woensdag 24 oktober 2012

Beproef alle dingen en behoud het goede - 24 oktober 2012




“Kinderopvang heeft langste tijd gehad” luidt de kop boven een artikel in de Volkskrant van vandaag, 24 oktober 2012. Het is tijd voor een nieuw systeem.

Elke peuter vanaf 2 jaar zou, volgens Ernst Radius van de MOgroep, eigenlijk minimaal 2 dagdelen van voorschoolse voorzieningen gebruik moeten kunnen maken, ongeacht of hij achterstand heeft en de ouders werken of niet.

Nee maar, laat dat nou al ruim 30 jaar geleden allang zo geregeld zijn geweest! Wie zijn peuter als ie twee werd niet naar de peuterspeelzaal bracht, deed zijn kind tekort. Tegen die leeftijd was je kind er volgens ontwikkelingspsychologen namelijk aan toe om met andere kleintjes te leren omgaan. Dus dat deed je. Twee ochtenden of twee middagen bracht je je hummel ernaar toe.

De peuterspeelzaal was er voor het welzijn van het kind.
Dat was ruim vóór de tijd dat baby’s van een week of twintig oud onder het mom van het ontwikkelen van hun sociale vaardigheden naar de crèche gebracht werden. Maar die was er dan ook voor de ouders.

Met de pedagogische kwaliteit van de crèchemedewerkers was het in die beginjaren niet best gesteld. Betrokken ouders hebben toen, begin jaren negentig, BOink opgericht. Zij wilden de belangen van ouders in de kinderopvang behartigen. En één van die belangen was natuurlijk dat hun kinderen professioneel zouden worden opgevangen door pedagogisch geschoolde medewerkers van een uitstekende kwaliteit.

Sinds 1996 maakt Gjalt Jellesma deel uit van het bestuur van BOink. Tegenwoordig is hij voorzitter.
En het was me al eens eerder opgevallen, dat altijd als Gjalt Jellesma in het nieuws is, hij pleit voor het verbeteren van het pedagogisch niveau van de medewerkers in de kinderopvang.
Logisch, zou je zeggen. Je bent niet voor niets voorzitter van BOink.

Zo langzamerhand mag je je echter toch wel eens afvragen of dit pleit ooit eens beslecht zal worden?
Zo’n 16 jaar pleit hij dus inmiddels al voor het verbeteren van de pedagogische kwaliteit van de kinderopvangmedewerkers en met de kwaliteit is het kennelijk nog steeds niet best gesteld.

Wat hebben ze daar bij BOink de afgelopen jaren dan wél bereikt?
·         Er is van alles op papier gezet. Zoveel is duidelijk: Algemene Leveringsvoorwaarden Kinderopvang (Jellesma was initiatiefnemer), een Convenant Kwaliteit (Jellesma was mede-initiatiefnemer).
·         Er is van alles ondernomen, zoals de BSO box (een eenvoudige en tijdelijke huisvesting in de vorm van een unit, die naast de school kan worden gezet. In combinatie met de ruimten in de school en het buitenspeelterrein van de school vormt deze unit een volwaardige accommodatie en een uitstekend alternatief voor aparte gebouwen voor BSO).
·         Er wordt van alles bestuurd: naast de BOink, ook het Bureau Kwaliteit Kinderopvang, dat zich bezighoudt met -  u raadt het al - het verbeteren van de kwaliteit van de pedagogische medewerkers binnen de kinderopvang.
Het Ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het bureau voor de periode 2009 – 2012 een bedrag ter beschikking gesteld van 40 miljoen euro! Veertig miljoen euro, ik herhaal het nog maar eens.

En die 40 miljoen is natuurlijk nog peanuts vergeleken bij al het geld dat in de kinderopvang omgaat. Elk jaar een slordige 3 miljárd. Nou dan moet het alles bij elkaar toch zo langzamerhand wel fantastisch gaan met de kinderopvang in Nederland zou je zeggen.

Maar nee hoor, in hetzelfde artikel lees ik dat 80% van de ondernemers kampt met vraaguitval. Tja.
En Gjalt Jellesma verbindt aan de omvorming van de kinderopvang-business een voorwaarde: het pedagogisch niveau van de medewerkers moet omhoog. “Dan maakt het niet meer uit waar je kind terecht komt en is een structuurverandering zo gedaan”.

En de BOink die pleitte voort, en de BOink die pleitte voort.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten