maandag 8 oktober 2012

Reactie op "Mannen een kontje geven" - 10 januari 2007



Eind september 2012 las ik in Opzij een interview met Hedy d'Ancona waarin zij de volgende ware woorden sprak:

“Er zou opnieuw een brede emancipatiebeweging op gang moeten komen, buitenparlementair en mondiaal. Kijk, als je praat over het inhalen van achterstanden, zoals wij die in de jaren zeventig en tachtig aankaartten, dan is een en ander behoorlijk gelukt. Maar wij hadden het ook nog over iets wat daaronder zit dat vele malen groter is: het veranderen van de maatschappij als het gaat om de reorganisatie van het betaalde en onbetaalde werk. Dat is de essentie. En dat is gewoon niet gelukt”. 

Dit was voor mij aanleiding om nog eens terug te kijken naar stukjes die ik in het verleden over emancipatie geschreven heb en die in de Volkskrant zijn opgenomen. Ik heb ze nu op dit blog geplaatst. Je kunt er mooi aan aflezen dat er nog niet veel veranderd is!
Werk aan de winkel!

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
 Reactie op "Mannen een kontje geven" - 10 januari 2007


Het is hoog nodig dat we in Nederland de emancipatiekwestie weer op de agenda plaatsen zonder te vervallen in meer van hetzelfde. Een benadering waarbij niet de druk op vrouwen wordt vergroot, maar mannen verleid worden tot ander gedrag ondersteun ik van harte.

Minder mannen in de top
Het artikel van Evelien Tonkens in de Volkskrant van 10 januari 2007 is een mooi voorbeeld van zo'n benadering: er zijn onevenredig veel mannen in de top van organisaties en het streven moet zijn dat aantal te verminderen. De mannen in de top die hier invloed op hebben zouden we moeten verleiden om dat doel te bereiken, bijvoorbeeld door een prijs in het leven te roepen voor organisaties die in korte tijd het aantal mannen in de top hebben weten te halveren.
Zoals vrouwen in vroeger tijden afstand deden van hun baan zodra zij trouwden en kinderen kregen, zouden we mannen eens een tijdje kunnen belonen als zij afstand doen van hun toppositie om vrouwen ruim baan te geven.
Wie durft?

Niet samen fulltime werken, maar evenwichtig samen léven
Dat deeltijdwerken mannen zou helpen - zoals in het artikel staat - waag ik te betwijfelen. De mannen die in de top in deeltijd werken, hebben, denk ik, vrijwel altijd andere, meestal betaalde activiteiten daarnaast. Mogelijk is dat in de universitaire wereld minder het geval, maar in het bedrijfsleven wel. Feitelijk werken zij dan dus gewoon fulltime.
Juist omdat deeltijdwerken mannen nu nadelen oplevert (minder salaris, minder promotiekansen, minder status) gaan zo weinig mannen in deeltijd werken als zij kinderen krijgen. Om vrouwen gelijke promotiekansen te bieden, zou alleen nog als optie openstaan dat vrouwen dan ook maar fulltime moeten gaan werken. Die redeneertrant moet omgegooid worden wat mij betreft.

Organiseer betaalde arbeid slimmer
We zouden alleen nog deeltijdbanen moeten hebben, zodat het normaal is dat iemand 30 uur per week werkt. De overige tijd wordt besteed aan resp, het volgen van studies, het grootbrengen van kinderen, het helpen van je ouders etc. al naar gelang de levensfase waarin je verkeert.
Dat heeft ook als voordeel dat de stap om nog een paar uur minder te gaan werken in de jaren dat de kinderen nog niet op de basisschool zitten voor mannen en vrouwen kleiner wordt.
Het is natuurlijk heel goed mogelijk om organisaties zo in te richten dat iedereen maximaal 30 uur per week werkt. Zet een paar creatieve vrouwen en mannen bij elkaar en ze regelen het. Kortom: van 100% + 40% naar 70% + 70%.

Iedereen komt tekort
In Westerse samenlevingen waarin én mannen én vrouwen fulltime werken komt iedereen tekort.
Wat is er in 's hemelsnaam leuk aan om járen lang onder grote druk te leven en 's avonds om een uur of negen doodmoe neer te ploffen?
Is het na-apen van het Scandinavische model het enige alternatief dat voorhanden is?
Hoe komt het toch dat we niets leren van die mensen die halverwege hun leven tot het inzicht komen dat ze jarenlang overal eigenlijk te weinig tijd voor hebben gehad?
Waarom willen mensen eigenlijk kinderen als ze geen tijd aan hen willen besteden?
Waarom komen mannen er pas, als ze opa zijn geworden, achter hoe leuk het is om tijd met je eigen (klein-)kinderen door te brengen?
Wat is er leuk aan de kinderopvang? Wel eens een baby van een paar maanden naar de kinderopvang gebracht? Wel eens een kind, dat weet hoe het is om na school thuis te zijn, gevraagd wat ie van naschoolse opvang vindt?

Kijk uit voor nieuwe trends
Er komen wel steeds mee signalen dat vrouwen niet meer jarenlang met stress willen leven. En gelijk hebben ze. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat vrouwen dan maar weer meer thuis gaan zitten, trots op het feit dat ze nu eenmaal de enigen zijn die de borst kunnen geven en trots op het feit dat ze niet zo monomaan zijn als mannen (las ik onlangs als positieve opmerking van - natuurlijk - een man).
Langer ouderschapsverlof, zoals Beatrijs Smulders onlangs voorstelde, is méér van hetzelfde. Het leidt er alleen maar toe dat vrouwen langer uit hun werk zijn en kansen mislopen. Normaal moet worden dat stellen die nog kinderen hebben die niet op school zitten, zo'n 20 uur per week werken. Vrijwel iedereen maakt dat mee in zijn leven, kan dus begrijpen waarom dat nodig is en zou in staat moeten worden geacht daar ook begrip voor op te brengen.
Uitbreiding van de kinderopvang met tussenschoolse en naschoolse opvang is ook méér van hetzelfde. Ook dat leidt er alleen maar toe dat mannen gewoon doorgaan met wat ze altijd al deden, namelijk fulltime blijven werken als ze kinderen krijgen - alsof er niets gebeurd is - en elkaar kontjes geven.

Het Nederlandse model: een win-win situatie
Het inzicht dat een stressvol bestaan niemand ten goede komt (noch man, noch vrouw, noch kind, noch de samenleving als geheel) zou tot een nieuwe aanpak moeten leiden, waarbij mannen en vrouwen de tijd die ze aan werken en het grootbrengen van kinderen besteden evenwichtig verdelen. Kinderopvang is dan alleen nog nodig voor alleenstaande ouders. En dat moet dan kinderopvang zijn van uitstekende kwaliteit die zoveel mogelijk het niveau van ouderlijke zorg benadert.
In het alternatieve Nederlandse model zorgen mannen en vrouwen in de eerste levensjaren van hun kinderen samen voor de opvoeding. Die jaren zijn namelijk van groot belang voor de verdere ontwikkeling van hun kinderen, zoals elke pedagoog en ontwikkelingspsycholoog hen zou kunnen uitleggen. De ouders werken allebei gedurende die jaren 50%. Zodra de kinderen naar de basisschool zijn, gaan de ouders beiden 70% werken, zodat ze voldoende tijd hebben om de kinderen op te vangen en ook nog een steentje kunnen bijdragen aan de school (bestuur, leesvader zijn, mee met schoolreisje etc.).
Het leidt tot een afwisselender bestaan voor alle betrokkenen. Niet heel de dag op school of op de kinderopvang, niet heel de dag op het werk, niet heel de dag thuis.
Het heeft minder stress tot gevolg. Iedereen heeft meer tijd voor elkaar. En mannen en vrouwen hebben dezelfde kansen op ontplooiing en promotie.

 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten