekeur van die ambtenaar of het betreffende sociale team? Zonder dat ik nog ergens een beroep op kan doen. Op een minimum aan zaken waar ik als burger aanspraak op kan maken.

Hoe introduceer je een vorm van kostenbewustzijn bij de professionals in de wijkteams? Financiering gericht op “outcome”.
Aha, kijk aan: heeft het sociale wijkteam er baat bij zo veel mogelijk burgerproblemen als ‘opgelost’ aan te vinken? Of heeft het sociale wijkteam er baat bij zo min mogelijk door te verwijzen naar hulpverlenende instanties en het zelf maar zonder de echte professionals op te lossen?
Of wordt de hulpvragende burger nog gevraagd of hij zich adequaat geholpen voelt? Maar ja, als die burger nergens aanspraak meer op kan maken, wat is dan zijn toetssteen?

Hebben we de afgelopen jaren nieuwe begrippen geboren zien worden, zoals pakketmaatregel en keukentafelgesprek.
Uit zo’n zinnetje leid ik af dat er in beleidsland klaarblijkelijk over dit soort onderwerpen in dit soort termen gesproken is, maar als kritisch burger, die toch echt niet onder een steen leeft, had ik er tot voor kort nog nooit van gehoord.
Daarom is het essay ook beleidsbrij geworden. Dat het in het cirkeltje van beleidsmakers “iets” is – en zelfs al járen kennelijk - , wil niet zeggen dat het in de samenleving leeft! Of dat er behoefte aan zou zijn! Dat denkt u maar.

Van recht naar compensatie naar maatwerkprincipe…..
Opvallend: nergens vind ik tot aan dit moment in het essay de burger die om hulp vraagt en hoe die het beste geholpen kan worden.
Wat is er mis met een aanspraak van burgers (helder geformuleerd wat, wanneer, waar en hoe de burger op hulp kan rekenen) en waarom zou de burger zitten te wachten op lokaal overleg tussen burger, professional en overheden. Dat is in de kring van beleidsprofessionals onderling maar zo’n beetje verzonnen en u hebt het zo vaak tegen elkaar gezegd dat u het nog bent gaan geloven ook. Dat vind ik echt diep treurig.

Tijdens het keukentafelgesprek (ktg is vast al een goed ingevoerde afkorting, vertel mij wat) wordt er geen aanspraak geverifieerd, maar wordt er gekeken naar wat de burger zelf kan.
Het tweede begrip ‘keukentafelgesprek’ geeft richting aan het lokale overleg tussen burgers, professionals en overheden.
Het staat er echt. Hoezo? Welke richting?

Dat gesprek kost meer tijd maar levert uiteindelijk in de uitvoering besparingen op.
Dat is gek! Hoe weten de beleidsmakers dat nou? Misschien worden burgers momenteel wel helemaal niet goed geholpen, zijn er wachtlijsten voor van alles en nog wat, worden de verkeerde dingen gedaan etc.  Dat is denkelijk ook de aanleiding om weer eens een transitie (ik kan het woord niet meer horen) in gang te zetten.
Dus écht goede hulp verlenen kan voor hetzelfde geld duurder uitpakken. Mag dat ook? Of gaat het daar niet om? Zou het misschien zo kunnen zijn dat als er duurdere echt goede hulp werd verleend dat op termijn goedkoper zou zijn?
En hoe zou dat wijkteam met zijn “outcome” financiering dáár zicht op krijgen?

Instituties/politieke partijen hebben door invoering van de marktwerking het ontstaan van megalomane, steeds maar fuserende instellingen (zorg, onderwijs, sociale woningbouw, bibliotheekwezen) gefaciliteerd/bewerkstelligd.
En nu lees ik dat de burger verantwoording moet nemen voor kleinschaliger zorg dichterbij burgers?
Lees toch eens goed wat u opschrijft! De burger heeft dit niet veroorzaakt.
Laten (nieuwe) verantwoordelijke, integere, op soberheid ingestelde bestuurders die niet uit zijn op eigen gewin ervoor zorgen dat zorg, onderwijs, sociale woningbouw, het bibliotheekwezen e.d. weer kleinschalig wordt georganiseerd. 

Op p. 23 ben ik inmiddels beland
Waarom zijn organisaties uit op groei?
Toch, omdat de overheid/politiek de condities daarvoor geschapen heeft! Dat kan ook weer teniet worden gedaan door een krachtdadige overheid die durft in te grijpen.

Die werkelijkheid heeft zich de afgelopen 35 jaar niet laten corrigeren door een goedbedoeld beroep op meer verantwoordelijkheid, een appel op kleinschaligheid en intermenselijke betrokkenheid.
Een moreel appel op burgers is onvoldoende om de harde institutionele praktijk te veranderen.
Er moet niet op burgers een moreel appel worden gedaan, maar op bestuurders/directies die mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van die grote instituties, met outcome financiering, losgezongen van de praktijk van de mensen die hulp nodig hebben.
Dat zoiets NU al gewoon kan worden geregeld bewijst Buurtzorg. Geen koffietafelgesprek nodig, geen burgerkracht-verhalen, gewoon de ouderwetse, degelijke wijkverpleging laten doen waar ze goed in zijn.  

Op p. 25 staat: Daarbij geldt dat min of meer toevallige omstandigheden bepalen hoe een probleem wordt gedefinieerd: sociaal, psychisch, justitieel; afhankelijk van de deskundige die wordt geraadpleegd.
Dat verschijnsel wordt natuurlijk versterkt door financiële stimulansen in te bouwen.
Die perverse prikkels, waar u het terecht over heeft, worden wel degelijk door de overheid gecreëerd. 
De overheid bedenkt niet dat één op de vijf Nederlanders psychische problemen heeft, maar de overheid zorgt door voor een bepaalde inrichting van het stelsel van gezondheidszorg te kiezen wél voor de benodigde condities om professionals tot die conclusie te laten komen.
Professionals zijn ook maar mensen. Als een psycholoog er financieel baat bij heeft iets als een psychisch probleem te duiden moet hij sterk in zijn schoenen staan om het niet te doen. Zo knipt de KNO arts nog steeds teveel keelamandelen, zo krijgt een school steeds meer leerlingen met rugzakjes etc. etc.

Het toenemende aantal ADHD’rs is niet het samenspel van bezorgde ouders en hulpvriendelijke risicomijdende professionals. Er verdienen allerlei mensen aan ADHD en die perverse prikkels moeten eruit gehaald worden.
Maar DAT vergt moed en vereist mensen die professionals aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Niet hun verantwoordelijkheid voor de winst van de maatschap, of de begroting van de school, maar de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van HUN hulpverlening!
De kracht van de zich moreel verantwoordelijk voelende professional. En zo valt er WEL aan institutionele logica eenvoudig te ontsnappen.

P. 26.
De vraag is of de bemoeizorg van Henri Henselmans de mensen die het betreft geholpen heeft.
Deze mensen werden door de geïnstitutionaliseerde zorg in ieder geval niet goed geholpen. Dit kleinschaliger initiatief van bemoeizorg door professionals hielp (denk ik) wel.
Idem dito met de Thomashuizen. Kleinschaliger, dichter bij de mensen. Maar wel door professionals. En naar tevredenheid van de burgers.

De institutionele logica van de verzorgingsstaat wordt verward met de verzorgingsstaat waar marktwerking zodanige desastreuze gevolgen heeft gehad dat men kennelijk meent de verzorgingsstaat wel te kunnen opdoeken. Het kind met het badwater wegkieperen dus.

De netwerksamenleving. Online-hulpverlening: hoe declareer je dat.
Stel je had multi-disciplinaire teams op verschillende plekken in het land of centraal, dat maakt bij on-line dienstverlening niet zoveel uit. Qua aantal voldoende om de on-line hulpvragen goed en zorgvuldig te beantwoorden, bekostigd door de gezamenlijk zorgverzekeraars. Bezetting afstemmen op de vragen die binnenkomen…..  te simpel?

Dienstverlenende instellingen die een steeds groter probleem hebben met hun transactiekosten, de kosten die gemaakt worden om hun dienst aan de man te brengen. 
Denk aan: marketing kosten, luxueuze onderkomens, duur betaalde directies/bestuurders (Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen heet dat tegenwoordig) etc. etc. Allemaal het gevolg van concurrentie en marktwerking waarbij het accent op kosten en kostenbesparing is komen te liggen in plaats van op de vraag hoe de hulp het beste geboden kan worden.
Bedrijfje spelen.
In plaats dus van het accent leggen op de vraag waar de burger baat bij heeft en waar/hoe de professional het beste zijn vak kan uitoefenen. Jos de Blok en Bloem zijn sprekende voorbeelden.

Dat Buurtzorg, Thomashuizen, Broodfondsen nodig zijn komt doordat de overheid niet durft in te grijpen bij de instituties, het verkeerde beleid voert. De overheid zou broodfondsen kunnen faciliteren, maar dat vraagt om een grotere overheid die dat regelt voor mensen. Een grotere publieke sector, oei, maar dat is not done om dat te zeggen. Maar nodig is het wel.
Nu worden broodfondsen opgericht door hoog opgeleide burgers, maar de gewone burger (daar zijn er méér van) moet het doen met de bestaande instituties (verzekeraars e.d.).

P. 35
De overheid voorstellen als een voorkokende beleidsfabriek kleurt veel te negatief.
Voor een op de on-line netwerksamenleving ingerichte centrale overheid is het door de nieuwe technieken juist veel eenvoudiger om centrale richtlijnen snel aan te passen aan de decentrale praktijkervaringen en kan deze vervolgens decentraal met uitvoerders gedeeld worden.
Zo kan Jos de Blok met zijn uitstekende ICT systeem de Buurtzorg-medewerkers in den lande snel informeren over nieuwe technieken, kwalitatieve impulsen, ervaringen van teams uitwisselen etc.

Wat Bloomberg en mogelijk Johnson gemeen hebben is hun HARTSTOCHT voor de stad, voor dat waar ze verantwoordelijk voor zijn en hun MOED om buiten de gangbare paden te lopen en kritiek te uiten op de centrale overheid.
Zo ook kunnen de burgemeesters van de grote steden heel gemakkelijk een front vormen en als bestuurders kleinschaliger verantwoordelijkheid opeisen. Ze willen vertrouwen krijgen van de overheid en hebben een apparaat om dingen beter te regelen. Maar kleine gemeenten hebben dat niet en hebben ook niet zo’n concentratie aan problematiek als de grote steden!

P. 37
Burgers kunnen in vrijwilligerswerk uitstekend hun bijdragen leveren aan de samenleving. Dat kan nog steeds. Op vrijwillige basis natuurlijk. Zelfs makkelijker door on-line vrijwilligers te vragen voor – ad hoc – klussen e.d.
Initiatieven als energiecollectieven, bibliotheek-initiatieven, broodfondsen e.d. moeten burgers ondernemen als gevolg van VERKEERDE besluitvorming van de overheid. Want de burger zit er helemaal niet op te wachten om dergelijke initiatieven te moeten nemen. Die wil dat dingen gewoon goed geregeld worden door de overheid.
Zaken, zoals energievoorziening, post, wáren goed geregeld door publieke organisaties. Maar nu krijg ik mensen van de Nuon langs die me vertellen dat het onderbrengen van gas en elektra bij één leverancier goedkoper en efficiënter is. Inderdaad, zo was het al geregeld voorheen.
Bibliotheken functioneerden uitstekend. Contributie 25 euro. Nu is de contributie omhoog naar 40 euro, maar worden er bibliotheken opgeheven en moeten mensen uitleencentra inrichten. Gek hé! Hoe zou dat nou komen.
Mensen willen hun geld niet meer aan Oxfam Novib geven, omdat ze lezen dat bestuurders daar niet meer vanuit hun hartstocht hun werk doen, maar om groot geld te verdienen.  

De sociale doelen van de overheid: rechtvaardigheid, emancipatie, zorg, zijn inderdaad onverminderd geldig gebleven.
Wie zegt dat de financiering een onoverkomelijk probleem wordt? Dat is een waanidee van beleidsmakers. Er wordt enorm veel geld verspild, zeker ook vanwege marktwerking (marketingbudgetten, communicatie-afdelingen, complexe verantwoordings- en financieringssystemen, raden van bestuur en raden van commissarissen instellen, waar vroeger één directeur zijn werk deed etc.).
Een kleinschaliger inrichting, ingrijpen van de overheid bij megalomane projecten, managementlagen er tussenuit … kan allemaal leiden tot besparing. En als het puntje bij het paaltje komt zijn burgers bereid veel geld neer te tellen voor rechtvaardigheid, emancipatie en zorg.

Dus de echte vraag is: wat is er mis met overheidsgefinancierde instellingen? Wat is er mis met de publieke zaak?
De publieke zaak is verkwanseld en overgeleverd aan de moraal van de markt.
De markt waar het de gewoonste zaak van de wereld is mij een zak peren te verkopen waarvan de drie onderste al verrot zijn. Dan hebben we te maken met een slimme marktkoopman. Maar ik ben als burger de klos.
De markt waar mij dingen worden aangesmeerd die ik niet nodig heb. En ik ben als burger de klos.

In een publieke instelling is alles erop gericht de burger perfecte peren te leveren door mensen die hartstochtelijk, betrokken, integer en sober die taak willen uitvoeren. Werken in een publieke instelling staat (weer) in hoog aanzien.
Als instellingen burgers dingen aansmeren die ze niet nodig hebben, uit winstbejag, heeft die overheid de moed om in te grijpen en doet wat goed is voor haar burgers.

Ze zal immers niet kunnen leiden tot het besluit om het dan voortaan maar zonder burgerkracht te doen. De ontwikkelingen zijn immers onomkeerbaar.
Lees wat er staat! Hoezo onomkeerbaar?
Er dienen zich nieuwe sociale krachten aan?  Leeft u in een andere samenleving dan ik?

Sociale wijkteams worden alleen succesvol als ze bij burgerkracht aansluiten, zowel bij individuele burgers als op straat- of wijkniveau?
Wat moet ik mij nu voorstellen bij burgerkracht op straatniveau? Het is echt een onzin-zin. Heeft u in uw straat al te maken met burgerkracht op straatniveau?

Institutionele organisaties vormen zich om naar wat mensen nodig hebben.
Dat zou fijn zijn inderdaad. Maar dat het nodig is om zo’n zin in een essay op te schrijven is toch wel treurig. Er staat immers dat institutionele organisaties nu niet zijn ingericht op wat mensen nodig hebben. Of staat dat er niet? Maar wat wordt er dan bedoeld?

P. 45
Geholpen worden door beroepskrachten.
Inderdaad het professionalisme moet uit de klauwen van de bureaucratie en de vrije markt gered worden.
Professionals moeten zich niet laten koeieneren door bestuurders, managers, ambtenaren en burgers.

P. 48
Waar leidt u uit af dat de context sterk wordt bepaald door lokalisering en een heroriëntatie op de leefwereld en de eigen kracht van burgers?
In beleidssferen kennelijk, maar in de samenleving?
Aha, 130 (!) projectleiders die bij wijkteams betrokken zijn, denken dat. Misschien een wat eenzijdig samengestelde groep om daar zo’n algemeen geldende uitspraak aan te ontlenen.  
En dan komt er iets moois: de AdV professional (van Achter De Voordeur): een nieuwe professionele discipline.
Lees wat er staat!
Deze AdV professional gaat actief op de handen zitten (p. 49), Het staat er echt.
Movisie heeft al een competentieprofiel opgesteld. En TMA heeft een profiel opgesteld van “best persons”.
Als het niet zo erg was, zouden inmiddels de tranen over je wangen biggelen van het lachen.

p. 50 spreekt over spinnen in het web die elkaar in de weg zitten….. en dan komt de informele zorg, of breder burgerkracht die niet langer het verlengstuk is van professionele interventies, maar de basis van waaruit die interventies kunnen starten.
Opnieuw mijn vraag: in welke wereld leeft u toch? Mensen die om hulp vragen komen er met hun naaste omgeving niet meer uit. Die hele voorfase is allang gepasseerd als mensen om hulp roepen. Dat doet de meerderheid van de burgers niet zo gauw.
De goede buurvrouw, de kroegbaas, de collega, de vrijwilliger, de voorleesmoeder…. heeft allemaal niet geholpen. en dan komt, terecht, de professional in beeld en die moet dan NIET aankomen met burgerkracht .

P. 52 een relaas wat erop neerkomt dat vooral niet-professionals in de buurtteams zouden moeten werken. OF de AdV specialist als volwaardige discipline. Open professionaliteit???
Je probeert problemen zoveel mogelijk op te lossen zonder specialistische tweedelijns ondersteuning. Kijk daar hebben we het al. Dat wordt de target. Daar wordt de AdV’r op afgerekend.
Profiel WIJEINDHOVEN om te huiveren. Idem dito SCHEMA burgerkracht.

WIJEINDHOVEN in 2015 moeten er 350 generalisten rondlopen die gaan gespecialiseerde zorg inkopen. Hee, was dat geen term uit de vrije markt? Er is een kwartiermaker aangesteld. Hee, oude wijn in nieuwe zakken? Er is zelfs een heldere missie geformuleerd. Hee, gaan we weer bedrijfje spelen? En ja hoor, daar is de ondernemingsstructuur al!
En 350 mensen alleen al in Eindhoven!

Samenkracht op p. 57
Met klem verzoek ik beleidsmakers om de taal niet te misbruiken door een non-woord als “samenkracht” te bedenken. Verschrikkelijk!

Burgers zitten ook bij de sollicitatiegesprekken
….De verwachting is dat het snel een jaar of twee, drie zal kosten voordat de WIJ professionals generalisten zijn geworden.
Het staat er echt. Dus de eerste twee, drie jaar mag er van alles fout gaan, want de wijkteams zijn nog niet goed ingewerkt en ingespeeld op elkaar.
Maar wel: voorkomen dat je te snel escaleert naar de tweede lijn.
Er wordt weerstand verwacht (altijd handig, weerstand, waarmee kritiek bij voorbaat weggewuifd kan worden).

Baken zes (p. 63) : de gemeente als ketenregisseur die zorgt dat er in ketens wordt samengewerkt. Werkte kennelijk niet. Het is bureaucratentaal zegt dit verhaal.
Wat dacht u van AdV professional? Samenkracht? Burgerkracht?  Is dat geen bureaucratentaal?
Maar oké, ketens zijn weer uit. We zoeken het nu in de dagelijkse realiteit van de mensen. Kokers moeten hun werkzaamheden niet op elkaar afstemmen, nee, ze moeten hun kennis dienstbaar maken aan de vraag die aan de orde is.

Dan volgt een wonderlijk rijtje uitgangspunten.
Inhoudsloos. Ga uit van het alledaagse leven van de mensen….Zorg dat mensen eigenaar blijven van de oplossingen……….
Eigenaar van een oplossing zijn? Is de oplossing niet goed dan is de burger eigenaar, dus is de hulpverlener niet meer verantwoordelijk of zo? Wat bedoelt u nu toch te zeggen?

Leg verbindingen met van alles en nog wat maar ook met niet professionele hulpbronnen?
De deskundigen komen naar u toe, gebiedsgericht werken ?
Wat draagt het wijkteam bij aan de kracht van burgers en wijken?   p. 67
Zomaar, in zijn algemeenheid? Waarom moet een burger kracht hebben? Burgerkracht ontwikkelen is een duister begrip.

P. 73 de organisatorische inbedding………
P, 74 Het transitie en transformatiediscours…….  de euro’s vliegen in het rond, vrees ik.

De Financiën p.79
Jeugdzorg, AWBZ/WMO, Participatie
75% minder hulp bij het huishouden, o nee, toch maar 50% minder. Over vertrouwen wekken gesproken.
Er moeten nieuwe institutionele arrangementen worden georganiseerd… Geen competentie-ijver (dát lijkt me een goed idee), geen perverse prikkels. Ook goed.

Gebiedsgerichte populatiegebonden financiering
Als het al ingewikkeld klínkt, zal het feitelijk ook wel veel te ingewikkeld zijn, denk ik.

Hilhorst: teams kunnen voor zichzelf meer tijd verdienen als ze minder doorverwijzen naar duurdere , gespecialiseerde zorg. Het team krijgt dan en lagere case-load.
Er staat dus: hoe minder een team doorverwijst, des te minder burgers ze in hun caseload krijgen. En dat is géén perverse prikkel? Waarom zou een goede hulpverlener geprikkeld moeten worden is de vraag. Het enige wat een hulpverlener (al dan niet in een team) moet doen is analyseren wat er aan de hand is en de juiste hulp verlenen: doorverwijzen als dat nodig is, niet doorverwijzen als het een eenvoudige kwestie is.
Niet meer en niet minder.

Er komt een kwaliteits- en budgetregisseur…. En ja hoor, registratiesystemen.

P. 89 de hele gemeentelijke ambtelijke organisatie moet worden heringericht
…………de euro’s zie ik al in het rond vliegen

p. 91 Enig cynisme is wel op zijn plaats, me dunkt.

p. 93 De burgers al probleemeigenaars
Wat wordt hiermee bedoeld?  Het begint met een burger die hulp nodig heeft, een probleem heeft dat hij niet alleen kan oplossen. Maakt het wat uit als hij probleemeigenaar genoemd wordt?

P. 94 en natuurlijk zullen burgers vreemd opkijken als ze met andere oplossingen worden geconfronteerd dan een gang naar een specialist of deskundige.
“Burgerkracht” lijkt een soort mantra te worden. Alles is goed zolang er maar geen specialist wordt ingeschakeld, of een deskundige. Daar gáát het toch niet om. Dat is toch de vraag niet.

P. 95: wijkteams onderbrengen in buurtcoöperaties???

P. 97:
Probleem 1: de breedte
Naast het wijkteam een STIP voor kleine dingen, en een regieteam voor complexe dingen.
Maar dat leidt tot nieuwe problemen, zo lees ik.  Jongens toch, jongens toch.
AHA, het wordt een netwerkorganisatie waarin het wijkteam de spil is (spin in het web?)
Relevante rapportages vanuit de loketten (STIP), voldoende massa voor de wijkteams, specialismen op afroep onder regie van het wijkteam en heldere informatiesystemen.

Het klinkt als een enorme warboel, waar niemand meer ergens verantwoordelijk voor is, behalve dan de burger die probleemeigenaar is én die eigenaar is van de oplossing. Wat probeert u hiermee nu te zeggen? 

Probleem 2: de aanpak
Het idee van de wijkteams is er om te voorkomen dat er te snel duurdere specialistische zorg wordt ingeschakeld.
Dat het beroep op tweedelijnszorg moet worden verkleind is niet omdat die zorg niet zou deugen en al evenmin omdat er bezuinigd moet worden, lees ik. Waarom dan wel?
Maar omdat de institutionalisering het beroep erop onnodig heeft vergroot door financiering o.b.v. verstrekkingen.
Ligt daar niet gelijk de oplossing voor het probleem?  Niet meer zo financieren dus. Geen perverse prikkels.

Probleem 3: de bezetting
Het belangrijkste is dat de burgers om wie het allemaal draait zorg en aandacht krijgen op een kwalitatief passend niveau.
Er wordt, hopelijk, bedoeld dat de burger die om hulp vraagt goede hulp moet krijgen. Niet meer en niet minder.

Die kwaliteit is dan wel een andere dan die de afgelopen jaren gangbaar was, maar het is en blijft kwaliteit.  (P. 100!!!)
Dit is een wonderlijke zin. Wat wordt ermee bedoeld? Wordt de burger beter geholpen of minder goed geholpen. Minder goed, moet de conclusie luiden, maar dat schrijven we niet zo op, we verhullen die conclusie door dit soort taalgebruik.

Probleem 4: de buurt
Wat is de rol van de burgers? Als een team zich niet verbindt met de burgerkracht ….
Ik probeer mij nu een team voor te stellen dat zich niet verbindt met de burgerkracht. Wat doet dat team dan niet? Of misschien de boel omdraaien: wat doet een team als het “zich verbindt met burgerkracht”?
Voorbeelden: open maaltijden van buurtbewoners, buurtcoöperaties…. To do what?

Probleem 5: de organisatie
Moet er een andere organisatievorm komen? Zijn sociale wijkteams uitvoeringsorganisaties van de gemeente Wie bepaalt wat ze moeten doen? Hoe en aan wie leggen ze verantwoording af?  Aan de gemeente? Aan burgers?
(p. 102 inmiddels).
Dat is allemaal nog niet duidelijk. Gelukkig, denk ik, het is nog niet te laat om in te grijpen.
De gemeentelijke overheid uitvoerder maken? Nee, want is een beroerde uitvoerder. Wel democratisch gecontroleerd. Bovendien gaat de overheid niet over de informele component. Een appel van de overheid op buurt- en burgerkracht zal verkeerd overkomen.
De oude (zorg-)instellingen. Idem een probleem, voortgekomen uit burgerinitiatieven (welzijnswerk etc.) inmiddels achterban kwijtgeraakt.
Het alternatieve veld, Thomashuizen, ouderparticipatiecrèches e.d. zijn niet op tijd robuust genoeg…..

Over de mogelijke rol van de markt kunnen we kort zijn: daar is perspectief als er sociale ondernemers opstaan. Laten we reëel blijven: de kans dat hier goed geld valt te verdienen is niet groot.
Alleen kan niemand het.

Zoeken naar samenwerkingsconstructies. Publiek-private partnerships, maar dan een stuk ingewikkelder. ECHT, HET STAAT ER.
omdat burgers er de sturende rol in moeten spelen, als drager, agendasetter, als opdrachtgever en verantwoordingskader. Het enige wat vooralsnog duidelijk is is de zoekrichting.
Let wel: de zoekrichting. Intussen worden er, kennelijk, honderden ambtenaren met deze beleidsbrij en mistige terminologie overladen. Gaan ze vast en zeker naar trainingen, cursussen, workshops. Worden er adviesbureaus ingehuurd. Verdienen zzp’rs die met de mistige beleidstermen kunnen rondstrooien er bakken geld aan.

Probleem 6: de financiering
Outcome financiering op het behalen van resultaten in een gebied/populatie
Allemaal niet duidelijk gedefinieerd. Mist.

De ratio van de vernieuwing is niet dat er bezuinigd moet worden.
En gie geleuft dat?  Welk idee zit er dán achter? Werkverschaffing? Zullen we maar weer eens iets nieuws beginnen in plaats van analyseren wat er mis is in de huidige instituties en dát snel en simpel aanpakken.

De wijkteams zullen niet alleen zorgconsumptie terugdringen, maar ook aanwakkeren als ze burgers outreachend tegenkomen die wel zorg nodig hebben en het nog niet hadden.
Het woord “outreachend” nog even daargelaten…. inderdaad, wie burgers gaat vragen of ze soms ergens hulp bij nodig hebben, loopt de kans dat het antwoord ja is en als een probleem dan goed wordt opgelost, is dat geen zorgconsumptie, maar goede, adequate hulpverlening, die mogelijk zelfs een groter probleem heeft voorkomen. (Maar bewíjs dat maar eens, dat kan natuurlijk niet. Dat is een kwestie van vertrouwen op de deskundigheid van de hulpverlener. Zorg er alleen wel voor dat er geen perverse prikkels zijn).  

Een acuut probleem is dat de kost voor de baat uitgaat. Reorganiseren kost geld.
Juist, en vooral als slechts de zoekrichting duidelijk is. Nou ja, duidelijk…  Ik vrees dat er al vele euro’s verspild zijn.

p. 106 Innovatiestrategie. Nederland zit middenin de grootste sociale omwenteling sinds 100 jaar.
Het staat nu echt vast, ik heb onder een steen geleefd de afgelopen jaren.

De verzorgingsstaat wordt ontmanteld en op lokaalniveau komt iets nieuws, maar men weet nog niet goed wat. Het is de bedoeling dat in elke gemeente het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Alleen dan kan een gevoel van eigenaarschap ontstaan.
Het staat er allemaal echt. Ik heb het niet verzonnen.

Op ambtelijke wijze lokale welzijnslandschappen creëren.  Het staat er echt.

Het moeten werkplaatsen worden waar vertrouwen vorm kan krijgen.
De kunst zal zijn om de sociale wijkteams de tijd te gunnen om zich dit vertrouwen eigen te maken.

MIJN CONCLUSIE
Na lezing van de eerste helft van het essay kwam het woord beleidsbrij bij mij op. Ik heb het nu helemaal bestudeerd en als bezorgde burger slaat mij de schrik om het hart dat er in dit soort vage termen gesproken worden over hulpverlening aan burgers. En dat er een – kennelijk – grootschalige verandering in gang wordt gezet zonder duidelijke analyse en zonder duidelijk doel en zonder dat de burger iets gevraagd wordt.
Het komt op mij over als totaal losgezongen van de werkelijkheid.

En ik vrees dat u dat niet zult herkennen, omdat u zich waarschijnlijk begeeft in gezelschappen waar het gebruikelijk is om zo te praten en te schrijven.
Ik hoop dat ik het mis heb, maar ik vrees het ergste.

Ans Bouter
14 oktober 2013





zaterdag 12 oktober 2013

Doen wat niet nodig is



Het kabinet heeft met de gedogende oppositie in het begrotingsakkoord een zwaar pakket afgesproken dat mensen gaat treffen.
Hoe kan het dat een sociaal democratische partij als de PvdA met zo’n pakket instemt? Zo ook de ChristenUnie, ze zou zich de ogen uit het hoofd moeten schamen.
We doen wat nodig is, wordt er gezegd, maar het kabinet doet nu juist wat niet nodig is en brengt in tijden van crisis geld naar burgers die dat helemaal niet nodig hebben.

Zelfs binnen het IMF is men er achter, zo lees ik in de Volkskrant van 11 oktober jongstleden, dat een eenmalige heffing van 10% op het spaargeld van alle rijke burgers de staatsschulden binnen de eurozone zou terugdringen tot houdbare niveaus.
Zo is alleen al in Nederland het vermogen van 92.000 burgers met gemiddeld 5 ton gegroeid sinds 2007. Ik schreef er al meer over. Daar hebben zij niets voor hoeven doen. Het kwam als rente op vermogen aanwaaien. Als we hen zouden vragen hiervan eenmalig de helft af te staan, zou er 23 miljard beschikbaar zijn en zou er geïnvesteerd kunnen worden, gestimuleerd en konden de bezuinigingen van tafel.

Deze burgers, de 92.000 miljonairs onder ons, zouden er niets van merken. Ze hielden slechts een beetje minder meer over dan ze in 2007 al hadden, maar zouden nog steeds miljonair zijn en bovendien zich op de borst kunnen kloppen dat ze hebben geholpen de economie uit het slop te trekken.
Maar nee, liever neemt het kabinet maatregelen die chronisch zieken en mensen met de laagste inkomens treffen onder het mom dat ze doen wat nodig is.  
Helden.