woensdag 3 oktober 2012

Privatisering van de opvoeding - 2000

Eind september 2012 las ik in Opzij een interview met Hedy d'Ancona waarin zij de volgende ware woorden sprak:

“Er zou opnieuw een brede emancipatiebeweging op gang moeten komen, buitenparlementair en mondiaal. Kijk, als je praat over het inhalen van achterstanden, zoals wij die in de jaren zeventig en tachtig aankaartten, dan is een en ander behoorlijk gelukt. Maar wij hadden het ook nog over iets wat daaronder zit dat vele malen groter is: het veranderen van de maatschappij als het gaat om de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk. Dat is de essentie. En dat is gewoon niet gelukt”. 

Dit was voor mij aanleiding om nog eens terug te kijken naar stukjes die ik in het verleden over emancipatie geschreven heb en die in de Volkskrant zijn opgenomen. Ik heb ze nu op dit blog geplaatst. Je kunt er mooi aan aflezen dat er nog niet veel veranderd is!
Werk aan de winkel!

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Dorien Pessers eindigt haar artikel "Kinderen zijn hinderen" in de Volkskrant van vorige week (ergens in het jaar 2000) met de opmerking dat vrouwen het zich zouden moeten aantrekken dat er sociale ongelijkheid tussen kinderen ontstaat door commercialisering van de kinderopvang.

Nu zijn de artikelen van Dorien Pessers mij meestal uit het hart gegrepen, ook dit keer, echter niet voor wat betreft haar laatste opmerking. Een belangrijke speler in de opvoeding wordt hier over het hoofd gezien. En dat gebeurt al vele jaren tamelijk consequent in de media en de politiek. Zo'n 14 jaar geleden stond er boven een artikel in de Intermediair van 29 augustus 1986 de veelzeggende titel "Vrouwen, kinderen en de zorgeloze overheid". Ook toen al werd opvoeding en kinderopvang gezien als een zaak waarbij, naast de vrouw en haar kind, de overheid betrokken moest worden.
Opvallende afwezige: de man.

Zijn we de afgelopen 14 jaar dan niets opgeschoten mag je je afvragen? Voor wat betreft de rol van de man bij de opvoeding van zijn kinderen nog niet veel. Verbazing zou dat niet moeten wekken. Immers, met de steun in de rug van de overheid, die door de vrouwenbeweging op het spoor van de kinderopvang is gezet, kunnen mannen tot op heden vragende vrouwen naar de oppas of de kinderopvang doorverwijzen (graag zelf halen en brengen).
De verantwoordelijkheid van de man is verschoven van "zorgen voor voldoende inkomen voor man, vrouw en kind" naar "zorgen voor voldoende inkomen om je vrouw te kunnen laten werken en de kinderopvang te kunnen betalen". Slechts het private leven van de vrouw en haar kind werd de afgelopen jaren een publieke aangelegenheid. Dat van de man bleef nagenoeg buiten beschouwing.

Slechts een klein deel van de mannen is bereid parttime te gaan werken om een deel van de opvoeding en verzorging van zijn kinderen op zich te nemen. Meestal beperkte zich dat tot één dagje minder. Onwelwillende werkgevers zijn er nog voldoende. De teruggang in inkomsten is vaak het tweede argument om toch - vrijwel - volledig te blijven werken. Met als resultaat dat 3 dagen crèche en elk van de ouders 1 dag per week bij het kind bij de gemiddelde tweeverdieners als goede oplossing wordt gezien. De stress die dat oplevert voor alle drie partijen lijkt voor lief te worden genomen.

Ik stel voor in deze nieuwe eeuw eens te stoppen met meer van hetzelfde (meer geld pompen in de kinderopvang) en eens iets nieuws te proberen. Laten we de opvoeding privatiseren, in de zin van weer brengen waar het thuis hoort: in het private leven.
Als een man en een vrouw voor kinderen kiezen en zo gelukkig zijn ze ook nog te krijgen, dan beschouwen we hen samen als dé verantwoordelijken voor de opvoeding van dat kind. De rol van de overheid wordt beperkt tot het bewaken dat kinderen worden opgevoed en verzorgd en het stimuleren dat deze private taak ook in het private leven wordt uitgevoerd. Het meest voor de hand ligt immers de ouders zelf te stimuleren deze taak op zich te nemen.

In plaats van geld te stoppen in de kinderopvang zou de overheid condities moeten creëren om privatisering van de opvoeding te bevorderen.
Eén van die condities zou kunnen zijn: het geven van een tegemoetkoming in de kosten van het minder uren gaan werken in verband met het opvoeden van kinderen. Immers, zolang de overheid het verlies aan inkomen bij parttime werken niet (deels) compenseert, zal met name de man daarin makkelijk een excuus vinden om zijn verantwoordelijkheid niet op zich te nemen en zullen vrouwen er niet eenvoudig in slagen hun mannen te overtuigen van de voordelen van het opvoeden van de kinderen.

Het zou verbazing moeten wekken dat fulltime werkende stellen die na de geboorte van hun kind fulltime blijven werken en de kinderopvang inschakelen een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van de kinderopvang, terwijl stellen die zelf de opvoeding ter hand nemen en minder uren gaan werken geen enkele tegemoetkoming ontvangen.

Daarnaast zou de overheid kunnen stimuleren dat de gemiddelde werkweek wordt teruggebracht van 40 naar 32 uur per week. De toename van het aantal vrouwelijke arbeidskrachten zou het verlies aan productieve uren van mannelijke werknemers op de lange termijn moeten kunnen compenseren.

Deze stimulerende maatregelen zouden bovendien indirect tot gevolg kunnen hebben dat we minder geld hoeven uit te geven aan preventieve maatregelen om ziekteverzuim en uitval in de wao als gevolg van stress, burn out e.d. te voorkomen.

Discussies over flexibele loopbaanplanning, aangepast aan de levensfasen zouden geïnitieerd moeten worden door de overheid, vakbond en de vrouwenbeweging. Laten we accepteren dat we van de ca. 45 jaar dat we werken in een leven, ongeveer 15 jaar wat minder van onze tijd doorbrengen op ons werk en wat meer tijd besteden aan onze kinderen. Dat is leuk en leerzaam!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten