woensdag 17 oktober 2012

Subsudie van crèche naar aanrecht? reactie op Evelien Tonkens - 1 oktober 2010



Eind september 2012 las ik in Opzij een interview met Hedy d'Ancona waarin zij de volgende ware woorden sprak:

“Er zou opnieuw een brede emancipatiebeweging op gang moeten komen, buitenparlementair en mondiaal. Kijk, als je praat over het inhalen van achterstanden, zoals wij die in de jaren zeventig en tachtig aankaartten, dan is een en ander behoorlijk gelukt. Maar wij hadden het ook nog over iets wat daaronder zit dat vele malen groter is: het veranderen van de maatschappij als het gaat om de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk. Dat is de essentie. En dat is gewoon niet gelukt”. 

Dit was voor mij aanleiding om nog eens terug te kijken naar stukjes die ik in het verleden over emancipatie geschreven heb en die in de Volkskrant zijn opgenomen. Ik heb ze nu op dit blog geplaatst. Je kunt er mooi aan aflezen dat er nog niet veel veranderd is!
Werk aan de winkel!

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Subsidie van crèche naar aanrecht?  Reactie op Evelien Tonkens - 1 oktober 2010

Meestal ben ik het eens met hetgeen Evelien Tonkens in haar columns schrijft, maar dit keer (Volkskrant 29 september 2010) niet. Bij de column “Subsidie van crèche naar aanrecht” voel ik mij genoodzaakt een belangrijke kanttekening te maken onder het motto: het nieuwe ouderschap.

Dat een bezuiniging op de kinderopvang moeders dwingt te stoppen met werken is natuurlijk onzin. Het is ook niet erg bevorderlijk voor de emancipatie om de zaak zo voor te stellen. Helaas werkt zelfs Opzij hieraan mee. Moderne ouders laten zo’n bezuiniging niet in het nadeel uitvallen van één van de ouders, maar proberen samen aan de oplossing bij te dragen, zou ik zeggen, door allebei wat minder te gaan werken. Zelfs als dat financieel wat ongunstiger zou uitkomen in het geval beide ouders niet evenveel verdienen. Geld is namelijk niet alleen zaligmakend.

Het doen voorstellen dat de keuze is “de crèche of achter het aanrecht”, is eveneens een verkeerde voorstelling van zaken. Hoogstens kan je zeggen “de crèche of achter de kinderwagen”. Met achter het aanrecht gaan staan schiet niemand wat op. Het werd hoog tijd dat de overheid eindelijk ook eens aandacht heeft voor de effecten van haar zogenaamde kindgerichte regelingen en het nieuwe ouderschap bevordert.
De overheid stimuleert met het kinderopvangbeleid dat ouders zoveel mogelijk werken en zo min mogelijk voor hun eigen kinderen zorgen. Drie dagen kinderopvang wordt als een soort norm neergezet. Ongeacht de effecten die dat heeft op de opvoeding en het welzijn van ouders en kind. Gelukkig begint daar een kentering in te komen.
In het nieuwe ouderschap kiezen ouders ervoor gewoon zelf voor hun kinderen te zorgen en dat niet aan anderen over te laten. Zij gaan allebei een aantal jaren aanzienlijk minder uren werken om tijd te hebben voor de opvoeding van hun eigen kinderen. In vroeger tijden zou dat een flinke salarisachteruitgang hebben betekend. Je moest parttime gaan werken en met je drukke baan werkte je dan wel wat extra als je kind in bed lag of naar school was of ’s avonds, maar daar stond geen inkomen tegenover.

Twee positieve ontwikkelingen maken kiezen voor het nieuwe ouderschap nu echter veel makkelijker.
Ten eerste: met de intrede van het nieuwe werken kunnen steeds meer ouders die uren dat ze thuis werken ook gewoon als werkuren uitbetaald krijgen. (Zo pakt het nieuwe werken niet alleen gunstig uit voor filebestrijding, flexibiliteit en kostenbesparing, maar ook voor opvoeding en emancipatie).
Ten tweede: het kindgebonden budget biedt enige compensatie voor het ontstane inkomensverlies. Dat is noodzakelijk, omdat het met name de gezinnen met lage en middeninkomens veel meer moeite zal kosten een dergelijke keuze voor het nieuwe ouderschap te maken dan de tweeverdieners die – parttime werkend – nog een gezinsinkomens van meer dan 45.000 euro hebben.

Het nieuwe ouderschap heeft niet alleen positieve gevolgen voor ouders en kind, maar komt ook de emancipatie ten goede. Als vaders, net als moeders, een bepaalde periode in hun loopbaan minder tijd aan hun werk besteden wordt de positie op de arbeidsmarkt van beiden uiteindelijk gelijkwaardiger. Het nieuwe ouderschap brengt namelijk een wezenlijke verandering teweeg in de positie van de vader op de arbeidsmarkt. De afgelopen decennia gingen vaders na de geboorte van hun eerste kind meestal gewoon door met werken alsof er niets gebeurd was. De introductie van de papadag heeft daar nauwelijks iets in gewijzigd; meestal werden de werkuren – in plaats van 38 uur, 36 uur - in een 4-daagse werkweek gepropt.  De verzorging en opvoeding van de kinderen bleef uitbesteed aan moeder de vrouw of de vrouwen van de crèche, met dank aan de kinderopvang.

Zorgden ouderschapsverlof en kinderopvang er dus niet voor dat vaders als gelijkwaardige partner in de opvoeding gingen optreden, het kindgebonden budget en het nieuwe werken kunnen daar wel toe bijdragen. Die130 miljoen extra voor het kindgebonden budget beschouw ik dan ook als een eerste aanzet om het nieuwe ouderschap nu ook echt van de grond te tillen.
Het is een cadeau aan de ouders van kleine kinderen die de kans wordt gegeven om van hun kleintjes te genieten en met het hele gezin een leven te leiden dat meer in balans is.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten